*

 
dossier

Archief

Jansen wil een Gezinsrapport waarmee beleid is te kraken

PRAAG, C.S. VAN − 28/11/97, 00:00

De heer Jansen, stafmedewerker van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, recenseert in Trouw van 22 november het Gezinsrapport van het (Sociaal en Cultureel Planbureau) door het te vergelijken met het denkbeeldige rapport dat hij graag in handen had gekregen en is teleurgesteld. Het SCP schildert volgens hem een veel te rooskleurig beeld van het gezin in Nederland.

Jansen had graag willen lezen dat de maatregelen van het kabinet Kok het gezinsinkomen negatief hebben beïnvloed en dat tal van gezinnen nu in financiële moeilijkheden zijn geraakt. Hij mist de eertijdse wijzigingen in de Algemene nabestaandenwet, de eventuele toekomstige opheffing van de voetoverheveling en de achteruitgang van de kinderbijslag. Hij mist ook “een grondige analyse van de kosten van onderwijs.”

Het Gezinsrapport van het SCP is echter niet opgezet als een kosten-batenanalyse van de maatregelen van het zittende kabinet met betrekking tot het gezin. Het rapport richt zich op de omstandigheden waarin het gezin thans leeft en op de maatschappelijke moderniseringsprocessen die daarop van overwegende invloed zijn geweest. Het inkomenshoofdstuk beslaat maar een gering deel van het totale rapport. Het laat desalniettemin aan de hand van cijfers zien welke financiële gevolgen de geboorte van kinderen heeft voor het inkomen en de koopkracht van een gezin. Jansen heeft voldoende vertrouwen in deze cijfers om ze te citerenm en te constateren dat de koopkrachtachteruitgang van 18,4% bij de komst van het eerste kind aanzienlijk is. Zoals ook duidelijk in het rapport staat.

Het SCP laat ook zien dat de financiële slagkracht van het gezin in belangrijke mate berust op het momenteel zeer wijd verbreide anderhalfverdienerschap dat ook bij de komst van kinderen in stand blijft. De kosten van deze oplossing (onvolledige emancipatie van de vrouw, uitstel van geboorten en grote organisatorische druk op het gezin) verheelt het SCP bepaald niet.

Het SCP vraagt zelfs aan de regering zich nog eens over de mogelijkheden van een meer gelijke taakverdeling tussen vaders en moeders te buigen. Ook Jansen wil “stimuleren dat mannen en vrouwen werken en zorgen, zodat het gezin zijn functie behoudt.” Hij had ons dus ook met instemming kunnen citeren, maar kiest ook hier voor de distantie. Waarom? Omdat het rapport niet de noodklok luidt over het gezin en dientengevolge onvoldoende bruikbaar is voor een afrekening met het huidige beleid.

Geeft het SCP een te rooskleurig beeld van het Nederlandse gezin en wandelt het zo luchthartig door de problemen heen als Jansen suggereert? Hebben wij ons, zoals Jansen zegt, op slechts op twee empirische onderzoeken gebaseerd? De literatuurlijst van het hoofdstuk over opvoeding omvat een kleine honderd titels.

De twee grote empirische onderzoeken die Jansen noemt, hebben extra aandacht gekregen, juist omdat zij groot en empirisch waren, hetgeen in opvoedingsonderzoek een zeldzaamheid is, maar de conclusies worden ondersteund door tal van andere, eveneens genoemde, onderzoeken. Daaronder zijn er ook van het SCP zelf, en wel uit een periode van voor het huidige kabinet.

De conclusie van het SCP dat, voorzover dat uit onderzoek is vast te stellen, de grote meerderheid van de gezinnen de kinderen een goede opvoeding verschaft, is niet in tegenspraak met het feit dat er jaarlijks vele duizenden meldingen van kindermishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik binnenkomen. In een periode dat het gezin nog zijn traditionele aanzien had en er nog geen meldpunten voor dergelijke verschijnselen waren, was de feitelijke frequentie daarvan eerder groter dan kleiner.

Het SCP koestert bovendien nadrukkelijke reserves ten opzichte van de bemoedigende resultaten van het gezinsonderzoek en meldt die ook in het rapport. Verschillende passages, ook in de samenvatting van het rapport, bevatten een dringende oproep tot verificatie van die resultaten in verder onderzoek. Een zwaktebod van onderzoekers die geen conclusie aandurven? Misschien! Maar dat is niet wat Jansen ons verwijt. Hij verwijt ons juist onbehoedzaamheid!

Ook in dit opzicht is onze criticus moeilijk tevreden te stellen.

mailIcon print |