Van onze sportredactie AMSTERDAM, MELBOURNE - In de onbarmhartige hitte van Melbourne hebben twee Belgische vrouwen de kwartfinales bereikt. Sabine Appelmans deed dat zondag door Conchita Martinez te verslaan, Dominique van Roost won gisteren met 7-5 6-4 van Chanda Rubin. Twee tennissers bij de laatste acht van een Grand Slam-toernooi: dat is de Belgen sinds 1957 niet meer overkomen.
De prestatie van Van Roost, die tot haar huwelijk in december 1995 als Monami door het leven ging, was zo mogelijk nog indrukwekkender dan die van Appelmans. In de derde ronde had zij zich immers ook al van Arantxa Sanchez Vicario ontdaan. En hoe! Met een achterstand van 2-5 in de beslissende derde set leek het over en sluiten voor Van Roost, die niettemin onverdroten tegen de bal bleef rammen. “Die Monami timmerde er even hard op los als Graf”, klaagde Sanchez. “Ik had me voor dit jaar als doel gesteld om een speelster uit de toptien te verslaan”, stelde Monami alias Van Roost tevreden vast. “Met Sanchez heb ik meteen al de nummer drie te pakken.”
Het was opvallend dat Appelmans zich een dag later in haar partij tegen Martinez al even vechtlustig opstelde. Bij een uitzichtloze achterstand van 2-6 en 1-3 had ieder ander het, zeker gezien de moordende hitte, laten afweten. Zo niet Appelmans. Later vertelde ze dat ze zich had opgetrokken aan de tekenen van vermoeidheid, die ze bij haar tegenstandster bespeurde. “Met mij ging het al net zo slecht. Mijn hersens kookten, het was of ik in een sauna stond, maar ik wilde Conchita niet laten zien hoe kapot ik was. Die fout maakte zij wel.”
Dat de Spaanse op 3-5 twee matchpoints verspeelde, had Appelmans niet eens gemerkt: “Ik speelde op de automatische piloot. Ik kon niet meer denken en niet meer voelen, ik probeerde alleen nog maar de bal in het spel te houden.” Bij 4-1 in de derde set vroegen beide speelsters om verzorging. Twee games later had Appelmans net genoeg fut om haar arm in een juichgebaar op te heffen, maar in de kleedkamer ging ze onderuit. Met uitdrogingsverschijnselen moest ze urenlang aan het infuus.
Voor Appelmans was het de eerste kwartfinale in de 29 Grand Slam-toernooien, waaraan ze in haar achtjarige profcarrière heeft deelgenomen. Voor de minder geroutineerde Van Roost was het gisteren eveneens de eerste keer dat ze zover kwam. Tegen de Amerikaanse Chanda Rubin, die na een maandenlange blessureperiode van een zesde naar een twintigste plaats is teruggezakt, begon ze voortvarend. Net als tegen Sanchez nam ze de bal razendsnel en sloeg hem hard en diep tegen de achterlijn. En net als Sanchez liet ook Rubin zich verrassen en verslaan. De lijdensweg van de Amerikaanse, vorig jaar halve finaliste in Melbourne, duurde nog geen anderhalf uur. Haar commentaar op de partij duurde nog geen anderhalve minuut: “Dominique nam veel risico's en dat was het verhaal van de wedstrijd.”
Na jarenlang geleden te hebben onder een chronisch gebrek aan zelfvertrouwen, krijgen Belgische tennissers langzaamaan het gevoel dat ze wel degelijk meetellen. In het Nederlandse Tennis Magazine van april vorig jaar vertelde Filip Dewulf dat zijn keerpunt kwam in oktober '95, toen hij zich gekwalificeerd had voor het ATP-toernooi in Wenen, doordrong tot de finale en daarin Thomas Muster versloeg. In de top honderd kreeg hij even later gezelschap van Johan van Herck en Kris Goossens.
Voor Sabine Appelmans, die zeven toernooizeges op haar naam heeft staan en op de WTA-lijst de 18e plaats inneemt, kwam het keerpunt vorig jaar op Wimbledon, toen ze de eerste set won van Arantxa Sanchez. “Vanaf dat moment ging ik er in geloven dat ik een aantal toptien-speelsters aankan.” En ook Dominique van Roost, die zes jaar lang in de top tweehonderd ronddobberde, neemt niet langer genoegen met de rol van onopvallende speelster. Vorig jaar haalde ze in Cardiff haar eerste toernooizege, vorige week volgde in Hobart de tweede. Haar successen van de laatste tijd schrijft ze toe aan een intensievere trainingsarbeid. Ze heeft een maand lang alleen op conditie getraind en veel aan fitness gedaan. “Daardoor voel ik me veel sterker op de baan”, zegt de 23-jarige tennisster uit Leuven.
Dat is natuurlijk niet het hele verhaal. Het lijdt geen twijfel dat ook Van Roost besmet is geraakt met het in Belgiƫ rondwarende virus van het zelfvertrouwen. Wie in de snelkookpan van Flinders Park, geblesseerd en wel, zo door blijft vechten als Van Roost doet, heeft meer in huis dan een goede conditie. De voormalige Monami heeft lef, durft initiatief te nemen en wordt daarbij geholpen door een geweldig anticipatievermogen: ze 'leest' de bewegingen van haar tegenstandster.
Van Roost was blij dat het haar en Appelmans eindelijk is gelukt BelgiĆ« op de landkaart te krijgen. “Dit is iets ongelofelijks voor ons land”, zei ze. “Wij zijn een klein landje, dat normaal gesproken niet opvalt. Daarom is dit een mooie gelegenheid om te laten zien dat Belgische tennissers goede vechters zijn.”
Op toernooien hebben tennissers veertig jaar lang geduimd dat het lot hun een Belgische tegenstander zou toewijzen. Die tijd was al een tijdje voorbij, zonder dat het iemand was opgevallen. Maar nu weet de hele wereld het: de Belgen zijn in aantocht. Misschien zijn ze zelfs al beter dan de Nederlanders.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.