*

 
dossier

Archief

'Je kunt, als je dat wilt, een WK-match spelen met je hond'

ERIC HORNSTRA − 27/01/95, 00:00

WIJK AAN ZEE - Snelle sportwagens hebben zijn aandacht niet en voor een driedelig grijs pak is zijn postuur te jeugdig. Maar Nigel Short mag niet worden onderschat. De onopvallend ogende Engelse schaakgrootmeester heeft zich ontpopt als een slimme zakenman. Hij handelt in schaakzaken, wel te verstaan. Wat eerst een onverantwoorde gok leek - het starten van een alternatieve organisatie: de PCA - is bij nader inzien verrassend lucratief gebleken.

In Wijk aan Zee loopt Short, na de uitschakeling door Drejev, weer rond tussen het voetvolk. De 29-jarige Engelsman heeft over zijn werktijden tijdens het Hoogovenstoernooi niet te klagen. In de knock-out-discipline ontsnapte hij aan alle barragerondes. Alexei Drejev veroordeelde hem afgelopen maandag tot een verder verblijf in de troostgroep, nadat Tregoebov, Onitsjoek en Tiviakov eerder in de reguliere speeltijd voor de Engelsman moesten buigen. Door het grote aantal vrije dagen was Short de afgelopen weken een veelgeziene en vooral veelgehoorde gast in de perskamer. Hij discussieerde er over de Engelse olympiadeploeg, nam collega's met milde spot op de hak en becommentarieerde de zetten op de demonstratieborden. Het schaakbeest in Short, zoveel is wel duidelijk, is weer ontwaakt. 1994 bracht hem weinig goeds, maar sinds de Olympiade (vorige maand in Moskou) lijkt zijn zwakke periode achter de rug.

Volgens de Engelse grootmeester is de tijdelijke inzinking waaraan hij ten prooi is gevallen deels te verklaren door de psychische problemen die hij ondervond na het spelen van de omstreden WK-match tegen Kasparov. Toen Short een kleine twee jaar geleden tesamen met Gary Kasparov het logge FIDE-apparaat de rug toekeerde en besloot voortaan met behulp van een eigen organisatie zorg te dragen voor een goed verloop van de cyclus om het wereldkampioenschap, brak paniek uit in de schaakwereld.

Een storm van kritiek barstte los, weet Short zich te herinneren. “Er was een aanhoudende stroom van onjuiste geruchten. Mensen zijn namelijk absoluut niet geïnteresseerd in de waarheid. Ze vinden hun eigen complot-theorieën veel belangwekkender. Daarom werd ik het slachtoffer van tal van kwaadaardige aanvallen. De uitlatingen in de pers waren meer dan vijandig.”

Short gaf op 24 februari 1993 zijn schaakleven een andere wending, toen hij, uit onvrede met het financiële geklungel van de wereldschaakbond, Kasparov telefonisch benaderde; een belletje waar veel schaakliefhebbers het fijne niet van weten. “De Professional Chess Association wordt altijd afgeschilderd als het speeltje van Kasparov. Hij is volgens velen het brein achter de PCA. De waarheid is, dat ik het initiatief nam. Ik belde hem op en stelde voor een nieuwe organisatie op poten te zetten. Het antwoord van Kasparov verraste me. Hij zei: 'Ik heb acht jaar op deze woorden gewacht'.”

Directe aanleiding voor de breuk met de moederbond was het toewijzen van de wereldtitelstrijd aan de stad Manchester. Het prijzengeld dat die stad bood - een miljoen pond - was met name Short in het verkeerde keelgat geschoten. Short: “Dat bedrag was belachelijk, temeer omdat de FIDE ook nog eens 25 procent daarvan claimde. Wij besloten toen onze eigen weg te zoeken en zelf geld te gaan verdienen aan het duel. Een normaal streven, lijkt me, maar van verschillende kanten werd de bestraffende vinger geheven. Uit jaloezie, anders kan ik het niet zien. Wat, met name in Nederland, vrijwel niemand zich heeft afgevraagd is: hoe kon een organisatie als FIDE met zo'n 150 federatieleden met dat belachelijke bedrag op de proppen komen, terwijl twee individuen, Kasparov en ik, drie weken later al op liefst 1,7 miljoen pond zaten?”

Het vormde voor Short in iedere geval het bewijs dat zijn impulsieve daad een verstandige was geweest. Niet alleen de commerciële incompetentie van de bond werkte remmend, ook de spelersbond GMA (Grandmasters Association), waarvan Short voorzitter was, functioneerde niet. Short:“De GMA is in zijn bestaan nooit gegrondvest geweest op realistisch commercieel denken. Als je geen geld hebt, kun je zoveel plannen maken als je wilt, maar je komt nooit ergens. In 1994 stelde de GMA niet veel meer voor. De club was misschien nog niet dood, zoals Jan Timman indertijd wèl beweerde, maar lag toch op zijn minst aan de beademingsapparatuur. Daarom zag ik ook niets in het aanvankelijke idee van Kasparov - ook weer zo'n plan waar door schromelijke desinteresse vrijwel niemand van wist - om de match te laten verspelen onder de gezamenlijke auspiciën van de GMA en zijn toenmalige eigen Russische schaakbond. In dat geval had de FIDE via de GMA weer een percentage opgeeist en dat was mij te dol. Dat recht hadden ze verspeeld, vond ik. En ik had geen zin verwikkeld te raken in processen.”

Het eigengereide optreden van de rebellen viel aanvankelijk niet bij alle schakers even goed, omdat Short en Kasparov vanaf het eerste moment de PCA als een privébedrijf runden. Alle besluiten worden genomen door een vijfmanschap (het bestuur bestaat naast de twee schakers uit de personen Rice, Friedel en Blanc-Shapira - red.) en een vrij lidmaatschap voor anderen bleek uitgesloten. Short: “Iedereen die in onze toernooien speelt, geldt voor ons als lid. Maar dan wel zonder enige invloed op de gang van zaken. Wij zijn niet democratisch en verspillen geen tijd en grote sommen geld met verkiezingen en dat soort zaken.” Short heeft het permanent over zijn company; de gespierde taal laat geen ruimte voor twijfel over zijn bedoelingen. Met afschuw constateerden de collega's dat de 'vrije jongens' de macht overnamen en dat hun stem niet meer gehoord zou worden.

Zijn Short en Kasparov werkelijk de Jacobse en Van Es in de schaakwereld? Het duo opereert in ieder geval netter dan de vroegere creaties van Van Kooten en De Bie en ziet in het succes van de PCA - net als F. Jacobse en Tedje van Es in een soort 'tegenpartij' actief - de bevestiging dat van de schaaksport een veel beter verkoopprodukt te maken is. Op het punt van geldbelustheid stelt Short de Haagse penose-jongens ('We komen uw tuin winterklaar maken, mevrouw') echter in de schaduw. “Kasparov en ik hebben heel veel in de PCA gestoken”, is het verweer van de Engelse neo-liberaal. “Mogen we dan alsjeblieft zelf oogsten? We hebben een vloedgolf aan kritiek over ons heengekregen. Daarom hebben we nu absoluut geen haast om onze invloed en macht aan anderen over te doen. Ik vind het onzin. Waarom zou ik, met alle energie die ik er in gestoken heb plotseling afstand moeten doen van mijn privileges ten gunste van het groeiende aantal geïnteresseerden? Het is mijn creatie. Timman mag zijn eigen maatschappij starten, Karpov mag dat doen. Ik gun iedereen zijn eigen toko.”

Die uitdagende tekst kan Short zich veroorloven. Hij weet dat de PCA momenteel alle troeven in handen heeft. “Onder veel mensen heerst nu weer de veronderstelling als zou de PCA in Moskou door het vergelijk met de FIDE gestopt zijn met functioneren. Niets is minder waar. Wij nemen het WK onder onze hoede en de FIDE zal niet langer doen, alsof zij daar invloed op uitoefent. Dat is de essentie van de overeenkomst. Of Karpov daaraan mee wil doen, moet hij zelf weten. Het kan ons niet schelen”, schokschoudert Short. “Hij moet zich bovendien eerst plaatsen voor de finale.”

Dat de FIDE in 1993 Karpov als de officiële wereldkampioen aanwees, vindt Short een farce. “Volgens welke regels dan? Van de FIDE, als wereldschaakbond? Luister, wij, Kasparov en ik hebben gezegd: 'Wij zijn de 'world organisation for professional chess', omdat wij de WK organiseren.' Karpov was al uitgeschakeld en wordt terecht door niemand, een enkele naïeveling daargelaten, nog serieus beschouwd als wereldkampioen. Vraag het de top honderd van de schakers maar. Iedereen kan een WK organiseren, het is louter een kwestie van geloofwaardigheid. Je kunt een WK-match spelen met je hond. Niemand kan je dat recht ontzeggen. Je zult alleen niet serieus genomen worden. En dat is precies wat er met de match Karpov-Timman gebeurde; daarom kon de FIDE geen geld vinden. Geen enkel bedrijf wilde zijn naam verbinden aan zulk overduidelijk bedrog, aan zo'n schijnvertoning.”

Een monopolie-positie dicht Short zijn PCA niet toe. “Wij wilden macht over een aantal zaken, niet over alle evenementen.” Vooral de PCA-rapidtoernooien vervullen hem met trots. “ De schakers zelf zijn vrijwel zonder uitzondering enthousiast. Schakers hebben maar één zorg: deelnemen aan toernooien met goede voorwaarden. Dat hebben wij voor elkaar gekregen. De ontwikkelingen in het schaken lopen nu parallel aan die in een aantal andere sporten zoals tennis, denk maar aan de ATP-tour, en golf. Dat alles is niet in het leven geroepen om mensen aan de top rijker te maken, maar om het schaken naar een hoger plan te brengen. Snap je dat ik het storend vind, dat we niet de eer krijgen die we verdienen?”

mailIcon print |