*

 
dossier

Archief

Wan Tannen aan de Zeedijk

ALMA HUISKEN − 20/01/96, 00:00

De oudste straat van Amsterdam slingert als een rivier door de stad en heet Zeedijk. Een straatnaam die bezoedeld raakte, door afbraak, drugshandel en een algehele sfeer van 'niet pluis'. Die beroemde Zeedijk, tussen Wallen en Gelderse Kade, die matrozen blind wisten te vinden om te gaan passagieren, was jarenlang de te mijden route van centrum naar station. Inmiddels is de straat flink opgeknapt. De beruchte 'Kop' werd schoongeveegd en veel afbraakpandjes verwierven nieuwe eigenaren: niet zelden uitstekende restaurants met een exotische keuken.

Eigenlijk werd er van oudsher uitheems gekookt in deze straat: omdat stokers op de grote vaart veelal van Chinese afkomst waren en ze hun 'eigen' eten prefereerden boven de Hollandse pot, verrezen de eerste Chinese zeeliedenpensions-annex-eethuizen van Nederland aan die Amsterdamse Dijk. Ertussendoor veel kroegen en scharrige logementen, zoals 't Aepje, waarover het verhaal gaat dat zeelui er soms betaalden met een aapje van overzee en vlooienkrabbend terugkeerden naar hun schuit (“Hé heb je soms in de Aep gelogeerd?” riep de kapitein dan. Vandaar).

De Zeedijk maakte in de jaren vijftig en zestig naam met het legendarische café 't Mandje van de vrijgevochten Bet van Beeren (let eens op de prachtige gevelsteen) en de minstens zo beroemde jazzclub Casablanca, recent heropend. Tussen de kroegen en winkels die nooit weken voor drugs en misdaad vind je oer-Amsterdamse neringdoenden als de uitstekende slagerij Gebr. Vet op nr. 99 en de mooie vishandel (“sinds 1938”) aan de Nieuwmarktzijde, waar operamuziek je langs haring en aal tegemoet stroomt. Café's natuurlijk: niet weg te denken lokalen als de schitterende Rode Baron, het heerlijk gewone Verhoeff, alletwee vlak bij de Kop en De Meester in de knik van de Zeedijk.

Naast deze oude getrouwen veel nieuw spul in de dichtgetimmerde panden van weleer. Het is een bonte aaneenschakeling van winkels met Chinese waar, antiquairs en rariteitenkabinetten. Mooi voorbeeld is het Malle Pietje-pakhuis Latei, waar je voor vijf piek heerlijke bruine boterhammen met geitekaas krijgt, een sterke espresso ernaast. Dat peuzel je op aan een antieke boerentafel, midden in de negotie. (Ze verkopen er overigens ook prima olijfolie uit Umbrië, de 'maagdelijke persing' natuurlijk).

Maar de meeste kleur en geur bieden die exotische eethuisjes. Boeren, burgers en buitenlui schooien als altijd over de Dijk, dus kan het zijn dat in de kleine Thaise snackbar Bird (nr. 77) op een vrijdagavond meer Brabants en Engels klinkt dan Amsterdams. 'Bird' is dé aanrader voor een snel, heerlijk bordje eten: gamba's in pittige rode curry met verse groenten en rijst, plus een pot jasmijnthee heb je in een razend tempo en voor nog geen twee tientjes voor je neus, maar de kans dat je even moet wachten is groot. Wat eigentijdser gaat het toe bij WAU, kunstzinnig ingericht met fragiele stalen stoelen en verlichting die aan gloeiwormpjes doet denken. Hier wordt de Maleisische keuken onder tropische krekelgeluiden geserveerd. (In de voormalige kampong van de kokkin is een nacht lang het 'buitengeluid' opgenomen. Een glimp authenticiteit.) Je kunt je te goed doen aan een onverwacht lekkere longdrink van een warm citroensap met gerst (!), goede huisgemaakte sambal, de traditionele sateh (wel wat miniem van omvang, maar alla: op echte houtskool geroosterd) en prima rendang, ook al van oorsprong afkomstig uit Maleisië.

Terug naar het begin: Chinees. Eet juist hier, aan de historische Zeedijk, op de grens van het Amsterdamse Chinatown, een maaltje Chinees. De overbekende Peking Duck, of gestoomde oesters of dat wonderlijk lekkere voorafje, mengsel van gehakt, garnalen en meel: gebakken wan tan. De Chinezen in deze buurt zijn de beste van het land, zegt men. Ik spreek het niet tegen.

mailIcon print |