AMSTERDAM - Het lijkt een klassieke tactiek: een respectabele Amerikaanse hoogleraar van joodse afkomst, erkend specialist in de historie van de holocaust, wordt benaderd door een “zeer aimabele meneer” die vraagt of hij ook niet vindt dat de manier waarop de Duitse overheid met scientology omspringt overeenkomsten vertoont met wat de nazi's in de jaren '30 met de joden deden? Ja, meent de hooggeleerde. Of hij daarover “voor onze kerk” een interne notitie zou willen maken. Dat wil de professor wel.
En dus schrijft Stephen Feinstein, hoogleraar moderne geschiedenis aan de universiteit van River Falls, Wisconsin, een stuk, 'Kunst als propaganda', waarin hij onder meer vergelijkingen trekt tussen de manier waarop de nazi-pers de Duitse joden diffameerde en de wijze waarop nu de geschreven media in Duitsland scientology in woord en beeld ongestoord, want niet bestraft, kunnen demoniseren.
Wie schetst zijn ergernis als hij vervolgens constateert dat de sekte deze 'notitie-voor-intern-gebruik' breeduit in de publiciteit gooit middels een rijk geïllustreerde brochure waarbij ook zijn naam en adres worden vermeld. Feinstein zal niet gauw meer iets voor de sekte schrijven, deelt hij lichtelijk geïrriteerd via de telefoon mee.
Overigens staat hij wel achter zijn vergelijking. “Ik vind dat de manier waarop de Duitse overheid, vooral de Beierse, met scientology omgaat niet door de beugel kan. Het botst frontaal met het recht op vrije meningsuiting en de vrijheid van godsdienst, én het werkt contraproductief. Zo krijgt die club, waarmee ik persoonlijk niets heb en waarvan de oprichter (Ron Hubbard) me licht geschift lijkt, een aandacht die ze niet verdient.
Onze planeet kent talloze vreemde sekten, maar zolang ze zich aan de wet houden moet elke overheid hen tolereren, anders glijden we geleidelijk af richting dictatuur. Mocht, op grond van normaal gerechtelijk onderzoek, blijken dat scientology in Duitsland een criminele club is, ben ik de eerste om de regering in Bonn mijn excuses aan te bieden. Maar voorlopig zie ik niet in waarom ik, die me voor de vervolging van joden in de Sovjet-Unie heb ingezet, mijn mond moet houden als men elders mensen discrimineert.''
De manier waarop scientology met Feinstein omsprong lijkt sterk op de manier waarop de beweging volgens uitgetreden leden en andere experts vaker de boer opgaat: prominenten voor je kar spannen om zo je eigen geloofwaardigheid te vergroten. Niet voor niets legde de president van de Church of Scientology International, Heber Jentsch, er de nadruk op dat de geruchtmakende anti-Duitse open brief in de International Herald Tribune (kosten 56 800 dollar) die 36 Amerikaanse artistieke prominenten hebben ondertekend, door hen uit eigen zak is betaald. Voor zover bekend onderhoudt geen van de ondertekenaars banden met de sekte.
De open brief vormde het hoogtepunt van een al langer lopende campagne tegen de bondsrepubliek. Sinds vorige zomer plaatst de Organization Germany Alert regelmatig paginagrote advertenties in de New York Times waarin tegen Duitsland wordt gewaarschuwd. Alle rekeningen gaan linea recta naar het hoofdkwartier van scientology.
Overigens heeft de anti-Duitse campagne, inclusief de open brief, geen grote weerklank gevonden in de Amerikaanse media. Zo maakten maar weinig kranten melding van de open brief, en als ze dat al deden, slechts in korte berichten van de persbureaus. Van de nationale weekbladen besteedde alleen Newsweek in een wat langer stuk aandacht aan de open brief en toonde daarin begrip voor de boycotmaatregelen van de Beierse regering. Van de networks trok ABC als enige zendtijd (vijf minuten) uit voor het gebeuren in Duitsland, waarbij netjes beide kanten van de medaille werden belicht. Iets waarmee de sekte niet blij kan zijn.
Die plaatst intussen onder eigen naam forse advertenties in de Herald Tribune. Daarin vertellen sekteleden uit de hele wereld hoe hun leven dankzij scientology is verbeterd.
Volgens Robert Vaughn Young, ex-perschef van scientology, gaat de beweging geen zee te hoog om de publieke opinie te bespelen, of het nu om Duitsland of andere zaken handelt. In het Duitse blad Focus beschreef hij drie jaar terug de strategie waarmee de sekte de Amerikaanse belastingdienst IRS bespeelde om formeel als kerkgenootschap erkend te worden. Dat zou haar miljoenen aan belastinggeld besparen.
De sekte richtte eigen, zogenaamd onafhankelijke, bladen op waarin zeer positieve stukken over scientology verschenen. Die werden vervolgens als 'objectief bewijsmateriaal' aan de IRS gezonden. Ook startte men allerlei charitatieve acties om de neutrale pers te lokken. Dat lukte. Veel dagbladen schreven positieve stukken, waarna scientology nieuwe 'bewijzen' van haar 'ideële' gesteldheid naar de IRS kon sturen. Het lobbyen had succes, in oktober '93 ging de overheid, na jaren verzet, overstag.
Dit soort public relations- en lobbyactiviteiten wordt volgens Young gecoördineerd door het Office of Special Affairs (OAS), de BVD van scientology. De OAS huurt de diensten in van dure en respectabele public-relationsbureaus en advocatenkantoren. Via hun connecties worden propagandisten van scientology binnengesluist in belangrijke praatprogramma's als de Oprah Winfrey show om indirect reclame te maken voor de 'gezonde' life style van de sekte.
Over wat er gebeurt als men de propagandastrategie van scientology doorkruist kunnen Reader's Digest en Time meepraten. Laatstgenoemd miljoenenweekblad kwam in 1991 met een coverstory waarin de sekte de grond werd ingestampt (“scientology is geen godsdienst maar een uiterst lucratieve wereldwijde gangsterorganisatie die zich instandhoudt door haar leden te intimideren”).
Het blad meldde onder meer dat scientology er een vaste gewoonte van maakt om door haar uitgegeven boeken en masse in de boekwinkels op te kopen om op zo op invloedrijke bestsellerslijsten als die van de New York Times te komen.
Scientology trok direct drie miljoen dollar uit om in paginagrote kleurenadvertenties in Amerikaanse kranten het magazine zwart te maken. Ook diende ze een schadeclaim in van 400 miljoen dollar. Een uitputtende juridische veldslag volgde. Scientology voerde deze niet met de illusie dat ze zou winnen, maar met het doel Time financieel zo hard mogelijk te treffen.
Hetzelfde overkwam Reader's Digest (wereldwijd 100 miljoen lezers) toen het, september '91, in al zijn landenedities een kritisch artikel over scientology liet afdrukken. Onmiddellijk spande de sekte kort gedingen aan in Italië, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en Nederland en ging vervolgens in hoger beroep. Ook hier was het haar minder te doen om de uitslag - werd in alle vijf landen in het ongelijk gesteld - maar om de mondiale publiciteit en de toegebrachte schade. Zelf kan scientology, met een wereldwijd budget van naar schatting zo'n twee miljard dollar, financieel wel een stootje hebben.
Dat merkte de Amerikaanse anti-sektenorganisatie Cult Awareness Network. Die werd door scientology letterlijk bankroet geprocedeerd, waarna de sekte de hele inboedel, inclusief het voor haar belastende archief, door tussenpersonen liet opkopen.
Geen wonder dat de meeste Amerikaanse bladen zich uiterst terughoudend opstellen als ze over scientology schrijven. Kritiek wordt meestal in citaten van anderen verpakt.
In Europa werd het Duitse weekblad Der Spiegel met actie bedreigd toen het in 1995 een interview met Robert Vaughn Young afdrukte. Het kwam echter niet tot een proces.
Wie zich kritisch tegenover de sekte opstelt krijgt al snel het etiket suppressive person (onderdrukkende persoon) opgeplakt. Over deze categorie verklaarde scientology-oprichtter Hubbard op 23 december 1965 in een officiële richtlijn: “Een onderdrukkende persoon of groep wordt vogelvrij verklaard”.
Hoge ogen in de categorie sp's gooien, naast uitgetreden leden, journalisten die kritische verhalen over de sekte wagen te schrijven. Om hen monddood te maken lijkt alles geoorloofd. Dat merkte als weinig anderen de Amerikaanse journaliste Paulette Cooper. Nadat ze in 1971 een uiterst kritisch boek over de sekte had gepubliceerd (The Scandal of Scientology) volgden dreigementen en een grootschalige lastercampagne. Cooper werd korte tijd later beschuldigd van een poging tot het plegen van een bomaanslag tegen de sekte en moest zelfs voor een grand jury verschijnen. Pas jaren later kon ze met behulp van documenten bewijzen dat er een speciale scientology-operatie (Operation Freakout) tegen haar had gelopen. Via vervalste documenten had men, zo stelde ze, geprobeerd haar de gevangenis in te krijgen.
Nadat Russell Miller, oud-redacteur van de Britse Sunday Times, in 1987 een weinig vleiende biografie over Ron Hubbard ('Bare-Faced Messiah') had geschreven, werd hij naar eigen zeggen door sekteleden lastiggevallen en op vele manieren gepest.
En dan is er het vrij recente geval van een redacteur van de Hamburger Morgenpost die kritisch over scientology had bericht. Zijn vrouw kreeg bezoek van een privé-detective die haar vertelde 'interessante informatie' over het buitenechtelijke liefdesleven van haar man te hebben. Als opdrachtgever noemde hij een advocatenkantoor dat voor scientology werkt. Zoals altijd ontkende de sekte ook dit keer elke betrokkenheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.