,,De Apostelhoeve bij Maastricht is er als een van de eerste in de jaren zeventig mee begonnen en is nu de grootste wijnbouwer van Nederland. Ik denk dat er in Nederland zo'n honderd 'wijnbouwers' zijn. Daarvan zijn er ongeveer tien commercieel bezig. De rest is hobbyist. We hebben elkaar daarna een beetje aangestoken. Ikzelf heb een kleine 200 m2 tuin volgezet met druivenranken. Dat levert honderd flessen per jaar op voor eigen gebruik. Die wijnbouw in Nederland kwam in de jaren negentig in een stroomversnelling. Allereerst door de druivenboeken van Fred Lorsheijd, die in het Zeeuwse zijn eigen wijngaard heeft opgezet. Die boeken voorzagen in een behoefte. Verder speelde het mooie weer en de opkomst van nieuwe rassen een belangrijke rol. In 1992 richtte Lorsheijd het Wijngaardeniersgilde op, voornamelijk om met soortgenoten - er zijn nu 300 leden - informatie uit te wisselen. Verder maken we excursies en verkiezen elk jaar de beste Nederlandse wijn. Via het gilde ben ik ook met hen in contact gekomen. Sinds een paar jaar ben ik secretaris van het gilde. Als zodanig ben ik hoofdredacteur van ons blad De Wijngaard en ben bezig om onze eigen website aan te maken. Nee, ik zou niet een commerciële wijngaard willen hebben. Ik hou me toch het liefst bezig met zo veel mogelijk aspecten van de wijnbouw. Ik kweek wat druiven, maak het blad, schrijf er ook in en ben actief in het gilde. Verder heb ik een uitgeverij voor het uitgeven van druivenboeken. Met commerciële wijnbouw heb je naast behoorlijke investeringen, aardig wat hulp nodig. Maar ik heb zo, naast mijn deeltijdbaan als natuurkundige aan de Universiteit Nijmegen, alles in eigen hand.
Die nieuwe resistente druivenrassen zijn voor de hobbyist ideaal. Je hebt bijna altijd succes. Commercieel gezien is het natuurlijk een heel ander verhaal. Dan gaat de acceptatie door de consument van de nieuwe druivenrassen een rol spelen. Bij het gilde stuiten we regelmatig op fruitboeren die willen overschakelen op wijndruiven. Het probleem is dat er in Nederland geen infrastructuur is voor de verwerking van wijndruiven. Dat is natuurlijk een aardige drempel. Fruitboeren zijn gewend om hun fruit bij de veiling af te leveren en dat is dan dat. Bij druiven volgt er nog een heel proces aan wijnmaken. Je zou kunnen denken aan coöperaties waarbij gezamenlijk kelders worden ingericht en apparatuur wordt aangeschaft. Wellicht dat in de Betuwe wel iets gaat gebeuren op dat vlak.
Voorts is er gebrek aan kennis. Er zijn wel opleidingen voor vinologen, proevers dus, maar niet voor wijnverbouwers. Ook landbouwscholen pikken dat niet op. Ik ben nu zelf bezig met een handboek. Daar is grote behoefte aan.
Helaas heeft het ministerie van landbouw onze subsidie-aanvraag afgewezen. Subsidie voor het maken van informatiemateriaal en steun bij het opzetten van wijnbouwbedrijven. Onbegrijpelijk en ook onverstandig, want juist die biologische wijnteelt is iets nieuws waarmee Nederland goed kan scoren. We blijven het proberen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.