*

 
dossier

Archief

“Met de camera naar Vietnam. Lijkt me énig! & rdquo;

ROP ZOUTBERG − 07/01/95, 00:00

“Stel dat ik een programma maak dat ik helemaal te gek vind, maar de volgende dag ontdek dat er maar vierhonderdduizend mensen naar gekeken hebben. Dat betekent dat mijn gevoel mij in de steek heeft gelaten. Dan baal ik. Ik kan wel denken: het maakt niet uit.” Linda de Mol kijkt streng: “Dat maakt wèl uit.”

Maar het zorgvuldige mediabeleid rond de dertigjarige toverfee wordt toch even doorbroken. Linda begint aan haar laatste seizoen 'Love Letters', en de Tros huurt voor de gelegenheid een zaaltje met uitzicht over de Loosdrechtse plassen af. De uitnodiging is niet geheel vrijblijvend. (De voorlichtster: 'Stel vooral geen vragen over haar broer John. Dan stapt ze zo op'.)

Voor de journalisten is er allereerst een voorvertoning van de nieuwe reeks, die vanaf volgende week te zien is. Daarna verschijnt Linda zelf. Ze wordt geïntroduceerd door voorzitter Van Doodewaerd. ('Jij bent de lieveling van het Nederlandse publiek. Maar jij bent ook de lieveling van de voorzitter van de Tros'). Daarna mag Van Doodewaerd Linda een tweede maal kussen.

De presentatrice bekijkt het journalistieke toneelstukje met de lach waar zij het patent op heeft. La Linda komt, ziet het eens aan en overwint altijd. Zo ook nu, in de bescheiden praatgroepjes waarin het journaille haar vervolgens mag interviewen. Niet te lang, hooguit een half uur per kluitje journalisten. Het onderstaande gesprek wordt aldus óók door Privé, TrosKompas en Aktueel opgetekend. (De vragen en opmerkingen met een * zijn afkomstig van hun redacteuren)

Er zijn bamihapjes en er is alcoholvrij bier, Linda zit aan het hoofd van de tafel. Ze praat over de sketches die ze in 'Love Letters' met Maarten Wansink speelt. Een van die filmpjes gaat over erotische fantasieën.

Dat zijn gewaagde onderwerpen; de vrouw die wil en de man niet, dat is heel modern, je bent zo'n natuurtalent.*

(Linda doet verbaasd:) “Oh ja? Goh. We hadden natuurlijk ook alles mee. We hebben heel lang aan de sketches gewerkt. Het klikte tussen Maarten Wansink en mij. We hadden vreselijke lol. We hebben zó vreselijk gelachen dat je je afvroeg: is er voor de kijker nog iets aan? Dat moet je maar afwachten.”

Waarom koos je in de scènes voor een Amsterdams accent?

“Dat is het enige wat ik kan! (Er wordt geanimeerd gelachen) En het is niet eens goed Amsterdams.”

Nee, niet helemaal.*

“Het is een soort foute mix. Een gedeelte van mijn familie praat plat Hilversums, maar mijn schoonfamilie komt uit Amsterdam. Daar heb ik in mijn hoofd een mengeling van gemaakt. Dezelfde scènes zijn ook voor 'Traumhochzeit' opgenomen. Dan speel ik met een Duitse acteur. Hij sprak met een accent uit Rijnland-Palts. Dat was verdomd lastig, dat kan ik niet. We hebben nog geprobeerd of het geestig werkte als ik Duits sprak met een erg Nederlands accent. Toen werd ik Rudi Carrell.”

“Het idee van die sketches kwam van John (haar broer, red.). Ik heb ooit met Ron Brandsteder iets soortgelijks gedaan. John lag he-le-maal dubbel! Die vond het zo leuk! Ik dacht nog: hij lacht alleen maar omdat ik het ben. Ik had krullers in, beresloffen en een roze badjas aan. Eigenlijk is het gegeven van sketches in een showprogramma vreselijk ouderwets. Dat zag je vroeger overal, en dan moesten kandidaten het nog naspelen ook. Daar gingen je tenen krom van in je schoenen staan.”

“Er is nu over gesproken de sketches tot een echte comedy te verwerken. Dat is een héél ander verhaal. Of je acht sketches maakt van zes minuten, of dertien afleveringen van een comedy van dertig minuten!”

Maar je zou het wel willen?*

“Ik zou het wel héél leuk vinden, maar heb praktische problemen. Ik moet er drie maanden voor vrijmaken.”

Je wilde toch wat anders?*

“Jajaja.”

Dat zei je van de winter al.*

“Ik weet niet of ze er bij de Tros wel genoegen mee nemen dat ik mijn showprogramma's inruil voor dertien comedies, waar ze iedere willekeurige actrice voor kunnen krijgen.”

Ja, okee. Maar je hebt een streepje voor. Zeker bij Karel van Doodewaerd. Dat hebben we net gehoord.*

“Hmm. Ik zou het héél erg leuk vinden, maar dan alleen onder de allerbeste omstandigheden. Niet onder de druk dat het in september klaar moet zijn. Dan moet je echt he-le goeie schrijvers vinden. Ik heb voor het eerst geacteerd in 'DJ Cat', een kinderprogramma. Met een kat. Ik werd laai-end kwaad op dat beest. Die irriteerde mij echt mateloos. (Iedereen lacht weer) Ik kon 'm af en toe wel wat!”

Dat was goed acteren van die kat!*

“Ach, ik improviseerde ook driekwart van dat programma aan elkaar. Dat was een leuke tijd.”

Is dat acteren dat je nu doet heel anders?*

“Ojee, ja. Als ik een pruik opzet durf ik veel meer.”

Had je dan een pruik op in die nieuwe sketches?*

“Neee. Oh! Wat erg! (Snel:) We noemden hem de kleine blonde dood! Dat haar was helemaal doodgeblondeerd! 't Ziet er niet uit, zeg. Maarre, dan durf je veel meer dan wanneer je staat te presenteren. Op zo'n moment sta je toch meer... voor je gevoel... bloot.”

Stopt ook de Duitse equivalent van Love Letters?

“Dat hangt van de kijkcijfers af. Als ze in vergelijking met vorig jaar zakken stop ik daar ook. Anders ga ik misschien nog een jaartje door. Ergens moet je het een keer doorbreken. Ik wil nu iets nieuws, kan niet meer alles doen. Daar wil ik me nu niet de kop over breken. Ik maak het seizoen tot eind april af. Dan kijk ik wat in Duitsland het beste heeft gescoord. In Nederland stopt 'Love Letters' definitief. Al scoort het over de hele wereld.”

Waarom kun je dat voor Nederland wel zeggen en voor Duitsland niet?

“Ik ben in Duitsland veel beperkter; in Nederland staat àlles open. Ik kan een talkshow doen, een satirisch programma, of een compleet andere show. Ik zit in Duitsland heel erg vast aan shows. Dat genre is makkelijk te presenteren in een vreemde taal. Ik kan wel de pretentie hebben dat ik in Duitsland een talkshow kan presenteren, maar de waarheid is anders.”

“Dan zou ik er moeten gaan wonen. Dan ervaar je pas hoe de Duitser in elkaar zit, wat er leeft, wat er in de kranten staat. En ook: hoe je exact zegt wat je in je kop hebt. Het maakt niet uit of ik in Traumhochzeit zeg dat een jurk bildhübsch is, in plaats van wunderschön. Maar als ik in een discussie haarfijn wil zeggen: 'Ik vind dat u klinkklare onzin beweert', en leg die ene nuance verkeerd, is het wèl erg. Ik ken mezelf. Daar ga ik mij continu druk over maken.”

Je zegt dan dingen in het Duits op zijn Nederlands. Dat slaat vervolgens nergens meer op.*

“Ja! (Klapt met hand op de tafel) Je denkt vaak dat ze je wel snappen als je het verduitst. Dat is niet wáár. Ook kunnen woorden waar je de betekenis wel van weet nog heel verkeerd overkomen. Omdat het te sterk uitgedrukt is. Of juist te zwak. Dat weet je niet als buitenlander. Je hoopt het maar, dat het goed is.”

Hoe laag mogen de kijkcijfers eigenlijk zijn?

“Ik ben opgegroeid met die kijkcijfer-politiek. Het zou prettig zijn als je kon denken: doei! Nu doe ik wat ik leuk vind. Je werkt in Duitsland met gi-gan-ti-sche budgetten. Ik voel het als een verantwoordelijkheid dat terug te verdienen, door te scoren. Ofzo. Ik weet niet wat het is.” “Televisie is een medium waarmee je veel mensen wilt bereiken. Het is leuk te denken dat het een speeltuin is waar je je gang gaat. Maar ik heb een verantwoordelijkheid. Dat kan ik er niet zomaar vanaf gooien.”

Je zei eerder dat je het gevoel hebt dat je daardoor gevangen zit.

(Peinzend) “Hm. Ik voel mij de laatste tijd gevangen, omdat ik maar door moet gaan met die programma's die zo vreselijk goed scoren. Er is geen adempauze om even na te denken. Wil ik niet eens iets ànders? Ik heb ook het gevoel dat ik in een hok zit, waar ik niet meer uitkom. Als ik niet uitkijk zit ik daar op mijn veertigste nog in. Dan kijk je terug en denk je: wat heb ik nu gedaan? (Slaat weer op tafel) Daarom heb ik besloten even te stoppen.”

Dat zei je eigenlijk twee seizoenen geleden al.*

“Ik zat toen nog met het contract in Duitsland. Dat loopt tot september door. Als ik een nieuw contract af zou sluiten ga ik niet verder dan één jaar. En ik wil terug in volume. Minder programma's. Zodat ik meer tijd over hou om te bedenken wat wel leuk is. Ik krijg vaak leuke aanbiedingen. Met de camera naar Vietnam. Lijkt me énig! Maar ik kàn nooit! Daarom moet ik een streep trekken.”

Het presenteren is het minst leuke deel van het werk.

“Ja. (Kijkt stralend) Dat klopt. Ik vind het bedenken van een programma eingenlijk het leukst. Me overal mee bemoeien. Iedereen die denkt dat je met een laag intellect een groot showprogramma kunt presenteren zou het een keer zelf moeten proberen. Ik kan niet uitleggen waarom dat moeilijk is. Waarom alles op volle toeren moet draaien om de boel onder controle te houden. Ik heb het lang heel leuk gevonden om binnen dit vak zo groot mogelijk te werken. Met acht camera's, een team van hondervijftig man. Het is gewoon een circus.”

En jouw rol is Sinterklaas?

“Nou ja. Een beetje de toverfee met het stafje en mensen blij maken. Het is niet ècht een rotbaan om tegen mensen te zeggen: alsjeblieft, hier is een auto. Of: jij wou je vader uit Australië zien? Nou, hier is ie. Dat is héél leuk, dat zit in je. Er zijn mensen die het leuk vinden kadootjes te krijgen. En mensen die het leuk vinden kadootjes te geven. Dat laatste wil ik, dan denk ik: goh, daar is iemand heel blij mee.”

“De Surpriseshow in Duitsland is heel moeilijk om te doen. Je hebt een raar soort verantwoordelijkheid. Je ontvangt duizend brieven van mensen die allemaal hun broer in geen dertig jaar hebben gezien. Wíí gaan dan wel even bepalen wie van de duizend hem dan te zien krijgt. Terwijl al die mensen daar evenveel emotie aan hangen. Wij kiezen toch diegene die wij het léukst vinden voor het programma. Dat is dubbel. Maar als het dan gebeurt, en die man ziet zijn broer, denk ik: wat enig! wat leuk! Henny Huisman is wat dat betreft veel meer dan Rudi Carrell mijn voorbeeld. Henny kan van een drol een taartje maken.”

En steeds moet je je verantwoorden voor wat je doet.

“Ja. Dat is in Duitsland heel erg, in Nederland valt dat eigenlijk wel mee. Ze vinden dat ik de gevoelens van mensen uitbuit. Zo voel ik dat niet; ik heb een bepaalde verantwoordelijkheid. (Heft handen getergd omhoog) Ik moet altijd verantwoorden dat ik ècht aardig ben. Journalisten willen altijd de haar in de soep vinden. Die denken dan: dat kan niet! Ze heeft iets! Ze slaat iemand, of ze mishandeld haar dieren. Er is iets met die vrouw, het kan niet kloppen. Dan gaan ze vissen. Ik kan toch ook niet van mezelf zeggen: ik ben héél aardig. Zelfs daar moet ik me voor verantwoorden.”

mailIcon print |