*

 
dossier

Archief

KIM YOUNG - SAM

ERIC BRASSEM − 18/01/97, 00:00

Op de middelbare school introduceerde hij zich in zijn jeugdige overmoed eens als 'de toekomstige president van Zuid-Korea'. Een goeie grap, want hoewel Kim Young-sam (69) zich al op jonge leeftijd met heel zijn ziel en zaligheid in de politiek stortte, leek het er lang op dat willekeurig wie dan ook van zijn toenmalige klasgenootjes meer kans zou hebben op het presidentschap dan Kim.

Dat het toch nog zo ver heeft kunnen komen heeft hij te danken aan zijn tactisch inzicht, zeggen zijn bewonderaars. Zijn politieke vijanden spreken liever van opportunisme.

Vijanden heeft Kim altijd al gehad, bij bosjes. Vroeger bekleedden zij topposities in de regering, en zij noemden deze voorvechter voor mensenrechten en voor zuivering van 's lands gecorrumpeerde politieke systeem, een 'agent' van Noord-Korea. Nu marcheren zijn vijanden op straat, leuzen scanderend als 'Weg met King Young-sam'. Ze verwijten Kim dictatoriaal gedrag en achterkamertjes-politiek.

'Noord-Koreaanse agenten', zo noemde de openbare aanklager deze stakende arbeiders deze week. Rond de Myongdong-kathedraal in de hoofdstad Seoul vechten ze dagelijks met de oproerpolitie. Binnen schuilen zeven vakbondsleiders tegen het arrestatiebevel dat tegen hen is uitgevaardigd. Kim kent de kathedraal goed: toen hij nog een dissident was, vond hij er zelf een schuilplaats tegen de traangasgranaten van de politie.

De stakers lopen te hoop tegen een serie nieuwe wetten, die een streep halen door de bestaande, relatief beschermde positie van werknemers, en die de beperkingen op de vrijheid van vakbonden handhaven tot het jaar 2002. Grote woede wekte de manier waarop de wetten door het parlement zijn gejast: 's nachts, in een speciale geheime sessie, zonder enig debat. De parlementariërs van de oppositie waren gemakshalve niet uitgenodigd.

Inmiddels heeft Kims regeringspartij met zoveel woorden toegegeven dat deze gang van zaken niet de schoonheidsprijs verdient. Maar ja, die wetten blijven van kracht, want ze zijn onontbeerlijk om Zuid-Korea's kwijnende concurrentiepositie op de wereldmarkt te verbeteren.

Kims populariteit vertoont al sinds het begin van zijn presidentschap, in 1992, een nog scherper dalende lijn dan de economische groeicijfers van Zuid-Korea. Vermoedelijk heeft Kim gedacht dat hij onverwijld krachtige maatregelen moest treffen om de dalende economische trend te keren; en dat het electoraat, dat toch ook hoopt op een gezonde economische toekomst voor de kinderen, alles in dank zou aanvaarden. Maar voorlopig wordt het land geteisterd door ongekende arbeidsonrust, en een verlammende politieke crisis. En Kims populariteit is lager dan ooit.

Nu is dat voor zijn eigen carrière niet meer zo'n ramp. Eind dit jaar loopt zijn termijn af, en hijzelf heeft bepaald dat presidenten voortaan maar één termijn krijgen. “Ik wil een vrije burger worden zodra mijn ambtstijd erop zit”, zei hij in november - toen hij minder reden had om naar 'vrijheid' te verlangen dan in deze moeilijke tijd. Toch moet het hem krenken als zijn presidentschap, waarvan iedereen zoveel verwachtte, eindigt in traangaswolken.

Kim, zoon van een welvarende vissersfamilie, begon zijn politieke carrière begin jaren '50 nadat hij een graad had behaald in de sociologie. In 1954 werd hij in het parlement gekozen als lid van de regeringspartij van president Syngman Rhee. Al meteen het jaar daarop vestigde hij zijn naam als rebel door een eigen partij op te richten, omdat de president in strijd met de wet een derde ambtstermijn ambieerde.

Vanaf de jaren zestig verwierf Kim bekendheid in binnen- en buitenland als voorman van de NDP, een oppositiepartij die haar aanhang vond bij de intelligentsia. In de jaren zeventig was hij een van de meest uitgesproken tegenstanders van generaal Park Chung-hee, de autoritaire president die het land met behulp van het leger bestierde middels decreten, noodwetten en smeergelden. Kim werd vele malen opgepakt, uit het parlement gezet en anderszins lastig gevallen. Maar ook binnen zijn eigen partij was Kims positie niet onomstreden. Sommige uitspraken werden hem niet in dank afgenomen. Zo pleitte hij voor ingrijpen door de VS - met 30 000 soldaten in het land als erfenis uit de Koreaanse Oorlog - om Park af te zetten. Enkele partijgenoten verweten Kim zelfs dictatoriaal gedrag.

Uit die tijd stamt ook de rivaliteit met zijn toenmalige partijgenoot, en nu zijn grootste politieke vijand: Kim Dae-jung. Als deze twee hadden samengewerkt in plaats van elkaar in de haren te vliegen, dan was Zuid-Korea wellicht veel eerder verlost geweest van zijn uiterst autoritaire en corrupte regimes. In 1990 nam Kim Young-sam een besluit dat verbijstering wekte: hij liet zijn partij opgaan met die van de toenmalige president, Roh Tae-woo.

Via deze nieuwe partij won Kim de verkiezingen in 1992. “Een overwinning niet alleen voor mij, maar voor allen die zo hebben verlangd naar hervormingen in een sfeer van stabiliteit”, zo zei Kim. Hij liet politieke gevangenen vrij, zuiverde het machtige militaire apparaat, voerde democratische hervormingen uit in lokale politieke organen, en gaf de pers meer vrijheid. Voortvarend bond hij de strijd aan met wat hij 'de Koreaanse ziekte' noemde: hij liet door de hoogste regionen van politiek en industrie de bezem halen, in geruchtmakende corruptie-processen tegen ondermeer zijn voorganger, Roh.

Als speerpunt van zijn beleid noemde Kim uiteraard ook de verhouding met het communistische Noord-Korea. Onlangs kwam een doorbraak, toen dat land voor het eerst instemde met directe gesprekken met het Zuiden over vrede. Gunstig voor Kim was ook dat zijn land onlangs werd opgenomen in de Oeso, de club van rijke landen. Kim ziet dat als een succes in zijn strijd voor 'segyehwa', de globalisering van Zuid-Korea, dat “met zijn 5 000 jaar oude beschaving” een “cruciale rol in de wereld” moet spelen.

De matige scholier Kim, die als president nooit echt razend populair werd wegens gebrek aan charisma en hardnekkige geruchten over boter op zijn hoofd, leek niettemin hard op weg naar een standbeeld. Totdat hij de bonden op de kast joeg. Slechte timing, want hij heeft minder dan een jaar om het goed te maken. Tenzij hij de wet aanpast en een tweede termijn bedingt.

mailIcon print |