*

 
dossier

Archief

'Pop is de soundtrack van het leven van alledag'

DOOR SASKIA BOSCH − 12/09/98, 00:00

AMSTERDAM - Ons land is bepaald geen voorloper als het om wetenschappelijk onderzoek naar popmuziek gaat. Toch is er met de aanstelling van René Boomkens (44) nu dan eindelijk de eerste Nederlandse popprofessor. “Pop is het belangrijkste onderdeel van de nieuwe massacultuur. Het is de soundtrack van het leven van alledag.”

Sinds bekend is gemaakt dat Boomkens per 30 oktober de bijzondere leerstoel Popmuziek aan de Universiteit van Amsterdam gaat vervullen, heeft de Amsterdammer geen rustig moment meer gekend. Kranten, radio, televisie; alles en iedereen wil de kersverse hoogleraar popmuziek aan de tand voelen. Boomkens, een makkelijke prater met een vriendelijke uitstraling, kan er wel om lachen. “Ik ben natuurlijk de eerste popprofessor in Nederland. En het is een makkelijk item voor de verschillende media; je kunt er op 1001 manieren aandacht aan besteden. Bovendien zijn veel media benieuwd naar de vraag hoe dat gaat: wetenschappelijk onderzoek naar popmuziek. Dat is hier immers betrekkelijk nieuw, terwijl pop in landen als de Verenigde Staten, Engeland en Zweden al veel langer een onderzoeksobject is. Dat komt omdat pop bij uitstek een Engelse en Amerikaanse aangelegenheid is. Het gevoel dat pop niet echt bij ons hoort, heeft Nederlandse wetenschappers in het verleden kopschuw gemaakt.”

Daarnaast is het onderzoek naar pop volgens Boomkens te lang uitsluitend geassocieerd met de jongerencultuur. “Dat begon al in de jaren zestig met het onderzoek van sociologen en pedagogen naar de nozems en de provo's. In de jaren tachtig heeft er echter een belangrijke omslag plaatsgevonden en ging men popmuziek niet langer zien als een zorgelijk sociologisch fenomeen, maar als een vernieuwende factor. Sindsdien is het klimaat rijp voor een hoogleraar popmuziek.”

Boomkens is van huis uit filosoof. Hij verwierf zijn kennis van de popmuziek als autodidact; door veel te luisteren en te lezen. Het neemt niet weg dat hij zeer uitgesproken ideeën over het onderzoek naar popmuziek heeft. Zo zullen de onderzoeken wat hem betreft vooral een sociologische en cultuurtheoretische invalshoek krijgen. “Strikt musicologisch is pop toch minder interessant. Je kunt misschien niet zeggen dat het altijd om dezelfde drie akkoorden gaat, maar de vernieuwing zit meestal niet in het musicologische, maar in de veranderingen in de sound van de pop. Wat dat is sound? De samenwerking tussen muziek, techniek en presentatie. Je ziet de afgelopen jaren dat de techniek de muziek is gaan overvleugelen door nieuwe technieken als sampling en scratchen. Daar komt geen partituur bij kijken.”

Hij bepleit vooral meer aandacht voor de betekenis van de verschillende muziekstromingen in de popmuziek. “Waarom komt een nieuwe stroming juist in een bepaalde periode op? Zo zegt punkmuziek veel over de sociale context van die tijd en staat in schril contrast met de veel vrolijker en hedonistischer house-muziek van nu. Of je zou na kunnen gaan waarom bepaalde liedjes zo'n invloed hebben gehad. Er zijn in de popmuziek songs die het teken waren van iets nieuws.”

“Denk maar aan 'Like a virgin' van Madonna. Dat stond voor een nieuwe, agressievere soort vrouwelijkheid. Het ging over een vrouw die ervoor koos haar lichaam in te zetten en dat riep een enorme discussie op bij feministen: Wat is dit? Is dit feminisme? Het afzetten tegen het slachtoffer-feminisme, zat al in dat nummer. Daarna zijn ook zangeressen als P. J. Harvey en Tori Amos andere liedjes gaan maken. Niet meer van die lieve liedjes. Veel agressiever en spannender dan eerst. Dat hebben we te danken aan Madonna en Patti Smith.”

Topdrie

Toch zijn deze zangeressen niet in de persoonlijke topdrie van Boomkens terug te vinden. Wel 'I want you' van Bob Dylan (“het perfecte liefdesliedje”), 'Alison' van Elvis Costello (“het perfecte liefdesverdrietliedje”) en 'You really got me' van de Kinks (“ultieme rock & amp; roll; die ene riff, meer heb je niet nodig”). “Nee, een house-track zit er niet bij. Ik ben een fan van het compacte liedje. Langer dan drie minuten hoeft het voor mij niet te duren en bij house overheerst voor mij de monotonie toch de dansbaarheid.”

Waarmee niet gezegd is dat Boomkens alleen warm loopt voor de helden uit zijn jeugd. “Ik ben als sinds de jaren zestig een fan van de popmuziek. Aanvankelijk identificeerde ik me sterk met de tegencultuur van de hippies en met het 'lonerschap' van Neil Young. Later is mijn smaak diverser geworden en ben ik de muziek gaan waarderen los van de uitstraling van de artiest. Pop heeft de klankkleur van mijn leven beïnvloed. Zo heeft de punk en new wave me losgeweekt van de gezapige smaak. En de laaste vijf jaar heb ik de Nederlandse pop ontdekt. Vroeger had ik nooit belangstelling voor Nederpop. Door bands als Bettie Serveert, Skik en Rowwen Hèze ben ik helemaal omgeslagen. Maar ook een artiest als Beck vind ik spannend. Hij blaast de oude folk nieuw leven in en is tegelijkertijd niet band voor heavy metal of hiphop. Popmuziek heeft zoveel aspecten, die de moeite waard zijn om in kaart te brengen. Muziek heeft zoveel impact, het is voor mij medium nummer één.”

Verlanglijst

Boomkens liefde voor de pop komt ook tot uiting in de lange verlanglijst die hij in zijn hoofd heeft. Hoewel zijn aanstelling slechts voor één dag per week is, heeft hij voor de komende vijf jaar plannen te over. “Ik hoop een traditie te creëren in onderzoek naar belangrijke ontwikkelingen in de pop, een netwerk van Nederlandse onderzoekers op poten te krijgen en in ieder geval één keer een internationaal popcongres in Amsterdam te organiseren. Dat hebben we nog nooit gedaan. Daarnaast wil ik het debat tussen journalisten en literatoren die over pop schrijven enerzijds en wetenschappers anderzijds versterken. De laatste jaren verschijnen er steeds meer goede interviews en achtergrondverhalen in de pers, waarin het belang van pop en de persoonlijke betrokkenheid naar voren komen. De wetenschap resulteert vaak in droge, serieuze werken waarin iedere bevlogenheid ontbreekt. Hopelijk kunnen die twee groepen elkaar beïnvloeden en de wetenschap inspiratie opdoen bij de critici. Waarom zou Gert van Veen als muzikant en journalist niet als gastdocent kunnen vertellen over de nieuwste ontwikkelingen in de techno?”

De hoogleraar realiseert zich dat het een hele klus zal zijn om het onderzoeksterrein van de pop goed af te bakenen. “Tja, wat is pop? Het heeft zijn bronnen in de zwarte muziek en kent tevens Europese, blanke invloeden. Maar inmiddels is het zo uitgewaaierd. Alles kan erin, behalve Johnny Jordaan.”

Over het belang van de popmuziek heeft de professor echter geen twijfels. “Pop is het belangrijkste, want relatief goedkoopste en meest toegankelijke, onderdeel van de nieuwe massacultuur. Het is de soundtrack van het leven van alledag. In het zwembad, in de supermarkt, thuis; pop is een achtergrond die altijd aanwezig is. En de emotionele impact is groter dan van andere media. Mensen ruziën niet over de nieuwe film van Tarantino, maar wel over de nieuwe cd van die-en-die.”

mailIcon print |