*

 
dossier

Archief

Verzekeringskamer: Als de wet zegt linksom, gaan wij niet rechtsom

INEKE NOORDHOFF − 09/09/95, 00:00

APELDOORN - Deze keer pikken de heren het niet meer. De Verzekeringskamer heeft buitengemeen fel gereageerd op de nieuwe aanvallen op het toezicht op verzekeringsmaatschappijen. Openlijke excuses eisen ze van KRO's Reporter en anders komt er een zaak van. Reporter stelde deze week dat de Verzekeringskamer oplichters ruim baan bood.

De journalisten baseerden zich op de faillissementen van Stichtse Glas en Ardenia in 1993. Eerder al waren vragen gerezen over het toezicht naar aanleiding van het omvallen van Vie d'Or in diezelfde periode.

“Onzin”, vinden A. Vermaat, voorzitter van de Verzekeringskamer, en in zijn kielzog medebestuurder A. Kool. De laatste was helemaal de gebeten hond omdat hij volgens Reporter soepeler zou zijn voor fraudeurs dan zijn ondergeschikten. Ook dat wordt categories ontkend.

Het verweer van de Verzekeringskamer is echter al gauw ontoereikend. Bij de toezichthouder liggen allerlei vertrouwelijke gegevens. In verband daarmee is het in Apeldoorn een deugd, en wettelijke plicht, om je mond te houden.

“Instellingen die wij onder toezicht hebben beheren 800 miljard gulden”, schetst Kool de enorme verantwoordelijkheid. Het leeuwendeel daarvan wordt keurig beheerd. Maar sinds de verzelfstandiging van de Verzekeringskamer, drie jaar geleden, zijn er drie incidenten geweest. “Toeval”, reageert het duo.

“Wij hebben in Nederland een systeem gekozen waarbij de Verzekeringskamer achteraf toezicht uitoefent”, doceert Vermaat. In Duitsland moesten maatschappijen al hun produkten voordat ze op de markt komen, voorleggen aan de toezichthouders.

“Je kunt iedere kroket proeven, maar dan krijg je een starre markt”, vind ook Kool. “Nederland koos daar dus niet voor. In 1994 is in Brussel besloten ook in Europa zo te gaan werken. Dat zegt toch wel wat.”

De Verzekeringskamer in Apeldoorn, in 1968 daar beland in het kader van de spreiding van rijksdiensten, bouwt voort op verklaringen van externe accountants en actuarissen, door de verzekeraars ingehuurd om de cijfers te controleren. “Wij gaan ervan uit dat zulke controles in beginsel goed gebeuren”, aldus Kool.

In Apeldoorn zijn ze niet blind voor het feit dat accountants ook weleens iets over het hoofd zien, maar zij zien dat als een klein risico. Vermaat en Kool vinden het niet zinnig in verband daarmee het hele systeem te veranderen. Het zou ook erg duur worden als de Verzekeringskamer al dat werk moest gaan overdoen. Maar bovenal: zo is het geregeld in de wet.

Opdracht

Vermaat schermt vaker met de wet. Politici hebben de Verzekeringskamer een bij wet vastgelegde opdracht gegeven. En daarbij ook vastgesteld op welke manier en met behulp van welk instrumentarium die taken gedaan moeten worden. Dus politici moeten ons nu niet gaan verwijten dat het toezicht te licht is, vinden ze in Apeldoorn. “Want we doen niet anders dan ons is opgedragen. Als de wet zegt dat wij linksom moeten, gaan wij niet rechtsom.”

Natuurlijk is het mogelijk gaandeweg de wet bij te stellen, daarvoor wil Vermaat niet blind zijn. “Dat gebeurt ook. Ook nu kijken we of de regels moeten worden aangepast.”

De bij wet opgelegde geheimhoudingsplicht leidde recent tot een fors conflict met het parlement. Dat wilde (via de Rekenkamer) de werkwijze van de toezichthouder bestuderen in zake het faillissement van Vie d'Or. De Verzekeringskamer stelde zich formeel op (Vermaat: “wilde zich aan de wet houden”) en weigerde het gevraagde.

Vermaat fel: “Er is geen sprake van dat wij formalistisch zijn. Het staat in de wet dat wij dat niet mogen doen. Wij hebben nota bene zelf modaliteiten bedacht waaronder de Rekenkamer wel informatie kon krijgen. Om hen tegemoet te komen. Dat wilde de Rekenkamer niet. Dan is het niet fair om nu te zeggen dat wij onze hand overspelen. Als de wetgever het anders wil, moet hij de regels veranderen. Dan doen wij echt niet moeilijk”, aldus de oud-CDA-senator. Hij voegt eraan toe: “De Raad van State was het trouwens met ons eens.”

De Verzekeringskamer oogstte met die houding achterdocht. Volgens Kool hebben de verzekeraars echter met applaus gereageerd. “Zij weten nu tenminste zeker dat wat ze in vertrouwen aan de ons vertellen, geheim blijft”, constateert hij tevreden.

Vermaat en Kool geven toe dat de regels niet perfect zijn. Zo zijn er diverse leemtes - waar fraudeurs van kunnen profiteren. Extra pijnlijk voor de Verzekeringskamer is dat fraudeurs de weg naar die leemtes nu lijken te vinden aan de hand van de aanwijzingen van een ex-bestuurder van de Verzekeringskamer, C. Graadt van Roggen. Dit pijnlijke punt willen Kool en Vermaat niet bespreken. De man werkt niet meer voor hen.

Wel willen ze praten over een 'gat' in het toezicht op tussenpersonen. Sommige bemiddelaars krijgen een volmacht van de maatschappij: zij mogen zelf polissen opmaken. Daarmee worden zij een soort 'onder'-verzekeraar. Maar de Verzekeringskamer mag niet bij hen in de boeken kijken. Stichtse Glas, aan fraude ten onder gegaan, verkocht de helft van zijn polissen via één bemiddelaar. Daar zat iemand die ook in het complot zat, zo bleek later.

“Er is een heel licht regime van toezicht op tussenpersonen” geven Vermaat en Kool toe. En voor zover dat toezicht bestaat, wordt het niet door hen uitgevoerd maar door de Ser. Zo staat dat in de wet. En dat schept ruimte voor fraudeurs, zo geven ze toe.

Nog zoiets: diverse verzekeraars zijn tevens de geldschieter van tussenpersonen. Via die belangenverstrengeling kan geld, dat als provisie wordt betaald, uit de verzekeraar gesluisd worden naar privé bv's. Ongezien door de toezichthouder.

Belangenverstrengeling is toegestaan. Zeer hoge provisies geven aan de bevriende tussenpersonen mag. “Het is onzakelijk maar niet verboden”, aldus Kool. Hij wil dat ook niet verbieden. Soms kan het verstandig zijn, legt hij uit: “Een jong bedrijf, wil zich de markt opwerken met nieuwe produkten. Tussenpersonen vinden het ingewikkeld en laten het bedrijf links liggen. Wat doet die nieuwe verzekeraar? Hoge provisie betalen. Of zelf tussenpersonen in het zadel helpen. Anders kom je er niet tussen.”

Zo ging het ook met Vie d'Or. “Het eerste waar de Verzekeringskamer zich om bekommert is of de verzekeraar genoeg vermogen heeft om aan zijn toekomstige verplichtingen te voldoen”, legt Vermaat uit. Als er geld naar privé BV's of tussenpersonen wordt afgetapt, moet er dus vermogen worden bijgestort door aandeelhouders. Ook eist 'Apeldoorn' tegenwoordig extra geld op een geblokkeerde rekening per verkochte polis die met verlies wordt verkocht. Zo wordt prijsdumping enigzins ontmoedigd, maar niet verboden.

Met Vie d'Or had de toezichthouder dus ook geen moeite zolang de aandeelhouders bleven bijstorten. Ook bij Ardenia werd extra vermogen geëist. Dat kwam niet. In Apeldoorn wijzen ze weer naar de wet: voordat er publiekelijk maatregelen tegen Ardenia werden genomen kreeg de maatschappij nog haar wettelijke recht op beroep. Met praten en lamenteren vlogen weer enkele maanden heen.

Al die tijd bleef de maatschappij polissen verkopen. Zonder dat de Verzekeringskamer er iets aan deed, aldus Reporter. “Onzin” vindt Vermaat dus. Direct op 5 oktober 1992, toen Ardenia op Guernsey haar vergunning verloor, was er een produktieverbod in Nederland van kracht. Dat werd op 18 november nog eens schriftelijk bevestigd. Dat Ardenia ondanks dat verbod polissen verkocht, kan de Verzekeringskamer niet helpen: “Wij hebben geen opsporingsbevoegdheid.”

Omdat er zo hier en daar leemen in het toezicht zitten, moeten we nog niet het hele systeem overboord zetten, concluderen Vermaat en Kool. Als politici vinden dat het systeem ingrijpend veranderd moet, geven ze dat maar aan. Van Vermaat en Kool hoeft dat niet.

mailIcon print |