*

 
dossier

Archief

Weiger-yuppen krijgen nog de geijkte celstraf

Door: redactie − 08/02/96, 00:00

Van onze correspondent ARNHEM - De militaire kamer van het gerechtshof in Arnhem heeft een dienstweigeraar gisteren in hoger beroep tot zeven maanden gevangenisstraf veroordeeld. Het hof bevestigde daarmee een eerder oordeel van de Arnhemse rechtbank, die in oktober 1994 tot eenzelfde strafmaat kwam.

Tegen een andere dienstweigeraar werd door procureur-generaal E. van den Boezem, in navolging van het vonnis van de rechtbank, eveneens zeven maanden gevangenisstraf geeist. De man zou op 14 oktober 1993 geweigerd hebben dienst te nemen. In deze zaak doet het hof over twee weken uitspraak.

Naar de hoger beroepzaken van enkele weiger-yuppen werd gisteren met belangstelling uitgekeken, nadat staatssecretaris Gmelich Meijling van defensie op 29 januari bekend maakte, dat de opkomstplicht per die datum was opgeheven. De laatste lichting meldde zich die dag in de kazernes. Zij hoeven maar negen maanden te dienen, want eind augustus wordt een generaal pardon van kracht en dan zit voor alle dienstplichtigen de diensttijd er op.

Maar voor het openbaar ministerie betekent dit niet dat daarmee de lopende zaken tegen weiger-yuppen, dienstweigeraars die uit economische motieven een beroep op de Wet gewetensbezwaren hebben gedaan, in een ander daglicht zijn komen te staan. Ook het hof lijkt daarmee vooralsnog geen rekening te willen houden.

Procureur-generaal Van den Boezem: “De zaken zijn niet wezenlijk anders dan de eersten. De dienstweigeraars hadden dienst kunnen nemen. Nu ze dat niet hebben gedaan, is het risico voor hen. Het blijft een ernstig feit en het is duidelijk dat ze om economische of sociale redenen de Wet gewetensbezwaren misbruiken, aldus Van den Boezem, die zich een geval herinnert waarbij een dienstweigeraar vroeg om aanhouding van zijn zaak, omdat zijn Porsche juist voor het gerechtsgebouw een aanrijding had gehad.

Als voorgaande

Volgens de procureur-generaal is het OM ook niet de instantie die een generaal pardon voor deze groep dienstweigeraars kan verlenen. Van den Boezem: “Dus zolang het hof en de minister niet anders over de strafmaat denken, zal het OM de zaken die zijn aangebracht behandelen als alle voorgaande.”

Advocaat E. Martens probeerde een aantal malen het Arnhemse hof te verleiden tot aanhouding van een zaak. Defensie in Kerkrade zou zich momenteel buigen over toekomstig beleid inzake de bijna duizend weiger-yuppen en ook de Hoge Raad komt op 5 maart met een procedurele uitspraak. Maar president R. Lion schoof een verzoek om herkeuring opzij, waarna de dienstweigeraar de procureur-generaal zeven maanden hoorde eisen.

Onredelijk, meende de advocaat. Als er al een straf werd opgelegd, moest er volgens hem bij de strafmaat rekening worden gehouden met de afschaffing van de dienstplicht. Want zijn cliënt zou zijn dienstplicht niet eens meer kunnen vervullen, als hij dat nu alsnog zou willen. En omdat dienstplichtigen nu nog maar negen maanden in het leger hoeven, vond Martens een straf van zes maanden, omgezet in dienstverlening, in het uiterste geval te billijken.

Twee andere weiger-yuppen hadden op het allerlaatste moment nog eieren voor hun geld gekozen. Zij verschenen in legertenue voor het hof: zij maakten inmiddels deel uit van de laatste lichting dienstplichtigen. Hoewel de procureur-generaal ook in deze gevallen sprak van 'een ernstig feit', was hij verheugd dat het tweetal zich niet halsstarrig toonde en uiteindelijk toch dienst had genomen. Tegen ieder van hen eiste hij daarom een boete van 500 gulden.

mailIcon print |