MAASTRICHT - Komt, laten we eens lekker dromen over Stravinski, vooral zijn 'Petroesjka', zijn ritmen. Komt ook dromen van Ravels heldere instrumentatie, en niet te vergeten van Debussy's kleuren. Komt, zo leek de componist Bohuslav Martinu ons toe te roepen, u vergapen in het toverpaleis van de muziek, met een snufje Bizet, een vleugje Satie, maar vooral veel opwinding van de 'roaring twenties'.
Het was zaterdagavond in het Vrijthof-theater waar de Opera Zuid ons door de spiegelwereld voerde van Martinu's muziektheater-zonder-geheugen. Want op het moment dat je dacht iets te herkennen, was het effect opgelost, bleek Martinu de muziek in zijn opera 'Julietta' zo'n slimme wending te hebben gegeven, dat je je vertwijfeld afvroeg: was het Ravel, of leek het maar?
Precies zoals Michel, boekverkoper uit Parijs, ontredderd naar zijn hoofd greep toen hij verzeild raakte in een kleine havenstad; hij merkte er dat de bewoners zonder geheugen, zonder verleden leven. 'Politieman? Had u mij eerder ontmoet? Bestaat niet; ik was geen politieman, ik ben postbode.' Zo zit deze opera uit 1938, naar een toneelstuk van Georges Neveux, vol met dergelijke ontmoetingen. Centrale lijn in het verhaal: de liefde die Michel heeft opgevat voor een jonge vrouw genaamd Julietta, en die hij probeert terug te vinden.
“Het is bijna onmogelijk de precieze inhoud van 'Julietta' te beschrijven. Het stuk heeft geen plot en handelt noch in het heden noch in een wereld van illusie, maar balanceert op het fragiele randje van beide, zodat alle realiteit fictie lijkt te zijn en alle fictie de vorm aanneeemt van realiteit. Door een fijnmazig net van onverwachte situaties en onlogische conclusies loopt de rode draad van de menselijke geest, van het geheugen, waarvan de geschiedenis van ons handelen en van ons leven afhangt.”
Wat een bof dat het programma-boekje dit citaat van de Tsjechische componist Martinu (1890-1959) te lezen bood. Gelukkig streefde de regie van David Pountney er ook niet naar om het verhaal begrijpelijk te maken.
De tegen een helling opgebouwde zanderige vlakte waarop de ontmoetingen zich afspeelden tussen Michel en de inwoners van het havenstadje, onderstreepte de absurdistische situatie rond de broodnuchter uitziende Michel. Hij, de verkoper van boeken, van verhalen, dromen, fantasieën, wist geen raad met de droom-fantasiewereld die over hem heen viel. De lange, onhandig rondstappende, maar verdraaid goed zingende Engelse tenor John Daszak wist de ontredderde Michel goed te verbeelden.
Achter de zandvlakte een dubbele wand van spiegelende ramen waar de belichting effectief mee speelde, ontworpen door Stefanos Lazaridis. Het geheel deed naïef aan, als in naïeve schilderkunst. Dat combineerde uitstekend met de kleurrijke en ritmisch-vrolijke partituur. In de heldere en royale akoestiek van het Maastrichtse muziektheater kwamen deze ongecompliceerde noten gemakkelijk tot leven, ook omdat het Limburgs Symphonie Orkest onder leiding van Martin André ongedwongen musiceerde.
In het verslag over een opera die mensen zonder geheugen ten tonele voert, zou je bijna aan de verleiding bezwijken om de lijst van zingende medewerkenden te vergeten. Het zijn er velen, welgeteld zestien, die in één tot vier rolletjes iedere identificatie tot een lachertje maken. Natuurlijk springt naast John Daszak (Michel) de Franse sopraan Catherine Dusbosc er uit: een prille, mooie, maar ongrijpbare Julietta. Wie zeker in de herinnering blijft is de Limburgse tenor Hein Meens als een vocaal potente en qua uitdossing alom tegenwoordige man-van-het-gezag in wisselende uniforms.
Bohuslav Martinu, bij ons nog het meest bekend om zijn indrukwekkende 'Soldatenmis', schreef een achttal opera's. Allemaal met onwerkelijke werkelijkheden als onderwerp. Het is een goed initiatief van Opera Zuid om hem eens te belichten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.