Het is nog niet zo heel lang geleden, zeg een kleine twintig jaar. Hilbert van der Duim, één van 's werelds beste schaatsers en als hij weer eens iets gedaan had, kwam hij met een grote grijns ons studiootje (waar dan ook opgesteld) binnen. Die grijns was mooi, de rest niet, want Van der Duim was van die generatie (Schalij, Kramer, Vunderink, de oudere Van Helden en de afscheidnemende Kleine, De Boer, De Jong, Ket, Van der Roemer, Post, Van der Pal) juist de man die de pet het diepst in de ogen trok.
Pardon? De pet watttt?
In de tijd toen Til Gardeniers nog toezag op wat wel en niet kon als het over reclame in de sport en reclame op de buis ging, was bijna niets mogelijk. Televisiemakers reisden met handdoeken naar evenementen en dreigden voortdurend door sportmensen bedonderd te worden. Van der Duim was daar voortreffelijk in. Hij trok de wollen schaatsmuts met opzichtige sponsornaam zo onwaarschijnlijk diep over de ogen dat hij bijna niets meer zag en de camera's er niet omheen konden.
Wat wij, televisiemakers, in die dagen nog niet wisten, was dat de sponsor (natuurlijk zei de directeur dat hij een keurig en fatsoenlijk mens was, maar dat was uiteraard niet zo!!) een geldbedrag uitloofde aan de sporter die met de verderfelijke muts goed duidelijk in beeld kwam.
Later hoorde ik dat het om een flink handgeldje ging en zegden wij de sporters toe dat ze een dergelijk bedrag ook van ons konden krijgen als ze de pet dan NIET op zouden zetten tijdens een interview. Begrijp me goed; schaatsers hebben petten op. Daar worden ze mee geboren, maar het gros van alle interviews vond altijd binnen plaats. In warme ruimtes waar een trui al te veel was en waar deze bedriegertjes dus met die petten op de botte koppen aanschoven.
Ik kan me ook nog een vrouwencoach herinneren, ene Louwmans, die het allemaal nog erger maakte. Hij had een opzichtig sponsorpak aan en we vroegen hem dat uit te doen, helemaal omdat hij nog een laag of drie aan kleding onder het jack had zitten. Onder gemor ging het sponsording uit en verscheen er een andere trui met uitingen... Dit kon dan net weer wél volgens de toen geldende regels en we begonnen met het gesrpek. Louwmans schoof over zijn stoel en ging, al pratend, precies zo zitten dat onder zijn arm nog een reclame-uiting van het jack dat over de stoel hing te zien was. Gekker kon het niet, maar het gebeurde wel.
Kijk, in die tijd hadden de nationale ijshelden nog niet zoveel geld, maar ze hadden ook geen moraal en ze wisten helemaal niet hoe ze met die zaken om moesten gaan. Ze wisten slechts een ding: pak de poen, ook al is het maar een paar tientjes.
Erger was natuurlijk de opstelling van de vertegenwoordigers van al die sponsoren die in de loop der jaren langskwamen. Uit een periode van iets later herinner ik me alleeen Yvonne van Gennip als uitzondering. Zij deed niet mee aan die gekte, deed aan wat haar goed stond, want prettig ijdel, en waar ze zich prettig in voelde en was een lichtend voorbeeld voor anderen.
Gek, we leven nu twee decennia later, maar de mutsen en de jaren-tachtig variant, de haarbanden, doen weer opgeld. Geen vraaggesprek kan gemaakt worden zonder dat de ijsheld nog snel iets over of om het hoofd trekt. Zo keek ik de afgelopen week naar allerlei huldigingen van Elfstedenbedwingers en overal zag ik mallotige mutsen en haarbanden. Met opschriften die niet te lezen waren, met uitingen van slagerijen, takelbedrijven, cafés, werkplaatsen en (uiteraard) softwarebedrijven. De wereld heeft dus niets geleerd, dacht ik.
Toch, die natuurmensen moeten sjacheren, moeten met kleine sponsortjes werken en zijn hondsblij dat ze een keer op de buis komen, dus wat begrip heb ik ook wel weer. Ik ben milder geworden; het zal wel door de leeftijd komen. Echter, bij zo'n groot schaatskampioenschap in zo'n hal is het nog steeds raak. Let maar eens op: daar komt Tonny aan of Rintje of Falko. Ze rijden op de interviewer af, trekken nog een haarband om de zwetende kop en gaan staan.
Van der Duim pakte een handgeldje en trok de pet in zijn ogen. In een warme studio. Ach... gek, maar toch wel weer charmant. Deze kampioenen doen eigenlijk hetzelfde, aangespoord door p.r.-mensen die nog wat moeten leren. Eigenlijk is er in al die tijd niets veranderd, alleen de opschriften: Van Tarvo en Rivella, naar Aegon en Sanex; twintig jaar schaatsen in Nederland en de muts diep in de ogen. Heerlijk sportland toch...
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.