BETHLEHEM - Afgeladen vol is de bioscoop van Bethlehem. Het balkon lijkt door te zakken. De bedoeïenenstam van de Tamari's beleeft zijn fijnste uren.
Beide moslim-parlementszetels van het district Bethlehem en omgeving hebben ze in de wacht gesleept, met overmacht. Hoofddoeken, zwart en rood geruit, of spierwit, beheersen het beeld. Tot ellende van stadse inwoners van Bethlehem, die met lede ogen toezien hoe de oorsponkelijke woestijnbewoners steeds meer hun stempel drukken op de geboorteplaats van koning David en Jezus.
De Tamari's leiden al lang geen zwervend bedoeïenenbestaan meer en de tenten hebben ze ingeruild voor vaste woningen, vooral in dorpen ten zuiden van Bethlehem. Maar binnen hun clan, de asjira, gelden nog wel de keiharde regels van de solidariteit, even goed voor in Amerika afgestudeerde intelllectuelen als voor analfabeten. En die solidariteit bleek bij de eerste Palestijnse verkiezingen goud en zilver waard. De Tamari's hebben zich niet gestoord aan een fatwa van geestelijken uit Hebron die de verkiezingen veroordeelden. De geestelijken hadden er bezwaar tegen dat de kiezers vier stemmen mochten uitbrengen. “God heeft aan de mens één stem gegeven, om ten overstaan van de Allerhoogste de geloofsbelijdenis uit te spreken”, zouden ze hebben geoordeeld.
De Tamari's juichen eerst hun zilveren medaille-winnaar toe, de als tweede geëindigde Daoed Al-Zir. Hij kreeg ruim 9000 stemmen. Stralend neemt hij de hulde in ontvangst. Een clangenoot prijst hem omdat hij de verkiezingsstrijd met zuiver democratische middelen heeft uitgevochten. Tot die middelen behoorde ondermeer het democratisch kelen van talloze schapen, want de liefde van de kiezers gaat ook door de maag.
Al-Zir eert zijn verslagen tegenstanders die voor niks schapen hebben geslacht en volgens voorzichtige schattingen hier, per persoon 50 000 dollar lichter zijn geworden. Na de minuut stilte voor de gevallenen in de intifada, de Palestijnse opstand, wil de menigte overgaan tot de traditionele betuiging van trouw aan Al-Zir: “Wij hebben ons bloed en leven voor jouw over”. Al-Zir klopt dat resoluut af met een handbeweging. “Wij hebben ons leven over voor Palestina”, roept hij. Hij oogst een donderend applaus, maar ineens is alle aandacht voor hem weggestorven, want de winnaar van het goud treedt binnen, Salah Al-Tamari, goed voor bijna 18 000 stemmen.
Goede wijn behoeft geen krans. Op zijn verkiezingsbiljet staat alleen zijn foto, groen Arafat-pak en staalblauwe ogen, en zijn naam. Andere kandidaten tooiden zich met titels als 'uw guerrillastrijder', 'zoon van de vluchtelingentent', of 'geweten van de natie'. Salah Al-Tamari heeft dat niet nodig. Wie kent hem niet, de man die met de ex-vrouw van de Jordaanse koning Hoessein, Dina, is getrouwd, en die, volgens de verhalen hier, van Hoessein honderdduizenden guldens kreeg, als dat huwelijk maar geen bastaard-prinsen en -prinsessen zou opleveren. Tamari vocht in 1982 als kolonel bij de PLO tegen het Israëlische leger, bij de Libanese hoofdstad Beiroet. Midden jaren tachtig schreef een Israëlishe journalist, na een ontmoeting met Al-Tamari, een boek over hem: 'Mijn vijand, mijn vriend'.
De zaal wordt gek. Lange tijd lukt het de feliciterende afgevaardigde van PLO-voorzitter Jasser Arafat zelfs niet met een microfoon het lawaai te overstemmen. Vrouwen produceren het zo typische gegil van bruilofsfeesten. Als Al-Tamari spreekt verheft hij zijn stem niet, want dat heeft iemand met gezag niet nodig. Menigeen tipt hem als de opvolger van Arafat. Hij besluit met een belofte aan inwoners van vluchtelingenkampen: hij zal zorgen dat ze terug kunnen naar de dorpen of steden die zij of hun voorouders na de oorlog van 1948 moesten verlaten. Die dorpen lagen in wat nu Israël is, en de meeste ervan bestaan al lang niet meer.
Hoe hol de belofte van Al-Tamari is, en hoe betrekkelijk het Palestijnse zelfbestuur, blijkt buiten. As ze goed kijken kunnen inwoners van de Joodse wijk Gilo vanaf hun heuvel turven wie er de bioscoop in en uit gaat.
Bethlehem krijgt geen parlementslid. Het district waarin de stad ligt zal worden vertegenwoordigd door twee moslims uit de dorpen en twee christenen uit de zustersteden Beet Sachoer en Beet Djala. Een christelijke inwoner van Bethlehem verbaast het niet. Als Europa al te beroerd is de Serviërs te helpen tegen de Bosnische moslims, hoe denk je dan Bethlehem te redden? Dat Bethlehem steeds islamitischer wordt, ligt aan de emigratie van christenen. Bijna heel christelijk Bethlehem zit in Monterrey aan de kust van Mexico. Overblijvers zijn zo verdeeld, dat geen enkele kandidaat een kans maakte. Afgezien van talrijke verhalen over stemmenopkoperij, komen klachten over deze verkiezingen vooral uit dorpen. Functionarissen schopten daar analfabeten die het allemaal niet begrepen het stembureau uit. Volgens de campagneleider van Daoed Al-Zir kwam het ook voor dat functionarissen hielpen bij het invullen van het biljet door een kruis te zetten achter de verkeerde naam.
Arafat haalde hier maar 65 procent. In dit district met zijn vele christenen is het Libanese systeem toegepast. Hoewel ze in de minderheid zijn krijgen de christenen evenveel zetels als de moslims. De felicitatiebijeenkomsten bij de christelijke winnaars zijn bescheidener dan het feest in de bioscoop. Basjara Dawoed heeft 72 uur niet geslapen. Nee, zegt hij, veel geld heeft het hem niet gekost, deze overwinning. Hij was al bekend genoeg. In 1978 ontsloegen de Israëliërs hem als burgemeester van Beet Djala, nadat hij zich had verzet tegen de bouw van de nederzetting Gilo op de grond van Beet Djala. Familieleden uit Zuid-Amerika gaan rond met Braziliaanse snoep. Hij zal proberen om emigranten te bewegen terug te keren, of om in elk geval hier te investeren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.