*

 
dossier

Archief

HAKKELAAR-PROCES

Door: redactie − 11/01/97, 00:00

AMSTERDAM (ANP) - Justitie ontkent dat in het onderzoek naar de bende van Johan V., de Hakkelaar, advocaten zijn gevolgd en geschaduwd door de politie.

De Amsterdamse officier van justitie mr. M. Witteveen deed de ontkenning gisteren tijdens het proces tegen V. en zijn medeverdachten. De raadslieden mr. A. Moszkowicz en mr. G. Spong hadden opheldering geëist naar aanleiding van een bericht in De Telegraaf, waarin werd gesteld dat advocaten geruime tijd waren geschaduwd. De krant zei zich te baseren op de inhoud van computerbestanden, die vorige maand werden gestolen bij een inbraak bij het Landelijk recherche team (LRT) in Zeist.

“Baarlijke nonsens”, aldus mr. Witteveen, die zei dat onder verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie in Amsterdam nooit een volg- of schaduwactie jegens advocaten heeft plaatsgevonden. Een verzoek van mr. Spong één van de auteurs van het Telegraaf-artikel als getuige te horen, wees de rechtbank af.

De procesdag stond vooral in het teken van de handelwijze van het openbaar ministerie. Zo antwoordde mr. Witteveen op vragen van de rechtbank dat in 1994 is geprobeerd om Fouad Abbas Abdullah, één van de twee veelbesproken kroongetuigen, aan te laten houden. De naspeuringen, ondermeer in België en Canada, bleven zonder succes.

De rechtbank wilde een aantal onduidelijkheden opgehelderd zien, maar Abbas bleek telkens met de noorderzon vertrokken. Justitie verdacht hem van betrokkenheid bij de grootscheepse hasjhandel van de Hakkelaar. De van origine Pakistaan bleef onvindbaar totdat hij zich in 1995 via zijn advocaat meldde bij de Nederlandse autoriteiten met de vraag om een deal. Abbas betaalde 1,8 miljoen gulden en legde uiterst belastende verklaringen af tegen de top van het syndicaat van Johan V.. Het gevaar van strafvervolging was voor hem daarmee geweken. Bij het vragen van toestemming voor een deal aan de Amsterdamse hoofdofficier van justitie mr. Vrakking hebben de verantwoordelijke officieren Teeven en Witteveen er wel op gewezen dat Abbas vermoedelijk een “grotere jongen” was dan hij zich voordeed. Pas in zijn achtste verklaring is zijn aandeel in de wereldwijde drugshandel “in zijn volle omvang” naar voren gekomen, aldus mr. Witteveen.

mailIcon print |