*

 
dossier

Archief

'Ik wil gewoon niet in een hokje'

Door: redactie − 20/03/99, 00:00

Fons van Westerloo (Amsterdam, 1946) is directeur van SBS6 en van NET5, de zender die op 6 maart de lucht inging. Hij was journalist bij het dagblad De Tijd, verslaggever, correspondent en hoofd van de informatieve sector radio en tv bij de Avro, hoofdredacteur van AT5 en programmadirecteur bij RTL5. Van Westerloo beantwoordt de tien geboden zoals ze voor de katholieke kerk gelden.

1. Gij zult de Heer uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

,,Ik was in mijn jeugd behoorlijk gelovig. Al denk ik, achteraf bezien, dat het meer met neuroses dan met God te maken had. Tijdens examens bad ik: 'Heer, help mij, Heer, hélp mij' en dan ineens, boem!, zag ik het. Nou, dan wil je wel gaan geloven dat Hij bestaat. God was iemand op wie ik kon vertrouwen, iemand die over mijn schouder meekeek. Zo rond mijn twintigste begon ik te twijfelen. Ik leerde mijn echtgenote kennen. Zij was ook van roomse komaf, maar haar vader was het type katholiek dat de kerk even in - en uitholt en vervolgens snel een biertje gaat drinken aan de overkant. Zij leek op hem en haar minder strakke houding ten aanzien van het geloof had de nodige invloed op mij. Mijn ouders waren dol op Henny, maar ze hadden tegelijkertijd het idee dat ik een heiden in huis had gehaald. Mijn twijfel werd groter toen ik een paar jaar later als verslaggever de wereld introk. Ik ben opgevoed met de gedachte dat God goed is, maar als je kinderen ziet sterven of verbrand mensenvlees ruikt, krijg je toch vrij snel in de gaten dat er iets niet klopt aan dat verhaal. Zeker, ik heb Hem wel eens gemist. Er zijn allerlei momenten van kleine tegenslag geweest waarop ik mij bedacht dat het heerlijk zou zijn om, net als vroeger, naar boven te kunnen kijken en te roepen: help me nou even! Maar het lukt gewoon niet meer. Ik kan echt jaloers zijn op mensen die zich nog wel op God verlaten.''

2. Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

,,Vroeger kon ik geweldig met de deuren slaan. Ik had ook van die rare, hysterische ruzies. Ik was de stampvoetende driftkikker die na drie weken thuiskomt en tegen zijn huisgenoten schreeuwt: 'Waarom is het hier zo'n zootje?' Ik ben tot het inzicht gekomen dat ik door te vloeken mezelf alleen maar belachelijk maak. Tsja, het leven is een opeenstapeling van kennis en ervaring en als je eenmaal alles weet, ga je dood. Maar dat neemt niet weg dat ik tevreden ben over het feit dat ik mijn woede nu beter onder controle heb.''

3. Gij zult de dag des Heren heiligen

,,Ik ga regelmatig naar de kerk en dan brand ik altijd een kaarsje: voor mijn vrouw, voor mijn kinderen, dat het maar goed mag gaan met NET5. Het heeft niet zoveel met religie te maken; eerder met rust. En misschien ook met nostalgie. Dat ritueel rond die kerkgang deugt wel degelijk; het was een goede manier om de boel bij elkaar te houden. Ik vind het jammer dat ik mijn jongere kinderen niet meer mee krijg naar de kerk. We vangen het nu op door iedere zondagavond met z'n allen te eten. Dan nemen we de tijd om goed naar elkaar te kijken en te luisteren. Als een Italiaanse familie aan een rijk gedekte tafel. Dat gevoel wil ik vasthouden.''

4. Eer uw vader en uw moeder

,,Het woord bochel werd bij ons thuis niet gebruikt; vader had een kromme rug. Vriendjes vroegen mij wel eens of hij een voetbal had ingeslikt. Dat deed pijn. Dan kon ik er goed op los timmeren hoor, dat pikte ik niet. Maar natuurlijk heb ik ooit een keer gedacht: wat zou het toch leuk zijn als mijn vader ook een grote, stevige kerel was. Toen hij was gestorven, heeft mijn moeder mij verteld dat vader, voor hij haar ontmoette, bij een arts was langs gegaan om te vragen of het erfelijk was. De dokter zei: 'Met zo'n rug zal je nooit een vrouw krijgen en het gaat je zeker niet lukken om kinderen te verwekken.' Vervolgens adviseerde hij mijn vader om naar de hoeren te gaan als hij aan zijn gerief wilde komen. Vandaar ook dat mijn ouders zo trots op de trouwfoto staan. Twee mensen van anderhalve meter hoog. Ze hadden elkaar toch maar mooi gevonden. Ze zijn niet uit medelijden, maar uit liefde getrouwd. Vechters waren het. Mijn vader heeft zich ook nooit de mindere gevoeld. Ik herinner me de scènes die zich in de kerk hebben afgespeeld. De eerste twee rijen waren gereserveerd. Daar hingen van die naamplaatjes op. Een notabele uit Amsterdam Zuid, mijnheer Nelissen heette die man geloof ik, zat met zijn gezin op de voorste bank. De familie Nelissen bezocht één mis, daarna konden andere kerkgangers op de eerste rij plaatsnemen. Nu presteerde de familie Nelissen het regelmatig om te laat te komen en trof dan een andere familie in 'hun' bank aan. Waarop die meneer Nelissen, met zo'n krommend wijsvingertje, het volk de bank begon uit te dirigeren. Dan stond mijn vader op brulde: 'Zitten blijven!' tegen die mensen. 'Zitten blijven!' Dat vond ik magistraal. Misschien was ik ook wel een beetje bang dat hij ruzie zou krijgen, maar ik was vooral trots. Je kon niet om mijn vader heen. Het aardige is dat hij, ook in mijn verhalen, altijd een dominante figuur is geweest, maar mijn moeder heeft waarschijnlijk toch een grotere invloed op mijn leven gehad. Zij vond dat er ruimte moest zijn voor ondeugd, voor persoonlijke ontwikkeling. Moeder was ook te allen tijde bereid om briefjes te schrijven als we schoolziek waren geweest. Moeder nam het in alle gevallen voor haar kinderen op. Maar voor hen beiden geldt dat zij zichzelf volledig voor ons hebben weggecijferd. Ze hebben ons met liefde verpletterd. Ik heb het nog vaak over mijn ouders. Ik mis de vertrouwdheid, de geborgenheid. Dat familiegevoel zit heel diep. In gedachten keer ik vaak naar vroeger terug. De meest waardevolle momenten van mijn leven liggen in die tijd besloten.''

5. Gij zult niet doden

,,Nee, zeker niet. Never, nooit. Misschien zou ik het me voor kunnen stellen hoe het komt dat iemand een moord begaat, maar ik wil mij niet in de ziel van een kindermoordenaar verdiepen. Ik wil het niet horen. Ik kan alleen maar aan de ouders van het kind denken. Hoe ze zich keer op keer voorstellen wat zich in de laatste momenten van het leven van hun kind moet hebben afgespeeld. Als ik hoor dat er weer een meisje is verdwenen, denk ik: laten ze haar in Godsnaam zo snel mogelijk vinden. Desnoods dood. Dan is het tenminste voorbij. Ik heb de dood, tijdens reportages in oorlogsgebieden, van dichtbij gezien. Ik heb geleerd dat de dood, als mensen lijden, vaak een oplossing is. De dood maakt deel uit van het leven, daar doe ik niet pathetisch over. Mensen in mijn omgeving vinden het vaak raar dat ik er zo gemakkelijk over praat. Misschien doe ik dat wel om mij in te dekken: het overkomt ons tenslotte allemaal, op een dag. In onze samenleving wordt daar heel eng over gedaan; een lijk moet ook zo snel mogelijk worden afgevoerd. Men vindt het griezelig om iemand opgebaard te zien liggen. Ik pak tijdens begrafenissen regelmatig mensen bij de hand en zeg: 'Kom maar mee, je kunt een dooie gewoon aanraken.' Een dood mens is een ding. Valt niets meer aan te doen.''

6. Gij zult geen onkuisheid doen

,,Er mocht helemaal niks. Van de pastoor niet, maar ook van mijn ouders niet. Ik vond het, als klein jongetje, lekker om in bed geen pyjama te dragen, maar mijn vader zei: 'Daar krijg je zondige gedachten van, áán die pyjama!' En ik dacht: waar hééft die man het over? Al was ik er, wat onkuise gedachten betreft, wel vroeg bij. Ik kwam laatst de jongen tegen - hij heeft inmiddels een belangrijke baan bij de legervoorlichting - onder wiens aanvoering ik mijzelf op kerstavond, met nog wat vriendjes op de rand van zijn bed heb bevredigd. Ik weet niet of het iets seksueels was, het ging er, geloof ik, eerder om wie als eerste klaarkwam. Maar hoe zondig ik me daar over heb gevoeld, is met geen pen te beschrijven. Ik króóp naar huis. Jezelf bevredigen op kerstavond, dat stond wel heel dicht bij de doodzonde. Na een tijdje nam het schuldgevoel af - het was toch ook wel lekker geweest - en begon ik verlangend uit te zien naar de biecht. Maar bij één gebeurtenis op dit vlak, heeft zelfs de biecht mij niet geholpen. Ik speelde met een paar jongens, volslagen onschuldig, doktertje op zolder. We stonden met de broek op onze knieën, bekeken en bevoelden elkaar toen plotseling de buurman van drie hoog binnenstapte en ons naar mijn vader afmarcheerde. Alle ouders werden er bijgehaald. Het was een soort gerecht. Mijn vader zei: 'Dit wens ik nooit meer te zien.' En daarmee was de zaak voor hem afgedaan. Maar die buurman heb ik nooit meer durven aankijken. Ik vond het zo'n verschrikkelijke vernedering. Ik ga nog vaak naar mijn ouderlijk huis - mijn kinderen worden er gek van: 'Moeten we nu al weer naar dat huis?'- dan kijk ik omhoog en zie opnieuw die zolderdeur openzwaaien.''

7. Gij zult niet stelen

,,Mijn vader had een winkel. Soms haalde ik een paar kwartjes uit de kassa en was daarna lange tijd bang dat hij het zou ontdekken. Hij moet geweten hebben dat er geld weg was - die kassa moest toch iedere dag kloppen? - maar hij zei er nooit iets over. Ik verdenk hem er nu van dat hij met opzet zijn mond hield. Waarschijnlijk liet hij zelfs een paar kwartjes in de la liggen, zodat wij ze vrijelijk konden stelen, ons schuldig konden voelen en vervolgens nog iets te biechten hadden ook. God, dat had ik hem moeten vragen... stom.''

8. Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

,,Schrijver/dichter/radioman Gerrit den Braber zaliger bedacht voor iedereen een grafschrift. 'Op het graf van Fons,' zei hij ooit, 'moet komen te staan: Hij Zegt Dit, Hij Doet Zo, Hier Ligt Fons Van Westerloo.' Ik sta bekend om mijn onnavolgbaarheid. Ik wil altijd alles van meerdere kanten bekijken en tot op het laatst toe kunnen besluiten om tóch nog een andere richting in te slaan. Het heeft dus niets met onbetrouwbaarheid te maken; ik wil gewoon niet in een hokje. Ik hou er van om mensen op het verkeerde been te zetten. Zo is SBS6 is een redelijk platte, brede zender, maar ik ben een enorme liefhebber van opera. Dat wordt me bijna kwalijk genomen. Dat beeld klopt niet. Toen ik bij AT5 zat, was ik de held van de grachtengordel. Van NOS bestuurder Hans van Beers, die toen nog bij de Vpro zat, kreeg ik een handgeschreven briefje: 'De enige omroep waar nog echte televisie wordt gemaakt zit in Amsterdam. Ik heb grote bewondering voor wat je doet blablabla.' Heerlijk, natuurlijk. Ik denk dat er maar weinig mensen zijn die het niet leuk vinden om een compliment te krijgen, maar tegelijkertijd ben ik ook iemand die buiten wil blijven staan. Ik heb er geen enkele behoefte aan om een incrowd-figuur te zijn. Als ik bij de Amsterdamse Italiaan Mia Fiori links de Vrij Nederland-tafel en rechts de Theo van Gogh-tafel zie, denk ik: wat ben ik blij dat ik daar niet bij hoor. Ik hoef nergens bij te horen. Ja, bij mijn gezin. Goed, ik ben wel iemand die op de voorgrond treedt, da's waar. Ik maak mezelf wijs dat het soms nodig is. Eerst krijg je de kans om te laten zien wat je in petto hebt en daarna word je afgeslacht. Die tijd is nu weer aangebroken. Zullen al die intelligente mensen die nu al weten dat het niets wordt met Net5 niet begrijpen dat het een proces is? Je kunt niet na twee weken televisie zeggen hoe die zender zich zal ontwikkelen. Of je moet aan de intentie twijfelen, dat mag van mij. Maar dan begrijp je ook niets van zaken doen, want als een zender - over een lange periode - niet doet wat hij belooft, dan heeft hij geen bestaansrecht, dan gaat-ie stuk. Maar goed, ik heb zelf, toen ik nog schreef, ook tikken uitgedeeld, dus ik weet hoe het mechanisme werkt. Pas als ik iets lees waarvan ik deep down, onder in mijn maag, weet dat het waar is, voel ik mij geraakt. Maar als iemand schrijft dat ik nooit een boek lees, lig ik daar echt niet wakker van. Iedereen die mij kent, weet beter.''

9. Gij zult geen onkuisheid begeren

,,Ach ja, welke onkuisheid precies? Zo ben ik er geen voorstander van om al te erotische films te programmeren. Geen porno, daar ligt voor mij de grens. Maar als je zegt dat die grens steeds verder opschuift heb je natuurlijk gelijk. Ik weet nog hoe opwindend ik het vond om Phil Bloom achter de krant vandaan te zien komen. Over die uitzending werden zelfs kamervragen gesteld! Ik probeer geen moraalridder te zijn, maar ik vind wel dat seks te makkelijk succes oplevert. Hoeveel mensen er ook naar kijken: ik zal nooit een programma zoals Sex voor de Buch uitzenden. Dat is zo onsmakelijk, zo pornografisch in allerlei opzichten... dat moet je toch niet willen op televisie? En voor het beeld van de commerciële televisie is Buchs programma ook slecht; veel mensen denken dat wij het uitzenden. Ik ben natuurlijk ook niet zonder zonden, maar vergeleken met Sex voor de Buch is alles wat wij op dat terrein uitzenden van het niveau theekrans. Ik roep tijdens een vergadering wel eens: 'Laten we die erotische dingen eruit gooien. Ze overschaduwen het moois dat óók op de zender te zien is.' Maar dan roepen al die jonge gasten in koor dat ik mijn kop moet houden. 'We doen er vooral vijftigplussers een plezier mee,' zeggen ze dan, 'wat is daar nou op tegen?' Misschien hebben ze wel gelijk. Nee, ik maak geen knieval voor de jeugd, ik maak een knieval voor de cijfers. Maar het doet mij wel goed als ik constateer dat een prachtige serie reportages over grote Amerikaanse ziekenhuizen, gemaakt door New York Times Television, op hetzelfde tijdslot, ook vier of vijf procent scoort. Dan denk ik: zie je nou wel? Het kan dus ook zónder ranzige filmpjes.''

10. Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

,,Natuurlijk heb ik wel eens iets begeerd wat van een ander is. Maar als ik er langer over nadacht, wist ik dat het onzin was. Uiteindelijk ben ik blij met wat ik heb. Alhoewel ik eerlijk moet toegeven dat de begeerte naar geld nu de kop begint op te steken. Ik zag onlangs een SBS-Internationaal-prospectus, volgedrukt met foto's van de mensen die dankzij onze inspanningen miljonair zijn geworden en ik ontdekte bij mezelf een lichte irritatie. Waarom moet ik steeds zeggen dat ik het vooral 'leuk' vind om dit werk te doen? Waarom vertel ik iedere keer weer dat het mij niet om het geld te doen is? Ik ben nu 53, ik zal toch iets meer aan mezelf moeten gaan denken. Ik heb nooit de ambitie gehad om miljonair te worden, maar meer geld zou wel voor meer onafhankelijkheid kunnen zorgen. Zodat ik op een dag tegen Henny kan zeggen: 'Zo, en nu gaan wij eens een half jaartje op reis met z'n tweeën.' Ik ben al zo lang aan het werk. Als ik bij de Avro was gebleven, had ik nu bijna met pensioen gekund. Ik was vierentwintig toen ik daar begon. Misschien ben ik wel een streber geweest. Ook als verslaggever. Ik ging niet naar de Keukenhof, ik ging naar Afrika. Ik was uit op roem en die heb ik gekregen. Als ik morgen sterf, heb ik toch een heel leuk leven gehad. Ik heb alleen nog wat triviale wensen over. Een treinreis door China. Verhuizen naar het platteland. Roem heb ik nu wel genoeg vergaard. Ik weet wel dat ik ook maar een instrument ben, maar je kunt jezelf ook te vaak in de krant zien staan. Ik zei het gisteren nog tegen mijn woordvoerder: 'Zo is het voorlopig wel weer genoeg'.''

mailIcon print |