Pauze is in het theater vaak een storende gebeurtenis. Het haalt je uit je concentratie, je staat maar wat te kleppen met bekenden, en als je koffie wilt moet je dringen bij het buffet.
Als een voorstelling vijf uur of langer duurt, kan de pauze fysiek wat verlichting brengen, maar verder dient ze alleen de uitbater van de schouwburg. Het is eigenlijk een 19e-eeuwse gewoonte, toen men van half zes tot twaalf uur zoet werd gehouden en er enorme decors tussentijds moesten worden opgebouwd en afgebroken. Met de slimme theatertechniek van tegenwoordig en een gemiddelde speeltijd van anderhalf uur raakt de pauze steeds meer terecht in onbruik.
Pauze komt volgens Van Dale van het Latijnse pausa. In die taal is het een archaïsch woord; voor onze pauze zou het Latijn 'onderbreking' zeggen. Want pausam facere en het Griekse pauein betekenen vrijwel altijd 'stoppen', en niet twintig minuten later weer verder gaan. Paue, paue: 'Stop, stop!' roept menig getergd personage in de komedie, en dat wordt later verkort (een uitzonderlijk taalverschijnsel in het Grieks) tot pau! Dat klinkt precies zoals het pow! waarmee jongetjes op straat elkaar met hun speelgoed-machinegeweren dood mitrailleren. Dat is de laatste zegen van onze pauze bij een heel slechte voorstelling: je kunt zonder onrust te veroorzaken je jas gaan aandoen en vertrekken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.