Overdonderend is te zwak uitgedrukt. De Palestijnse econoom Imad Sabeh (35) bereidde nog zijn verdediging voor in zijn beroepszaak voor het Israëlische hooggerechtshof, waarin hij beëindiging van zijn 'administratieve hechtenis' nastreefde.
Maar op de dag dat zijn zaak zou dienen zat hij niet in de rechtszaal, maar in een vliegtuig naar Nederland. En weer een paar dagen later volgde hij aan het Institute for Social Studies in Den Haag colleges in een vak met een onuitsprekelijke naam.
Allemaal het gevolg van een wel zeer bijzonder compromis, waarbij hij vier jaar lang niet naar zijn land mag terugkeren en ook geen vijandelijke activiteiten tegen Israël mag ontplooien. In ruil daarvoor kon hij vorige maand de gevangenis in Megiddo, waar hij een kleine twee jaar verbleef zonder enig idee wanneer hij vrij zou komen, ineens verlaten, en kon hij in Den Haag gaan studeren.
Overeenkomsten
Hij is dolblij en het is daarom zeker niet rot bedoeld als hij, een maand later, toch overeenkomsten ziet tussen zijn verblijf in Den Haag en zijn gevangenis in Israël. Sabeh: “Het zijn beide werelden op zichzelf. Ook hier op het instituut kun je, als je wilt, je helemaal van de Nederlandse buitenwereld isoleren.” Op de gangen wordt duidelijk wat hij bedoelt. Het is een eigen samenleving van mensen uit alle hoeken van de wereld, die hier kennis vergaren om hun land van herkomst vooruit te helpen. Alleen het interieur van het gebouw herinnert je eraan dat je in Nederland bent.
Er is nog een overeenkomst. In de Israëlische gevangenis kon hij van gedachten wisselen met mensen uit alle lagen en gezindten van zijn eigen Palestijnse samenleving, die zijn lot deelden. Het was erg leerzaam. De interessante gesprekken gaan in Den Haag verder, nu met een internationaal publiek.
Blijft de fantastische mogelijkheid, niet aanwezig in Megiddo, om naar het café om de hoek te gaan en daar het interview voort te zetten, happend in een pils. Zijn gedachten vertoeven ook na een maand nog sterk in zijn land van herkomst. Zijn hechtenis was, ondanks de boeiende gesprekken, vooral heel uitzichtloos.
Zijn gevoelens verwoordde hij in 'brieven' aan zijn dochter, die nu twee is. Zij was zes maanden, toen hij in de gevangenis verdween. Na zijn overhaaste vertrek, legde haar moeder uit, dat papa nu in Nederland was, en dat dat niet ook een gevangenis was. Ze liet foto's zien en pas toen was de peuter gerustgesteld.
Pas sinds vorige week is hij weer werkelijk met haar herenigd, toen ook Sabehs vrouw en hun kind naar Nederland kwamen. Misschien geeft hij de brieven aan zijn dochter - 600 kantjes - nog eens uit, om andere Palestijnen te helpen die in 'administratieve hechtenis' zitten.
Imad zou zelf zijn pleidooi houden in zijn op het laatste nippertje afgelaste beroepszaak. Dat was op aanraden van zijn advocate en wie hem meemaakt weet waarom. Hij straalt zo'n verfijning uit dat een rechter sterk in de schoenen moet staan om hem toch voor staatsgevaarlijk te houden. Aan zijn vrijlating gingen campagnes in de Israëlische pers en van Israëlische schrijvers vooraf. Het begon met een open brief van hem in de krant Haaretz, gericht aan een Israëlische officier, die had geweigerd in Megiddo Palestijnen te bewaken.
Voordien had Imad amper contact met Israëliërs. Maar nu stuurden tal van lezers hem reacties, alle positief. Eén kwam van een aanhangster van de Likoedpartij van premier Netanjahoe. Geen politieke medestander dus, maar ze vertelde hoe haar vader in 1948 door de toenmalige socialistische premier Ben Goerion in administratieve hechtenis genomen was, en hoe onrechtvaardig ze dat nog altijd vindt.
Zijn trouwste correspondentievriendin werd een achttienjarig Israëlisch meisje. De talrijke briefwisselingen voerde hij in het Hebreeuws, een taal die hij in gevangenschap leerde. Vooral toen hij literatuur las, merkte hij hoe verwant Hebreeuws is aan Arabisch. “Ja”, antwoordt hij beslist op de vraag of er onder de huidige omstandigheden individuele vriendschap mogelijk is tussen Palestijnen en Israëliërs. Hij noemt de journalist Gideon Levi van de krant Haaretz en de dichter Chaim Goer. Goer schreef met vier andere auteurs in juli een open brief aan Haaretz over zijn zaak.
Zijn bitterheid over de 'administratieve hechtenis' blijft er niet minder om. Op de westelijke Jordaanoever kunnen Israëlische commandanten zonder uitleg die maatregel opleggen, als ze oordelen dat de veiligheid van Israël daarmee gediend is. Ze passen een wet toe van voor 1948, toen Israël nog niet bestond en Palestina een Brits mandaatgebied was. Imad: “Ik ben nog geen Israëliër tegengekomen die het van harte met die wet eens is. Zelfs de mensen die hem op mij toepasten geneerden zich duidelijk.”
In 1988 kregen ook lage commandanten de bevoegdheid administratieve hechtenis op te leggen. Dat was bedoeld om de intifadah-opstand eronder te krijgen. Beroep is mogelijk bij het hooggerechtshof, maar vrijwel alle feiten die ertoe doen vallen onder geheime, geclassificeerde informatie. “Je voelt je echt een gijzelaar”, zegt Imad. “Zij beslissen of en wanneer je vrijkomt. Zelf heb je daarop geen invloed. Soms vragen ze om een 'losgeld'. Dat deden ze bij Ahmad Kattamisj. Hij is lid van het Volksfront voor de bevrijding van Palestina (PFLP). Hij zit al vijf jaar en hoorde dat hij pas vrij zou komen als zijn organisatie geweld zou afzweren. Nee, dat hebben ze natuurlijk niet op papier gezet.”
De meeste gevangenen in Megiddo verblijven in open afdelingen. De dag brengen ze in tenten door. Driemaal per dag is er appèl, de overige tijd maken de mensen zelf hun eigen programma. Ze organiseren vooral veel discussiebijeenkomsten. Er is een scheiding tussen fundamentalisten van de organisatie Hamas en de overigen, die seculier denken. De Hamas-aanhangers praten vooral over de koran en de islamitische sjariahwet. De overigen zijn meer geïnteresseerd in cultuur en filosofie. En allemaal praten ze over politiek.'' De scheiding is niet absoluut. Imad praatte ook geregeld met Hamasmensen.
Valt er met die mensen te praten?
Imad: “Ja, ik denk dat het toch lukte tot op zekere hoogte een gemeenschappelijke taal te scheppen. Dat kan belangrijk zijn voor de toekomst. De kritiek dwingt hen om in elk geval na te denken over democratie en pluriformiteit. Ja, die keiharde afwijzende houding kwam ik bij sommigen wel tegen. Maar ook binnen Hamas zijn er gradaties. Ik denk dat de stroming die verzoening wil toch het sterkste zal blijken.”
Hoe reageerden de gevangenen als er in Israël een terreurdaad gepleegd was?
“Sommigen waren boos omdat ze minder kans hadden om vrij te komen. Er waren er ook die openlijk blij waren. 'Ze hebben het verdiend', riepen die. En we waren allemaal bang, dat er eens een Israëlische bewaker zou doordraaien en op ons zou schieten. Maar zo'n gevangenis is toch een geïsoleerde wereld, die zich redelijk afschermt van invloeden van buitenaf. Je moet samen verder, de gevangenen en de bewakers. Ook omgekeerd, na een Israëlische terreurdaad tegen Palestijnen. Je ontwikkelt zelfs met de bewakers een gemeenschappelijke taal.”
Veertien maanden geleden begonnen gevangenen protestacties. Het eerste wapen van de Israëliërs waren psychologen. Ze zeiden: “Jullie moeten jullie situatie zien als een soort kanker. En wij zijn de pijnstillers.” Imad: “Ze hoopten dat we elke hoop op vrijlating zouden laten varen en wilden wat spanningen wegnemen zodat er geen uitbarsting zou komen.” Drie maanden later begonnen de gevangenen toch met alles wat los en vast zat te smijten naar de bewakers, die daarop gas inzetten. Imad: “Het was een witte zee. Geen mens bleef langer dan een minuut overeind. En dan te bedenken dat het een open gevangenis is.”
Vóór zijn arrestatie was Imad een drijvende kracht achter tal van Palestijnse maatschappelijke organisaties. Hij vermoedt dat zijn verzet tegen de akkoorden van Oslo hem in de gevangenis heeft gebracht. Imad: “Ik ben tegen Oslo maar niet tegen vrede. Met een goed verdrag zou ik blij zijn. De idee van Oslo was een dynamiek te ontwikkelen waardoor de problemen vanzelf hun oplossing zouden vinden. Maar goede bedoelingen zijn onvoldoende, dat is wel duidelijk geworden. Er moeten punten op de i worden gezet. Over Jeruzalem, over de nederzettingen. Tussen iemand met een knuppel in de hand en iemand die die knuppel elk ogenblik op zijn hoofd verwacht, kan er ook geen echte dialoog zijn. Er is gelijkwaardigheid nodig. Die ontstaat pas als de sterke partij de zwakke erkent. Dat is belangrijker dan omgekeerd.”
Imad mag geen vijandige activiteiten tegen Israël ontplooien, anders wacht hem bij terugkeer de gevangenis. Imad: “Maar volgens mijn uitleg mag ik wel mijn mening geven. Dat blijft mijn fundamentele recht.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.