AMSTERDAM - Judo. Letterlijk betekent het 'de makkelijke weg'. In filosofische termen zou de vechtsport de wegwijzer moeten zijn naar fysieke en geestelijke balans. In de topsportpraktijk blijkt het er echter een van succes en ruzie.
Chris de Korte, onder andere trainer van wereldkampioene Angelique Seriese, merkte dit jaar in een interview op hoe frappant het is dat de ongelukkigste mensen boeken hebben geschreven 'waarmee ze anderen weer wel helpen'. De voormalige bondscoach doelde daarmee op 'de mensen langs de kant' die dikwijls zelf veel te graag willen en daarmee de judoka's op de mat in de stress zouden helpen. Zijn waarneming zou zonder moeite ook kunnen worden geprojecteerd op de totale samenhang -of liever gezegd, het ontbreken daarvan- van het Nederlandse topjudo.
De balans daarbinnen is reeds jaren zoek, in toenemende mate krijgt de sport die vroeger in een mystieke waas gehuld ging het karakter van een open, ordinair straatgevecht. Noem de smetten waaraan de hedendaagse topsport bloot staat maar op, de judobond kreeg ze op zijn blazoen. Tot beschuldigingen van racisme en doping toe. Maar alsof het hier de kringloop der voedselketen betreft, komen op het bed van stinkende mest sporters tot volle bloei.
Tijdens de EK in mei werden door de Nederlandse ploeg drie gouden en drie bronzen gewonnen. Het evenement in Birmingham ging vooraf door een nogal ranzige controverse tussen vrouwenbondscoach Cor van der Geest en Chris de Korte. Van der Geest had de clubcoach enkele weken eerder tijdens de open NK uitgemaakt voor onderkruiper, schorem en bommengooier. Aan de vooravond van de EK bracht De Korte, die bij de bond een aanklacht had ingediend, vervolgens naar buiten dat hij telefonisch zou zijn bedreigd door iemand uit het 'kamp' van Van der Geest. Het bleek te gaan om Jean-Pierre van Deursen, een voormalige pupil van De Korte die bevriend is met Van der Geest. Deze voormalige lichtgewichtkampioen zei niet te hebben bedreigd maar zich te hebben aangeboden als bemiddelaar, zodat De Korte 'niet wéér iemand kapot zou proberen te maken'.
Het is slechts één van die vele onbegrijpelijke ruzies die de afgelopen jaren via de pers naar buiten kwamen. Wie het conflictmodel voorstaat kan zich naar hartelust uitleven, Johan Cruijff zou een geweldige judocoach zijn. Het kon niet anders dan dat in Tokio de onderhuidse spanning nog voelbaar moest zijn. Met twee keer goud en een maal zilver was de WK-oogst vorige week desondanks rijkelijker dan ooit. Het voorkwam tevens een escalatie van wéér een knallend meningsverschil, ditmaal tussen Van der Geest en mannenbondscoach Wim Visser.
Van der Geest is de vernieuwer die af wil van de mystiek rond judo. “Ik ben bezig met de wedstrijdvorm en die is puur gericht op het verslaan van de ander. Daarin verschilt judo niet van welke sport ook.” Dus grijpt hij langs de tatami elk middel aan om zijn judoka's op te zwepen. Visser neigt naar traditie en gruwt van het herrie-theater dat Van der Geest pleegt op te voeren. In Tokio zat de kiem hem zoals zo vaak in de 'pettenkwestie', die kennelijk niet uit te roeien ziekte binnen het judo. Bij gebrek aan neutrale coaches neemt de bond clubgebonden mensen in dienst. Zoals Van der Geest en Visser, die naast het algemeen belang ook dat van hun school en pupillen willen dienen. En niet schijnen te snappen dat zoiets niet kan, alleen al vanwege de schijn die ze tegen hebben.
In de huidige topsport vormt de structuur van de NJB een anachronisme. Binnen de Nederlandse atletiek en -zeker- zwemmen heeft het ook eindeloos geduurd voor het besef doordrong dat in individuele sporten sporter en trainer een tweeëenheid vormen die niet straffeloos kan worden gescheiden. Toch is het binnen het judo nog altijd praktijk dat clubcoaches talenten vormen en ze vervolgens voor belangrijke toernooien moeten inleveren bij buitenstaanders, de bondscoaches. Dat is voor een deel een centenkwestie, voor de minder draagkrachtigen zouden de financiële consequenties te groot zijn indien zij met hun pupillen zouden meereizen naar bijvoorbeeld Tokio. Voor de vrijwel sponsorloze NJB is een verhoging van de kosten die dat met zich zou meebrengen onbetaalbaar. En zo cirkelt de bond doelloos rond: de conflicten die het oproept weerhoudt potentiele sponsors ervan over de drempel te komen.
Toen Monique van der Lee, de protégé van de compromisloze Peter Ooms, zich vorig jaar niet wilde schikken in het groepsregime, werd de Europees kampioene er zonder aanzien des persoons uit geknikkerd. Groter werd het probleem toen ook haar concurrente Angelique Seriese te kennen gaf alleen met Chris de Korte te willen werken. Beide gelijkwaardige sportsters moesten strijden om één Olympisch ticket. De daarbij te voorziene problemen werden op initiatief van de twee koppels ondervangen in een contract met de bond waarin de selectievoorwaarden werden verwoord. Ooms en De Korte lieten tevens vastleggen dat slechts zij het recht hadden hun respectievelijke pupillen te begeleiden tijdens wedstrijden. Zo kon het in Birmingham gebeuren dat De Korte langs de mat mocht coachen als Seriese in actie kwam, maar op de tribune moest plaatsnemen ten faveure van Visser als zijn andere pupil Mark Huizinga aantrad.
Het lijkt voor de NJB de hoogste tijd om een suggestie van De Korte sterk te overwegen: weg met de bondscoaches.
Stel een trainer en coördinator aan binnen een professionele topsportsectie. Stel heldere selectienormen op schrift. En laat privétrainers coachen daar waar dat hoort: niet alleen op Nederlandse kampioenschappen maar ook tijdens het eventuele vervolg daarop. En schaf de verbale freefight's af. Voordat Erica Terpstra ook daarnaar onderzoek laat verrichten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.