Van onze redactie buitenland AMSTERDAM - De Egyptische organisatie Gama'ah Islamia heeft alle aanvallen op toeristen of de toeristenindustrie verboden.
Dat heeft de in het buitenland vertoevende leiding van de organisatie in een communiqué bekendgemaakt. Maar sceptici betwijfelen het effect vanwege het isolement waarin de leiding verkeert. Op een eerdere 'eenzijdige wapenstilstand' van de Gama'ah, deze zomer, volgde juist een golf van geweld.
Het communiqué stond gisteren in de internationale Arabische krant Al-Hayat. De Gama'ah hoopt met het verbod herhaling van het bloedbad in de Zuid-Egyptische toeristenstad Luxor te voorkomen. Op 17 november vermoordden zes aanhangers van de Gama'ah Islamia 58 buitenlandse toeristen en vier Egyptenaren bij de tempel van de oud-Egyptische koningin Hatsjepsjoet. Ook de moordenaars zelf kwamen om.
Een week geleden maakte de leiding in ballingschap van de Gama'ah islamia bekend dat ze bezig was met een onderzoek naar de achtergronden van de moordpartij in Luxor. In het communiqué zeggen de leiders dat ze verrast waren door de operatie, en ook over de berichten dat de moordenaars lijken hadden verminkt. Ook een verklaring, waarin de Gama'ah zich verantwoordelijk stelde voor de aanslag zou de leiding in het buitenland hebben verbaasd, aldus het communiqué. Volgens die verklaring hadden vijftien mensen de operatie uitgevoerd met de bedoeling mensen te gijzelen en hen te ruilen tegen de Egyptische geestelijke Omar Abd Al-Rahman. Abd Al-Rahman geldt als de geestelijke leidsman van radicale moslimorganisaties in Egypte. Hij zit in Amerika levenslang uit vanwege de aanslag op het World Trade Center in New York, in 1992. De leiding van de Gama'ah zegt pas nu op de verklaring te kunnen reageren omdat het in theorie mogelijk was dat die afkomstig was van de militaire leider van de organisatie, Moestafa Hamza. Het zou niet mogelijk zijn geweest eerder met hem contact op te nemen, zodat het pas nu zeker is dat ook hij niets te maken heeft met de verklaring. De Gama'ah verklaarde in 1992 de toeristenindustrie de oorlog om de Egyptische economie een slag toe te brengen en het regime van president Moebarak te verzwakken. De organisatie maakte daarbij een onderscheid tussen aanvallen op toeristen en die op de toeristenindustrie. Onder het laatste vielen de aanvallen op toeristenbussen en ook boten, waarbij zo nu en dan doden vielen. - Vervolg op pagina 5
Egyptische kritiek treft ook Nederland VERVOLG VAN PAGINA 1
Maar de aanval in Luxor, waarbij het zuiver de bedoeling was om zoveel mogelijk mensen te doden, en die ook het karakter had van een zelfmoordaanval, was van een ander, meer 'Algerijns' kaliber. De leiding van de Gama'ah veroordeelt in het communiqué de moordpartij in Luxor, maar verbiedt meteen ook alle 'aanvallen op de toeristenindustrie'.
Het communiqué besluit met een felle aanval op de onderdrukkingspraktijken in Egypte: “Zij die huilen over de onschuldige buitenlanders moeten ook denken aan de moeders en de kinderen en de vrouwen, die hun (gevangen) familieleden niet mogen bezoeken”.
Bronnen die in nauw contact staan met de leiding van de Gama'ah hebben twijfels over de uitwerking van het communiqué. Ze wijzen op minstens twee problemen waarmee de leiding kampt. De onderlinge communicatie verloopt moeilijk doordat het ene deel van de leiding in Egyptische gevangenissen vertoeft en het andere in buitenlandse ballingschap. Maar een groter probleem nog vormt het isolement tussen de leiding en de vaak jonge militanten in Egypte zelf. De moordpartij in Luxor zou een spontane actie zijn geweest van een groep studenten uit Qena. Ze zouden hun leider hebben willen wreken, die volgens de autoriteiten is vrijgelaten maar volgens de familie dood gefolterd is.
Egypte heeft de afgelopen weken een felle campagne gevoerd tegen westerse landen die onderdak bieden aan leiders van de Gama'ah en aanverwante organisaties. De krant Al-Masaa trok onlangs zelfs een vergelijking met de weigering van Libië om twee leden van de geheime dienst uit te levereren die in 1988 een Amerikaans vliegtuig lieten neerstorten boven het Schotse Lockerbie.
Aanvankelijk concentreerde de woede van de Egyptische autoriteiten zich op Groot-Brittannië. Maar de laatste tijd is ook Nederland mikpunt. De Egyptenaren willen de uitlevering van Osama Rosjdi Ali Khalifah. Ze beschuldigen hem, onder andere via Internet, ervan betrokken te zijn geweest bij de moord op de voormalige president Sadat. Ook zou hij contacten onderhouden met de in Amerika veroordeelde sjeik Omar Abd Al-Rahman.
Osama Rosjdi zit in een asielprocedure. Hij geeft toe dat hij in de jaren tachtig actief is geweest voor de Gama'ah, in een periode dat die organisatie nog min of meer bovengronds kon opereren. Onlangs meldde de Egyptische krant Al-Ahram dat hij in Egypte ter dood is veroordeeld, maar hij zegt daarvan zelf niets af te weten. Met de zaak Sadat had hij, zo zegt hij, niets te maken. Wel zat hij drie jaar vast vanwege een daaraan gelieerde zaak tegen aanhangers van de Djihad Islami, die na de moord op Sadat in de stad Asjoet een veldslag leverden met de politie. Hij zegt daarvoor drie jaar zonder proces in de gevangenis te hebben gezeten, ernstig te zijn gefolterd, en vervolgens te zijn vrijgesproken. Met sjeik Omar zou hij slechts oppervlakkige contacten hebben gehad.
Geen reactie
Het Egyptische ministerie van buitenlandse zaken heeft eerder de Nederlandse ambassade in Cairo gemeld dat Osama Rosjdi terroristen zou trainen in het buitenland. Maar op het verzoek om nadere informatie kwam geen reactie. Vorige maand heeft tijdens een massaal proces tegen aanhangers van radicale organisaties de openbare aanklager zijn zaak laten vallen, wegens gebrek aan bewijs.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.