*

 
dossier

Archief

VINCENTIUS ROUWT

HANS MARIJNISSEN − 10/02/96, 00:00

Udenhout. Een ideale plaats voor verstandelijk gehandicapten: het dorp is vergroeid met huize Vincentius en Vincentius met het dorp. Uitgerekend hier kon de grootste ontuchtzaak uit de zorgsector plaatsvinden.

Binnen hangt nog veel meer dat uit hun handen komt. Wenskaarten met geborduurde wiegjes, verhuisberichten met een zelf uitgeprikte boerderij erop, stemmige rouwkaarten met zwarte spikkels en wat het ook altijd goed doet: een kaartje van gekleurd papier en dan een illustratie uit een tijdschrift erop. Maar er hangen ook kaarsen in alle kleuren, houten speelgoed uit de werkplaats, zelf genaaide poppetjes voor op de vensterbank, kortom: alles wat nodig is om Vintje een echte kadoshop te noemen.

Halverwege de winkel staat een kastenwand en daarachter zitten een stuk of tien pupillen van Vincentius de voorraad 'aan te vullen'. Lisa en Marieke zijn met de naaimachine in de weer, Vera is aan het knippen en achterin zit Suzanne de boederijen te prikken. Angelique helpt vandaag de klanten en heeft daarvoor de zin: 'Kan ik u van dienst zijn?' uit haar hoofd geleerd. En als een keuze gemaakt is, roept ze Lisa van de naaimachine. Die heeft vandaag kassabeurt. Met haar tong tussen de lippen geperst slaat ze het bedrag aan. De volgende dag zullen de rollen omgedraaid zijn. Dan helpt Lisa de klanten en zal Angelique de kassa mogen bedienen. En dat is toch het allermooiste.

Vintje is een begrip in Udenhout, het pand is opgenomen in de rondgang langs de winkels. Worden in de grote steden van Nederland pas de laatste jaren ateliers van verstandelijk gehandicapten geopend, Vintje was een van de eerste. En niemand die het nog als een bijzonderheid ervaart.

Als ergens in Nederland verstandelijk gehandicapten zijn geïntegreerd in de samenleving, dan is het wel in Udenhout. Eerst kreeg het dorp begin deze eeuw dat gigantische kloosterachtige katholieke internaat voor meisjes naast de dorpskern, met een toren die hoger was dan die van de eigen kerk. In de loop der jaren vervormde dat tot een enorm instituut voor verstandelijk gehandicapten met bijna 250 plaatsen en de laatste tien jaar heeft Udenhout de 'meiden van Vincentius' zien uitzwermen over het hele dorp.

Zij die niet langer de specifieke zorg in het hoofdgebouw nodig hebben, wonen nu in kleine eenheden tussen de Udenhouters, in zogenaamde socio-woningen op het Pleintje, de Boterbloem, de Goudsbloem en Achthoeven. Er zijn zelfs gastgezinnen waar de pupillen op bezoek kunnen. Vincentius en Udenhout zijn met elkaar vergroeid.

Het lijkt een ideaal. En dan te bedenken dat nog geen tien jaar geleden de meisjes op zalen lagen, met om de twee bedden een chambrette. Er was nauwelijks privacy, maar groepshoofd Tom van E. zag dat niet als bezwaar. Hij stuurde de ene pupil gewoon weg en vergreep zich aan de andere. Al ging dat heel subtiel. Van E. had geen geweld nodig, hij pakte zijn prooien in.

Het groepshoofd van de Duckies, de leefgemeenschap waar hij het hardst toesloeg, had een vertrouwensfunctie. Hij wist als geen ander wat er speelde op zijn afdeling en in de hoofden van 'zijn' meisjes. Hij sprak met de directie, had een oor voor personeel en ouders. “Ik heb hem ooit 's verteld dat Wendelien zo aan mannen hing en dat dit mij zorgen baarde. Lange gesprekken heb ik daarover met hem gevoerd”, zegt een moeder.

Achteraf beseft ze dat Van E. die informatie heeft gebruikt bij de verleiding van haar dochter. Wendelien kreeg complimentjes, ze was zo mooi en zo lief. De veertiger Van E. zei het kind dat hij 'verliefd' was. Het eerste kusje kwam en ze werd voorzichtig bij haar borst gepakt terwijl ze haar tanden stond te poetsen. Het duurde niet lang of Tom van E. betrok verstandelijk gehandicapte Wendelien in een volledige seksuele relatie “met werkelijk alles er op en eraan.”

Ze was dertien op dat moment. Had hij haar de eerste keer met duizend lieve woordjes het bed in gepraat, toen dat eenmaal was gebeurd, had hij aan een dreigement genoeg: “Als je hierover praat, word ik ontslagen. En ik zal heel boos op je worden.” En dat zou Wendelien vreselijk vinden, want Tom van E. was wèl haar beste vriend in Vincentius. De seksuele relatie zou zes jaar duren.

“De man is zo geslepen”, zeggen ouders van de misbruikte kinderen nu. “Zo slinks.” Geraffineerd is het woord dat de geschokte directie van Vincentius gebruikt. Hij wist alles en heeft afhankelijke, verstandelijk gehandicapte kinderen gepakt op hun zwakheden. En daarbij was hij nog kieskeurig ook, want hij zocht voor de seks de mooiste meisjes uit.

In maart 1993 vertelt het meisje tegen een vriendinnetje dat ze ooit door Tom van E. is aangerand. “Ajoh, doe niet zo gek”, die verhalen geloven de meiden op Vincentius niet. “Jawel”, houdt Wendelien vol, “maar anders dan op de tv, want dan doen ze je pijn.” Het ongeloof blijft, maar een dag later komt de 'roddel' toch bij een groepsleidster terecht die het meisje doorverwijst naar een orthopedagoge.

Deze zegt in eerste instantie dat Wendelien zo niet over een groepsleider mag praten en dat ze niets moet verzinnen. Maar in dit gesprek komt Wendelien met details die ze alleen kan putten uit eigen seksuele ervaringen. 'Een stijve piemel' kom je niet dagelijks tegen in de muziekprogramma's die Wendelien zo graag op tv ziet. Een psycholoog ondervraagt Wendelien vervolgens langdurig en neemt het gesprek op band op. Tom van E. ontkent bij directeur C. Vande Putte aanvankelijk de seksuele relatie, maar als die vertelt dat Wendelien de seks uitvoerig heeft beschreven, dat alles op band staat en vraagt of hij die moet afspelen, zegt Van E: “Nee! Ik hoef het niet te horen. Ik heb het gedaan.” Hij wordt op staande voet ontslagen.

In mei 1994 moet hij zich voor de rechter in Breda verantwoorden, op verzoek van Vincentius wordt de zaak achter gesloten deuren behandeld. De pers krijgt alleen de mededeling dat de rechtbank de 42-jarige groepsleider A. van E. uit Vught voor jarenlang seksueel misbruik van een geestelijk gehandicapte vrouw is veroordeeld tot een celstraf van 2,5 jaar, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Hij vertelt de rechtbank dat het hier een uit de hand gelopen verliefdheid betreft. Hij huilt omdat hij het zo erg vindt voor zijn gezin. Tom van E. is getrouwd en heeft twee kinderen in de puberleeftijd.

Meer dan een jaar later, in september vorig jaar, wordt de zaak in hoger beroep behandeld. Van E., die dan nog steeds op vrije voeten is en via een uitzendbureau weer met kinderen werkt in een asielzoekerscentrum, herhaalt daar zijn verklaring en krijgt een iets lichtere straf: twee jaar waarvan zes maanden voorwaardelijk.

De directie van Vincentius hoort verklaring van de man voor het hof met enige scepsis aan. Ze is dan in samenwerking met de politie al maanden bezig met een nieuw onderzoek naar het groepshoofd, na een melding van nog een geval van seksueel misbruik. In een regulier beoordelingsgesprek over een pupil vertelt een moeder dat haar dochter haar ooit heeft toevertrouwd dat Van E. in de auto in haar woorden 'dingen had gedaan' die het best kunnen worden omschreven als een onzedelijke betasting. “Maar ik heb flink tegengestribbeld en toen hield-ie op.” De moeder zegt dit nooit gemeld te hebben, in de veronderstelling dat Vincentius van dat voorval op de hoogte was.

“Gingen we na het eerste incident er vanuit dat er sprake moest zijn van een een-op-een-relatie, na dit verhaal zijn we met een andere houding op onderzoek gegaan”, zegt directeur Vande Putte van Vincentius. “We zijn breder gaan opereren, hebben collega's en ex-collega's nadrukkelijk in het onderzoek betrokken en gingen na welke pupillen met Van E. in aanraking zijn geweest. Van hun hebben we nauwkeurige gedragsanalyses gemaakt. Wie bijvoorbeeld wijst lichamelijk contact af?”

Uit een groep van zestig pupillen bleven twaalf namen over die na verder onderzoek weer zijn onderverdeeld in 'zeer waarschijnlijk misbruikt', 'misbruik niet uitgesloten' en 'misbruik weinig waarschijnlijk'. Uiteindelijk volgt net voor Kerst een 'traumatisch gesprek' - zoals Vande Putte het noemt - met Martha, een vrouw die Van E. met name in de beginperiode van zijn loopbaan heeft meegemaakt. Ook met haar zus naast zich en nog een vertrouwenspersoon lukt het Martha aanvankelijk niet te vertellen of er iets gebeurd is, laat staan wat. Na uren omzichtig vragenstellen last de onderzoeker een pauze in. En het lijkt of Martha tijdens de koffie moed heeft verzameld. Ze vertelt dat Tom van E. haar achttien jaar geleden heeft verkracht. Martha heeft in al die jaren haar Grote Geheim bij zich gehouden. Ze was doodsbang. Van E. had haar een zwijgplicht opgelegd en herinnerde haar daaraan met wat Vande Putte 'geestelijke terreur' noemt.

Martha heeft in dat gesprek direct maar alles verteld: ook over de verkrachting van haar vriendinnetje in dezelfde periode. En uit gesprekken met de overige pupillen destilleerde het onderzoeksteam een brede praktijk van 'ongepaste intimiteiten en mishandelingen'. Van E. zou de pupillen ook slaan. Tijdens het verhaal van Martha zit het groepshoofd net de eerste dagen van zijn opgelegde straf uit.

De directie van Vincentius gaat in de eerste week van januari met de onderzoeksresultaten naar de Bredase hoofdofficier van justitie W. Koops. Deze is geschokt, maar zegt niets te kunnen doen omdat de delicten na twaalf jaar verjaren. En de mishandelingen zijn te licht. De man zit immers toch al voor het veel zwaarder seksuele misbruik achter tralies.

“Wij hebben toen aan Koops gevraagd of het mogelijk was definitief helderheid in de zaak te krijgen”, zegt Vande Putte. “Voor ons komt de zorg voor onze pupillen op de eerste plaats en die zorg kan pas optimaal zijn als alle feiten bekend zijn.” Vincentius heeft het vermoeden dat met name in de beginperiode van Van E.'s loopbaan van meer misbruik sprake is geweest. VERVOLG OP PAGINA 2

VINCENTIUS ROUWT VERVOLG VAN PAGINA 1

Koops geeft rechercheur K. Tromp uit Oisterwijk - die het groepshoofd eerder in het gerechtelijk vooronderzoek onder handen heeft genomen - opdracht opnieuw met de man te gaan praten. “Die zegt niks”, waarschuwt Tromp nog. “Hij zit net de eerste weken van zijn straf uit en ik moet het gesprek toch beginnen met de zin dat alles wat hij zegt tegen hem gebruikt kan worden.” Hij krijgt gelijk.

“Daarop dacht ik”, zegt officier van justitie Koops, “deze man is op dit moment géén verdachte, ik heb géén materiaal waarop ik de man zal kunnen vervolgen en het is ook moeilijk verklaringen van geestelijk gehandicapten om te vormen tot degelijk bewijsmateriaal. Laat ik de afspraak maken dat indien de man alle ontucht opbiecht, ik hem daarvoor niet zal vervolgen. Wat we dan winnen, is dat er duidelijkheid en rust komt.”

Rechercheur Tromp gaat opnieuw naar Tom van E. en doet hem het voorstel. Van E. ontkent de mishandelingen en ongewenste intimiteiten omdat deze 'functioneel' zouden zijn geweest. “Slaan past in een strakke leiding en natuurlijk zit ik aan borsten als ik iemand in bad doe”, zegt hij. Maar Van E. legt wel andere kaarten op tafel: hij heeft nog vijf 'relaties' - zoals hij dat noemt - met pupillen gehad. In vier gevallen is sprake geweest van geslachtsgemeenschap, in een geval zat het er 'dicht tegen aan'.

Als Vincentius de bekende zaken vergelijkt met de lijst van pupillen waarvan een misbruik-vermoeden bestaat, blijkt dat het groepshoofd compleet nieuwe zaken naar voren heeft gebracht die niet op de lijst voorkomen. En, wat schokkender is: het betreft recente zaken die nog niet verjaard zijn, maar waarvoor de dader vanwege de deal dus niet meer vervolgd kan worden.

Rechercheur Tromp komt twee weken geleden stevig onder vuur te liggen als hij de niet-vervolging van de serie-verkrachter op een informatie-avond voor ouders omschrijft als 'de prijs die we betaald hebben'. Ouders maar ook personeelsleden begrijpen niet hoe een man die zoveel misbruik op zijn naam heeft staan, wegkomt met een celstraf van slechts één jaar. Sommigen overwegen juridische stappen.

Officier Koops heeft begrip voor die emoties, maar verdedigt als verantwoordelijke voor de deal het gevoerde beleid. “Ik wil het geen deal noemen, omdat dit woord suggereert dat de man vervolgd kòn worden en dat daarvan - in ruil voor informatie - wordt afgezien. Maar begin januari hadden we niets dat we tegen de man konden gebruiken. Een maand later kunnen we de man nog niet vervolgen, maar er is nu wel duidelijkheid over wat er gebeurd is”, zegt Koops, al sluit de directie van Vincentius niet uit dat er nog zaken zijn blijven liggen.

Vincentius in Udenhout is dan wel getroffen door de grootste ontuchtzaak, het is zeker niet het enige instituut dat met misbruik in aanraking komt. Een rapport van het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek (NISSO) dat in juni 1995 werd gepresenteerd, meldt dat de afgelopen twee jaar in Nederland 320 verstandelijk gehandicapte bewoners van een tehuis seksueel zijn misbruikt. Bij nog eens 385 bewoners bestaat het sterke vermoeden van misbruik. In ruim een derde van de gevallen is de dader een verstandelijk gehandicapte medebewoner. Maar ongeveer even vaak wordt het misbruik gepleegd bij de gehandicapte thuis, bij ouders of familie. In 'slechts' 16 procent van de gevallen is de dader een personeelslid uit de inrichting.

Voor het instituut Vincentius is het nu de tijd voor zorg, nazorg voornamelijk. Directeur Vande Putte is met zijn collega J. van Nus begonnen aan een lange serie bijeenkomsten en gesprekken met ouders en personeel. En zij vragen zich intussen af hoe dit alles zo lang ongemerkt heeft kunnen plaatsvinden. “Deze ontuchtzaak heeft natuurlijk vergaande consequenties voor onze instelling, voor de pupillen, de ouders, het personeel en ook voor mij persoonlijk. Je kunt zeggen dat we momenteel zijn ondergedompeld in een soort rouw. Je kunt hier alleen werken op basis van wederzijds vertrouwen, maar door zo'n ontuchtzaak ontstaat er zo'n gigantische vertrouwensbreuk”, zegt Vande Putte. De directie heeft de hulp ingeschakeld van het maatschappelijk werk in Tilburg en medewerkers van de Rutgersstichting. “Onze eerste zorg is dat ieder zijn verhaal kwijt kan, wordt geholpen bij zijn emoties, steun vindt in zijn zoektocht naar de vraag: waarom?”, zegt Vande Putte.

Onder alle medewerkers van Vincentius is grote verslagenheid en zijn er gevoelens van boosheid, verdriet en falen, schreef Vande Putte twee weken geleden aan alle betrokkenen. Vanwaar dat gevoel van falen? “Dat heeft direct te maken met de vraag hoe kon het gebeuren. Je voelt dat je gefaald hebt omdat je niets heb gemerkt. Er zullen best signalen zijn geweest, maar we hebben ze om de een of andere manier niet opgepakt. Gelijktijdig met de rouw en de nazorg zijn we daarom bezig met een preventieprogramma, waarin we eerst eens de grenzen vastleggen.”

Mannelijke verzorgers weten bijvoorbeeld niet meer hoe zij moeten handelen. Ze komen aan Vande Puttes bureau met de letterlijke vraag of en hoe zij vrouwelijke pupillen in bad moeten doen. “Natuurlijk zijn we bezig instructies op te stellen, maar grenzen zullen samen vastgelegd moeten worden en daarom vinden wij het van belang dat elke wooneenheid dat zelf doet naar aanleiding van open gesprekken over het onderwerp. Dat is wat we wel geleerd hebben uit deze zaak: er is te lang niet gesproken over seksualiteit.”

Dat geldt voor het personeel, zegt Vande Putte, maar ook voor de bewoners. “We zullen de bewoners weerbaarder moeten maken, hun de weg wijzen naar een vertrouwenspersoon als er wat aan de hand is. Maar: we zullen hun ook de woorden moeten leren die ze nodig hebben om te benoemen wat hun is overkomen. Het personeel zal nadrukkelijker moeten letten op wat er in de groepen gebeurt.”

Voorzitter P. Bottelier van de Nederlandse Vereniging voor Gehandicapten Zorg (NVGZ), die de belangen behartigt van 70 000 verstandelijk gehandicapten en evenzoveel verzorgers, zegt dat Vincentius goed omgaat met de volgens hem omvangrijkste ontuchtzaak uit de zorgsector. “De directie geeft openheid van zaken en doet er alles aan de bewoners, ouders en het personeel goed op te vangen. Nu is het alleen zaak zulke excessen te voorkomen.”

En Bottelier sluit aan bij de opmerkingen van Vande Putte: “Deskundigen zeggen dat het onbetaanbaar is dat pupillen die misbruikt zijn, géén signalen afgeven. We zullen dus meer ons best moeten doen die op te vangen. We moeten alerter zijn op gevoelens van genegenheid. Soms signaleer je kleine dingen: de manier waarop een pupil haar haar kamt, verraadt soms al een verliefdheid. En daar is niks mis mee, maar praat er over zonder verdachtmakingen, en ben je wel bewust van de risico's.”

Bottelier pleit ook voor zwarte lijst met daarop de gegevens van personeel dat zich heeft misdragen. “Zo kan voorkomen worden dat ontuchtplegers bij een nieuwe werkgever weer in de fout gaan. Maar de Wet persoonsregistraties verbiedt dit.” Toch zijn er mogelijkheden. “Als een sollicitant mij geen toestemming geeft voor nader onderzoek, hoeft hij niet op een functie te rekenen.”

De ouders van de misbruikte kinderen van Vincentius proberen na de mededeling van de directie weer op te krabbelen. Tom van E. heeft aan een ouderpaar laten weten dat “de begeleiding en verzorging van hun dochter is gebeurd met de vaste overtuiging dat het goed was. (...) Geloof me dat er voor mijn gevoel nooit iets lelijks achter heeft gezeten en ik daarbij nooit alleen aan mijzelf heb gedacht.”

Uit privacy-overwegingen hebben de bewoners van Vincentius een gefingeerde naam.

mailIcon print |