Van onze redactie economie AMSTERDAM - Uitersten trekken elkaar aan, wil het gezegde. Daarom mag het geen verrassing heten dat Ella Vogelaar, die gisteren onverwachts vertrok als vice-voorzitter van de FNV, en Lodewijk de Waal, de nieuwe voorman, elkaar niet konden uitstaan. De twee hebben namelijk veel gemeen.
Vogelaar scheelt maar één jaar met De Waal: hij is 46, zij 47. Net als hij kreeg ze een zeer degelijke religieuze opvoeding. De Waal een rooms-katholieke, zijn tegenstrever in de strijd om de hoogste post van de vakcentrale komt uit een gereformeerd, ARP-stemmend boerengezin uit het Zeeuwse Sint-Philipsland.
Vervolgens sloeg Vogelaar door naar het activisme en werd net als De Waal lid van de CPN. Zij kwam tot Marx, Engels en Lenin via de sociale academie De Horst in Driebergen, toendertijd een christelijke instelling, waar de Hervormde Synode in het bestuur zat. Volgens eigen zeggen behoorde ze op De Horst tot “de roodste groepen, die streefden naar de ontmanteling van autoritaire structuren.”
De Waal gaat door voor de vakbondsbestuurder met de meeste dagen politiecel op zijn naam.
Het kostte Vogelaar moeite om zich van het communisme af te wenden. In een gesprek met Nieuwe Revu vorig jaar dacht zij terug aan hoe ze ooit een kraampje van Amnesty International zag staan. “Daar lagen stencils over schendingen van de mensenrechten in de Sovjet-Unie. Ik nam dat materiaal mee, maar kon er niet mee overweg. Vakantie in Polen: idem dito . . . Schizofrenie.” In 1983 verliet ze teleurgesteld de communistische partij.
Ook binnen hun vakbondswerk bleven de twee hoofdrolspelers in de opvolgingstrijd in dezelfde hoek zitten. De Waal werd voorzitter van de dienstenbond, Vogelaar leidde vanaf 1988 de Onderwijsbond ABOP. Daarmee zaten beiden niet in een van de oude, industriële vakbonden die zo lang de toon hebben aangegeven binnen de vakcentrale.
Redelijkheid en overleg waren het handelsmerk van Vogelaars leiderschap. “Open, eerlijk, zonder schuimbekkerigheid”, noemen mensen in vakbondskringen haar. “Maar ze bijt zich sterk in een onderwerp vast.” In het al genoemde interview gaf Vogelaar toe moeilijk kwaad te worden en altijd diplomatiek en tactisch te blijven. De Waal werd evenzeer toonbeeld van redelijkheid.
Toch lijkt Vogelaar het idealisme minder radicaal te hebben ingeruild voor realisme dan de nieuwe voorzitter. Zij sprak zich eind 1995 publiekelijk uit voor een 32-urige werkweek. Dat was belangrijk om banen te scheppen èn om de combinatie van werk en zorgen mogelijk te maken. Voor De Waal, die daarover met werkgevers in de slag moest, liet weten dat 36 uur 'de bodem' was.
Ook in de nieuwe FNV-grondslag die De Waal het vorig jaar in elkaar sleutelde, zegevierde het realisme. Weg met de rooie vlaggen, voortaan richtte de FNV zich op de 'nieuwe' werknemer, die de bond vooral als zijn zaakwaarnemer ziet.
Volgens de kritiek uit eigen kring was dit “een knieval voor de markt”, deed De Waal de brede vakbeweging de deur uit en had hij alleen oog “voor het loonzakje”. Waar was de aandacht voor milieu, voor onbetaald werk en zorgtaken? De Waal paste daarop de grondslag aan.
Vaag en soft
Het waren juist deze 'softe' zaken: armoede, zorg, verlof en allochtonen die zìj in de federatieraad moest bewaken. “Ella is geparkeerd bij wat veilige abstracties”, heette het, ook in FNV-land. “Niet zwaar genoeg” en “niet sterk in het openbaar” werd er dan aan toegevoegd. Vogelaar reageerde fel. “Ik span me in voor hele concrete dingen. . . . Vage abstracties? Wat een geziek.”
Steeds vaker zouden de twee bestuurders in de clinch hebben gelegen over de haalbaarheid van deze 'softe zaken'. Discussies waarbij De Waal overigens nooit als een 'ouderwetse man' kon worden weggezet. Hj werkt immers niet full-time, zorgde een deel van de week voor zijn kinderen en verklaarde geregeld in zijn carrière een stapje terug wilde doen als zijn vrouw dat voor de hare nodig vond.
Voor een meerderheid van de bonden had Vogelaar desondanks voorzitter mogen worden. Bij de vrouwen kan de vakbeweging namelijk grote ledenwinst boeken. Op dit moment is twintig procent van de werkende vrouwen vakbondslid, bij mannen ligt dat op 35 procent. Maar Vogelaar heeft geweten dat de meeste bonden, zeker de grootste, liever de succesvolle en gewiekste De Waal wilden. Die wilde niet onder haar werken.
Vogelaar moet door dit gebrek aan steun zijn gaan twijfelen of ze wel de eerste vrouw wilde worden. Eind vorig jaar gaf ze toe wel te twijfelen. “Het is een klassieke vrouwelijke eigenschap: vrezen dat je niet in staat bent tot dit of dat. Mannen zitten daar nooit mee.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.