DEN HAAG - Bij de viering van het eeuwfeest in november 1972 gaf het Residentie Bachkoor onder leiding van Gerard Akkerhuis in de Kurzaal een uitvoering van Bachs Magnificat. Van dat optreden resteert nog een grammofoonplaat. Een kwart eeuw later stond het Magnificat wederom op het programma, ditmaal als opening van het jubileumconcert in een matig bezette Anton Philipszaal.
De leiding was in handen van Jos Vermunt, de opvolger van de in 1994 overleden Akkerhuis. Gerard Akkerhuis was de grote stimulator die sinds het koor in 1964 van 'Oefening en Stichting' werd omgedoopt tot Residentie Bachkoor in binnen- en buitenland voortreffelijke en opmerkelijke concerten heeft gegeven. Hij ook was het die de maandelijkse cantatediensten in het leven riep.
Jos Vermunt heeft inmiddels koor en Bachorkest naar eigen hand kunnen zetten. Was Akkerhuis in hart en nieren een Bourgondiër, Vermunt is meer een academicus die zich aan uitbundigheid niet te buiten gaat.
Opvallend in zijn visie op Bachs Magnificat was de beschaafde, ingetogen koorklank. Het koor telt meer dan honderd leden maar de klankproductie was doorgaans als van een kamerkoor. Aan helderheid, lichtvoetigheid en vooral dictie was veel aandacht besteed, overtuigingskracht was echter bepaald niet het sterkste onderdeel van deze aanpak. Het Gloria bijvoorbeeld miste glans en vocale vitaliteit.
Door het orkest werd trefzeker en glansrijk gespeeld. Bij de vocale solisten waren het met name Myra Kroese en Ludwig Van Gijsegem die uitblonken.
Peter-Jan Wagemans, ooit lid van het Residentie Bachkoor, schreef ter gelegenheid van dit jubileum het derde deel van wat een requiem moet worden. Een requiem dat volgens de componist onder de naam 'Regenboogbrug' het karakter zal dragen van een humanistisch en direct aanprekend muziekwerk.
Uitgangspunt is de bijna-dood ervaringen die vele mensen hebben gehad waarbij vooral de grote overeenkomst tussen al deze ervaringen veel indruk op hem maakte.
Visioenen
Het gistermiddag uitgevoerde deel van dit werk getiteld 'De Regenboogtrap' is driedelig. Het eerste deel, op tekst van Malarmé, behandelt visioenen van een oude bijna stervende man. Voor het tweede deel koos de componist de droom van Jacob in Bethel, in deel drie schildert hij de ervaring van een jong stervend meisje. Terzijde zij opgemerkt dat men zich voor een jubileumconcert een meer feestelijk onderwerp kan denken.
Wagemans bedient zich van verfijnde halftinten waarmee hij een sfeer oproept die zich bij wijze van spreken afspeelt tussen hemel en aarde. In dit werk paste de ingetogenheid als vanzelfsprekend, zij 't dat toch wel duidelijk werd dat een hedendaags werk voor het Residentie Bachkoor geen dagelijkse kost is.
Wat lag meer voor de hand dan in het Schubertjaar een werk van deze componist uit te voeren, maar Jos Vermunt koos voor de achtstemmige Mis voor koor en blaasorkest van Bruckner. Geen werk geschreven voor de concertzaal maar voor de eredienst. De boeiende weergave bezat sfeer en karakter maar kende helaas, met name bij de sopranen, ook enkele zwakke momenten (Kyrie en Sanctus). Het begeleidende blaasorkest, versterkt met enkele leden van het Residentie Orkest, speelde voorbeeldig.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.