*

 
dossier

Archief

Zes weken varen, slingeren en kotsen rond Kaap Hoorn

JOB VAN DER SANDE − 12/10/96, 00:00

Huizenhoge golven, harde zuidwestelijke winden en een sterke tegenstroom. Kaap Hoorn, het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika, heeft door de eeuwen heen vele schippers in moeilijkheden gebracht. Talloze schepen liepen er op de klippen. En toch heeft deze plaats een mysterieuze aantrekkingskracht. De ronding van Kaap Hoorn is nog steeds de droom van menig zeezeiler. Vandaag vertrekt uit de haven van Rotterdam de klassieke driemaster Oosterschelde voor een reis rond de wereld. Volgend jaar november zullen schip en bemanning aankomen bij Cabo de Hornos, de eerste keer sinds het einde van de Nederlandse handelszeilvaart.

“Kaap Hoorn is het ruigste stuk water ter wereld”, zegt schipper Dick van Andel (36). “Het is een open ruimte tussen de oceanen en daarom heeft de wind er vrij spel. De westelijke winden maakten de omvaart vanuit het oosten vaak onmogelijk. Zeilschepen kwamen soms maanden lang geen steek vooruit. Wij komen overigens vanaf de Stille Oceaan, de goede kant zogezegd.”

De Oosterschelde is de laatst overgebleven Nederlandse driemaster. Het schip werd gebouwd bij de scheepswerf 'Hendrik Appelo & Zn.' te Zwartsluis, in opdracht van de Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaartmaatschappij en liep in 1918 van stapel. Het vrachtzeilschip, een zogeheten driemastschoener, wisselde door de jaren heen meerdere malen van eigenaar, onder wie Deense en Zweedse reders. En ook de Oosterschelde zelf veranderde. Het schip kreeg grotere machines en werd tot een volwaardig motorschip verbouwd. De masten verdwenen en zelfs de steven werd vervangen.

In 1988 kwam de Oosterschelde weer in Nederlandse handen. Met steun van het Rotterdamse bedrijfsleven en lokale en landelijke overheden werd de driemaster tussen 1988 en 1992 weer in de oude staat teruggebracht. Sindsdien maakt het schip tochten met passagiers naar onder meer het Noordpoolgebied en verschillende Europese bestemmingen. Ook bezoekt de Oosterschelde scheepvaartmanifestaties als Sail Amsterdam.

Ook op deze reis gaan passagiers mee. De reis is verdeeld in verschillende etappes van een aantal weken, waarop belangstellenden kunnen inschrijven. Per keer is er plaats voor 24 passagiers die bij de achtkoppige bemanning worden ingedeeld. Wegens de grote belangstelling voor het traject naar Kaap Hoorn wordt het aantal opvarenden tijdens die reis uitgebreid tot 32 koppen.

De ronding van de Kaap is zo bijzonder, dat er zelfs een vereniging bestaat van Kaap Hoornvaarders, die in een driemaster om de Kaap zijn geweest. De vereniging telt op dit moment nog maar twee leden, de rest is overleden.

Toch is Kaap Hoorn voor Dick van Andel niet het hoogtepunt van de reis. “Het is natuurlijk spectaculair. Maar zelf hou ik niet zo van storm en harde wind. Er komt letterlijk en figuurlijk spanning op het schip te staan. Het materiaal krijgt het natuurlijk flink te verduren. Maar we zitten ook zes weken lang met dertig man op een schip. Dat is zes weken lang varen, slingeren en kotsen. En dan wordt het spannend om te zien hoe iedereen zich houdt.”

Zijn persoonlijke hoogtepunt komt vlak na de ronding van de Kaap. Vanuit Ushuaia in Argentinië worden twee expedities van elk vier weken uitgerust naar Antarctica. “Dat moet fantastisch zijn. Er zitten daar veel dieren. Walvissen, albatrossen en natuurlijk pinguïns. Maar vooral die onmetelijke ijsmassa's zijn indrukwekkend.”

De schipper maakte zelf al reizen naar Spitsbergen en raakte daar helemaal in de ban van het Noordpoolgebied. “Het is schitterend om al die verschillende kleuren blauw van de gletsjers te zien. Het zijn net beeldhouwwerken. Het is koud, dat klopt. Maar we nemen goede kleding mee en we hebben een houtkachel aan boord. Het is trouwens zomer op het zuidelijk halfrond wanneer we naar Antarctica gaan, hoewel dat niet zoveel hoeft te zeggen. Ik ben ook tijdens de zomer naar Spitsbergen geweest. Dan is het weliswaar een paar graden boven nul, maar met een beetje wind voelt het als min twintig.”

De aanleiding voor de historische reis was een uitnodiging om deel te nemen aan de Tall Ships Race van Hongkong naar Osaka in Japan. De wedstrijd met klassieke zeilschepen wordt gehouden vanwege de overdracht van de Britse kroonkolonie aan China.

Dick van Andel denkt dat de race zo'n vier weken gaat duren. Een bijzondere ervaring, weet hij. Bij een eerdere race op de Noordzee ging zijn schip de hele reis gelijk op met een concurrent. “Achthonderd kilometer lang niets dan zee en alleen dat ene andere schip.”

In Japan doet de Oosterschelde verschillende havens aan. Dat is ook het moment dat er geld verdiend moet worden. Verschillende bedrijven en andere organisaties maken dan gebruik van de driemaster om gasten te ontvangen. In totaal kunnen er zo'n 120 mensen aan boord worden uitgenodigd.

Deze activiteiten zijn nodig om de Oosterschelde in de vaart te houden. Alleen al de restauratie kostte meer dan drie miljoen gulden, een bedrag dat via giften en sponsoring bij elkaar werd gebracht.

Na Japan vertrekt de Oosterschelde richting Australië, waarbij het schip onderweg typische 'bounty-eilanden' aandoet, zoals de Carolinen en de Solomoneilanden. In Nieuw-Zeeland meert de Oosterschelde aan voor een grote onderhoudsbeurt. “We hebben gekozen voor Nieuw-Zeeland, omdat het een modern land is en omdat we de taal spreken. Het is immers lastig om in het Japans een onderdeel te bestellen.” Na de onderhoudsbeurt begint de historische reis over de Grote Oeaan naar Kaap Hoorn.

Dick van Andel is niet de enige schipper op de Oosterschelde. In totaal zijn er drie kapiteins en bemanningen, die elkaar tijdens de wereldreis zullen afwisselen. “Anderhalf jaar op een schip is een beetje te veel”, zegt Van Andel. “Je moet niet vergeten dat je 24 uur per dag en zeven dagen in de week op een kleine ruimte zit. Het schip is een klein bedrijf dat van alles verstoten is. Gaat er iets stuk, dan moet je het zelf repareren. Is het brood op, dan moet je wachten totdat de kok nieuw brood heeft gebakken. En dat geldt voor allerlei dingen aan boord.”

Maar daartegenover staat de ervaring van totale rust. “Niets dan water, lucht en golven. Ze zeggen wel eens dat de zee rare mensen aantrekt, outcasts. En dat klopt denk ik wel. Zeelieden zijn vaak mensen die op de wal niet helemaal kunnen aarden en pas in hun element zijn, wanneer ze varen.”

Schipper Van Andel en zijn bemanning monsteren aan wanneer het schip bij de Maldiven ten zuiden van India ligt. Vandaaruit zeilt de driemaster een stuk in zuidwestelijke richting en passeert dan de evenaar. Een bijzonder moment voor de passagiers, want traditiegetrouw komt Neptunus aan boord om degenen die de eerste maal de evenaar passeren, te ontgroenen.

De betalende passagiers worden overigens tijdens de reis ook ingezet op het schip. Hoewel niemand tegen zijn zin de mast in hoeft, weet Van Andel uit ervaring, dat de meeste opvarenden het prachtig vinden om aan boord mee te werken. Wanneer de reis voorspoedig verloopt, zal de Oosterschelde in april 1998 weer aanleggen in de Rotterdamse Veerhaven.

mailIcon print |