*

 
dossier

Archief

Miskotte's 'grootse cultuurkritiek'

J. RIDDERBOS − 02/01/98, 00:00

Er blijkt uit dat de Nederlandse theologen K. H. Miskotte en E.J. de Wijer beter weten dan Thomas Mann, hoe diens boek Der Zauberberg had moeten eindigen. De romanfiguur Hans Castorp kreeg van zijn geestelijke vader te weinig bagage mee, toen hij als een tweede Mozes van de berg afdaalde naar het laagland. En daarom stoppen de beide theologen nog wat turf in zijn ransel. 'Eindelijk kan ook Miskotte hem het trommelvuur van de twintigste eeuw in sturen. Zijn vorming is nu immers compleet.'

Blijkbaar kun je de vraag overslaan, of dit nu de bedoeling van Thomas Mann was.

Het is niet helemaal duidelijk, welke turf in Castorps ransel ontbreekt. Het zou om een loodzware editie van de TeNaCH kunnen gaan, of om een van Miskotte's eigen werken. Evert Jan de Wijer zelf prijst ons 'grootse cultuurkritische werken als Edda en Thora en Als de goden zwijgen' aan. Zeker voor wie een welgevallen heeft in Miskotte's barokke taal is Edda en Thora een prachtig boek. Ik kan de lectuur van dit boek zonder meer aanraden. Als we dan maar met elkaar afspreken, dat dit boek nergens over gaat. Dat het behoort bij de schone letteren, de belletrie, het literatuurgenre dat we tegenwoordig 'fiction' noemen. Het boek leest als een roman, en dat is het ook.

Het boek is een vervolg op de Griekse mythe over Europa, die ons vertelt hoe de supermannelijke Zeus in de gedaante van een stier de maagd Europa, dochter van koning Agenoor, ontvoert. In zijn boek gaat het Miskotte om de Joodse ongehuwde man, Jezus, afstammeling van koning David. Wellicht om zich te wreken op haar eigen ontvoerder, heeft Europa op haar beurt die Joodse man ontvoerd. Miskotte vertelt hoe na eeuwenlange omzwervingen die Joodse man weer thuiskomt, in Israël. Zijn epos eindigt hij met een citaat uit de Nebiim, waarin Israëls lof bezongen wordt.

Een prachtig verhaal, maar cultuurkritiek? Miskotte's boek is het eind- en hoogtepunt van een opmerkelijke reeks van publicaties waarin theologen zich uitlieten over de nationaal-socialistische ideologie. Met alle eerbied en respect moeten we zeggen, dat reeds uit de noten bij Miskotte's werk blijkt, dat dit boek nergens over gaat. Ik weet dat het na afloop altijd gemakkelijk praten is. Maar de eerlijkheid gebiedt ons wel na afloop te zeggen, dat de door Miskotte genoemde auteurs niet de mensen zijn geweest die hun stempel hebben gezet op de ontwikkelingen in Nazi-Duitsland. Voor het merendeel zijn ze allang, en naar ik aanneem terecht, vergeten.

In een serieuze discussie over de nationaal-socialistische ideologie speelt Miskotte's boek geen enkele rol. Op meesterlijke wijze heeft Miskotte de kunst van Nederlandse theologen vervolmaakt om eerst een eigen vrijheid te construeren en die vervolgens genadeloos te bestrijden. Het is niemand anders dan Miskotte zelf, die erkent dat hij zo te werk gegaan is. In zijn inleiding op de eerste editie schrijft hij: 'Wij hebben gemeend ons evenwel geheel te moeten onthouden van een rechtstreeksch ingaan op de vragen van den dag, meenden ook de literatuur van den dag te moeten negeeren.'

Nazisme en fascisme

Voor een auteur die zo tewerkgaat, is het onvermijdelijk dat hij fascisme noemt, wat nationaal-socialisme was. Het Italiaans fascisme, dat stoelde op het middeleeuwse denken, was als staatsleer per definitie niet anti-semitisch. Eerst het Duitse nationaal-socialisme propageerde de rassenleer en het daarbij behorende antisemitisme. Beter dan Miskotte kende Seyss-Inquart het onderscheid tussen nazi en fascist. Toen de Rijkscommissaris in zijn eerste rapport aan Hitler Mussert een fascist noemde, bedoelde hij dat niet als compliment. Integendeel, in feite was daarmee alles gezegd en stond het lot van Mussert vast.

Wie niet helder onderscheidt, kan ook niet helder doceren. Het valt te vrezen dat er binnenkort een generatie van Nederlandse theologen opstaat die meent dat Miskotte het laatste woord gesproken heeft. Fascisme en nationaal-socialisme zijn één pot nat, en fascisme is dat wat Miskotte daaronder verstaat.

Had deze gang van zaken niet voorkomen kunnen worden? Ja zeker, maar dan had Miskotte moeten doen wat hij naar eigen zeggen opzettelijk heeft nagelaten. Dan had hij zijn handen vuil moeten maken, en de schotschriften van Nederlandse en Duitse nationaal-socialisten moeten lezen.

De Wijer geeft het citaat door waarin Miskotte zich neerzet als typische burgerman, met z'n nieuwe pak van Peek en Cloppenburg, z'n wandelstok en Birkenwasser in het haar. Het zou goed zijn geweest wanneer ook 'n citaat was doorgegeven, waarin Miskotte getypeerd werd als typische Nederlandse intellectueel. Als iemand die zelf zijn gesprekspartners uitkiest, die denkt dat theorieën (en dus ook theologieën) iets uithalen. Iemand die dus meent voldoende te hebben gedaan wanneer hij de theorie bestreden heeft.

Zoals de latere theologische hoogleraren G. C. van Niftrik en A. J. Rasker protesteerden tegen het verbod aan Nederlandse ambtenaren om lid te zijn van de NSB, zo deed Miskotte dat tegen een kerkelijk verbod. In 1936 schreef hij in het Haarlemse kerkblad, dat hij dit een 'jammerlijk en schandelijk besluit' vond. Hij stelde de retorische vraag, of men als NSB'er uitgesloten was van de geestelijke zegeningen en weldaden Gods. Kritisch ja, cultuur-kritisch nee, groots, al helemaal niet. Die woorden stammen uit dezelfde tijd waarin Miskotte bezig was met zijn Edda en Thora. In theorie wist Miskotte precies hoe het zat, voor de praktijk gaf hij minder heldere voorlichting.

Dat verschil tussen theorie en praktijk valt ook tijdens de bezettingsjaren te constateren. Niemand anders dan zijn zoon H. H. Miskotte schetst in zijn Niet te vergeten Miskotte een beeld van Miskotte tijdens de bezettingsjaren. Al met al is duidelijk dat vader Miskotte zich tijdens de bezetting eigenlijk in niets onderscheidde van honderden van zijn collega's. Een brave burgerman. Op 9 mei 1945, als de bezetting voorbij is, dán haalt Miskotte in een preek uit: Gods vijanden vergaan. Was dat kritisch? Nee, dat was wat de kerkmensen heel graag wilden horen. Kritische, cultuur-kritische vragen kwamen van geheel andere kant. Ze werden gesteld door de Hengelose predikant Kr. Strijd: 'Waarom is het erger dat Duitsland Jezus Christus kruisigt in de Jodenvergassingen dan wanneer de Engelsen en Amerikanen Hem kruisigen in vreselijke bombardementen of in het werpen van een atoombom?' Tot op het einde van zijn leven zat Strijd te wachten op het antwoord van Miskotte op die vraag.

Betrekkelijk snel na de bevrijding publiceerde Miskotte's zwager, H. C. Touw, een boek over het verzet van de Hervormde Kerk. In dat boek schreef hij verscheidene illegale pamfletten aan zijn zwager toe. Verontwaardigd reageerde de verzetsman H. M. van Randwijk: hij liet Touw weten, wie de werkelijke auteurs waren. Zo kritisch als Touw was over leden van andere kerken, zo onkritisch schreef hij over zijn zwager en andere vooraanstaande leden van zijn eigen kerkgenootschap. Kritisch, cultuurkritisch was de reactie van Buskes: 'Wanneer ds. Touw spreekt over een grootschen strijd, onverzettelijke strijders, profetische getuigen, dan dringt zich dat onzekere en onwennige gevoel opnieuw naar voren. Is dat alles wel waar? Zijn we niet bezig een legende in het leven te roepen?'

En nu, een generatie later wordt er in verband met Miskotte weer over groots gesproken, 'grootse cultuurkritische werken'. Opnieuw moet de vraag gesteld, of we niet bezig zijn een legende in het leven te roepen. Het tragische is dat we ons zelfs moeten afvragen, of wat we doen wel in de geest van Miskotte is. Hij noemde zijn boek niet 'Edda óf Thora'. Hij plaatste beide grootheden tegenover én naast elkaar. Het lijkt erop dat het wat de Thora betreft, in de kerk van onze dagen wel goed zit. Vele predikanten lijken steeds meer rabbijn te worden. In hun kerkbladen schrijven ze voor hun gemeenteleden kleine Joodse verhalen en wijsheden over, onder elkaar spreken ze verheerlijkt over Levinas.

Maar hoe zit het met de Edda, met ons Europa, met de eeuwenoude Europese cultuur? Deelt de christelijke kerk daar nog wel in, of hebben wij ons tegen Miskotte's bedoeling in tot vreemdeling op het gebied van de cultuur, en dus tot quantité négligeable gemaakt?

mailIcon print |