*

 
dossier

Archief

'Naschokken' in Drutens spookhuis

BIJDRAGE: LOES SMIT − 19/05/95, 00:00

Het lijkt nu wat rustiger in het rijtjeshuis op de Heuvel in Druten. Maar gistermorgen nog kletterde plotseling een hangplant op de vloer van de huiskamer. Sinds een week geleden een onzichtbare hand stenen in de achtertuin gooide, volgen de (nog) onverklaarbare verschijnselen elkaar in hoog tempo op. Na de tuin werd het huis zelf doelwit, binnens- en buitenshuis vielen stenen, zand, grind en kluitjes aarde en sneuvelden ruiten, spiegels en gebruiksvoorwerpen.

De Heuvel, onder normale omstandigheden een rustige straat met aan de ene kant blokken van zes doorzonwoningen en aan de andere kant eengezinshuizen, bejaardenwoningen en een basisschool, is de laatste dagen het toneel van nieuwsgierigen geweest. Iedereen wilde alles met eigen ogen zien en vooral de vijftienjarige zoon. De verschijnselen doen zich uitsluitend voor waar hij is. Zijn beide jongere zusjes, vader en stiefmoeder hebben nergens last van zolang hun broertje en zoon niet in de buurt is.

De politie, zondag door het gezin te hulp geroepen, kijkt er voorlopig nuchter tegen aan. “We kregen aangifte van kapotgeschoten ramen, geschoten, denken wij dus”, zegt de woordvoerster. “Drie bovenlichten en een keukenraam waren stuk. We hebben een kort onderzoek uitgevoerd in de buurt, maar duidelijker is het er niet op geworden.” Ze geeft toe dat in het huis meer dan één politieman “zand en dat soort dingen” naar het hoofd heeft gekregen. “Voor ons onverklaarbaar, maar daar hebben wij als politie geen bemoeienis mee. In verband met overlast in de buurt is er wat meer politie dan normaal bij geweest, maar dat is nu niet meer nodig. We houden nog wel een extra oogje in het zeil.”

Het gonst in het dorp van geruchten. Er zou een Indonesische dolk (een kris pusaka) in huis geweest zijn. De moeder van de jongen zou in Turkije een vloek hebben uitgesproken toen de vader zijn zoon vorig jaar meenam naar Nederland; daar zouden ze binnen een jaar wel wat van merken. In een supermarkt zou uit het niets een hoop aarde naar de jongen gegooid zijn. Collega's op de fabriek - waar overigens niet hij, maar zijn vader blijkt te werken - zouden gevlucht zijn omdat 'de stenen hen om de oren vlogen'.

Wat in elk geval wél klopt, is die kapotte achterruit van een geparkeerde auto. Die sprong gewoon aan gruzelementen toen de tiener er voorbij liep. Nogal wat bewoners hebben uit angst hun auto verderop op een parkeerterrein gezet.

“Ik ben niet bang”, zegt buurman Janssen. “Eerst wilde ik het ook niet geloven, maar hier is echt iets aan de hand. Ik heb het opgezocht in de encyclopedie, onder poltergeist, en daar stond precies wat hier gebeurt.” Janssen is bij zijn buren binnen geweest en heeft zelf ook een en ander meegemaakt. “Alles wat van glas is, was kapot. Niet alleen de bovenlichten, maar ook het ruitje bovenin de douchedeur en de vitrinekast. Ik heb gezien hoe de politie op de overloop zand van zich af stond te schudden, en hoe het glas met de tandenborstels op de wastafel in scherven lag. Dat gebeurde toen de jongen de deur opendeed om onder de douche te gaan. Sommigen beweren dat hij het zelf met een katapult gedaan zou hebben. Ze kunnen mij veel wijsmaken, maar dat niet. Hij is nu zo bang dat hij bij de buren doucht.”

Janssen mag dan niet bang zijn, geschrokken is hij wel. “Ik loop met de jongen de slaapkamer in, en meteen begint er zand naar beneden te komen. Ik ben met een vaartje naar buiten gerend, want op dat moment schrok ik me kapot. De buurman aan de andere kant stond er bij toen een glazen schenkkan op de eettafel knapte. 'Ik stond te trillen op m'n benen', zei mijn buurman.”

Hij denkt dat zijn geplaagde buren twee, drie nachten niet geslapen hebben. Een van die nachten was hij er zelf. De zoon vroeg hem te komen omdat hij niet naar bed durfde. “Hij staat voor de deur en er valt een steen tussen ons in. Een paar seconden later knalt een grote pot meel in duizend stukken. Om kwart over vijf ben ik met hem meegegaan en heb hem in de woonkamer laten slapen. Tot half zeven 's morgens heb ik daar gezeten, en intussen was het behoorlijk onrustig in de keuken. Er was niemand, maar je hoorde steeds steentjes vallen.”

De auto's in de straat worden volgens hem niet uit angst naar de parkeerplaats verplaatst. “Het is eerder omdat er zoveel volk komt. Zo gauw de scholen uit gaan, drommen de scholieren de straat in. Het is een komen en gaan. Jomanda is ook geweest, maar Tineke de Nooij mocht er niet in.” Het slingeren van de lamp in de woonkamer gisternacht en de vallende hangplant gisterochtend noemt hij 'naschokken'. Dat heeft hij gehoord van paragnosten, die sinds een paar dagen met apparatuur in de woning aanwezig zijn.

Hoewel de buurt op z'n kop staat, heeft M. van Woerkom, een blok verderop, niets van het gooi- en smijtwerk gemerkt. Hij kent het bewuste gezin wel en heeft maandag met eigen ogen de kapotte ruiten, spiegel en het gebroken glaswerk gezien. Er gebeurde niets. “De jongen stond buiten, en alleen als hij binnen is, gebeurt het. Een van de buren schijnt wel een steen in zijn nek gekregen te hebben en een ander zand op zijn hoofd. Ik weet niet wat ik ervan denken moet.” Maandag was het een soort kijkdag voor de buurt, maar nu mag er niemand meer in. De gordijnen blijven gesloten. “Het hele huis staat vol meetapparatuur”, weet Van Woerkom.

De enigen die het gezin nog gezelschap houden, zijn dr. J. L.F. Gerding en drs. R. Wezelman, onderzoekers van het Parapsychologisch Instituut uit Utrecht, en prof. dr. D. J. Bierman van de Rijksuniversiteit Utrecht. Zij doen waarnemingen met camera's, nemen getuigenverklaringen op, een computer houdt een logboek bij en de toevalsgetallengenerator slaat alle afwijkingen in de normale orde op.

“Wij denken niet in eerste instantie aan geesten, duivels of welke hogere of lagere krachten dan ook”, zegt de woordvoerster van het instituut. “Wel weten we dat personen bij wie geweldige spanningen zijn opgehoopt, met name pubers, zulke fenomenen teweeg kunnen brengen. Die dingen gebeuren wel, maar komen weinig voor. Twee of drie keer per jaar hebben wij daar mee te maken. Vaak blijkt al vrij snel wie de problemen veroorzaakt en dan zijn de verschijnselen ook uit de wereld. Zo niet, dan is er een psychiater of psycholoog nodig om de veroorzaker van het probleem af te helpen.”

Evenmin als de onderzoekers van het Utrechtse instituut heeft de stichting Skepsis (die paranormale verschijnselen wetenschappelijk onderzoekt) al een oordeel. De moeilijkheid is, zegt woordvoerder Hans Nanninga, dat de beweging van een ogenschijnlijk zomaar rondvliegend voorwerp nog nooit van begin tot eind is waargenomen. “Men ziet een steen voorbijvliegen, maar kan niet vaststellen waar die vandaan komt.”

Als skepticus ziet hij vooralsnog weinig reden om aan te nemen dat het in het geval - Druten om iets paranormaals gaat. “Je kunt niet zeggen dat het niet waar is, maar de geschiedenis heeft geleerd dat kinderen met emotionele problemen het vaak leuk vinden om hun ouders voor raadsels te stellen.” Nanninga noemt het voorbeeld van het Amerikaanse meisje Tina Resch, dat jaren nadat rondom haar de vreselijkste poltergeist-verschijnselen waren gesignaleerd, toch als bedriegster door de mand viel. Om maar niet te spreken van de zusjes Fox, die in 1848, zegt hij, het spiritisme als het ware hebben 'uitgevonden' door hun claim dat ze konden spreken met geesten, die door klopsignalen diverse vragen beantwoordden. Veertig jaar later bekenden ze hoe ze het allemaal bedacht hadden als één-aprilgrap voor hun moeder, maar door alle belangstelling niet meer durfden terug te krabbelen. “Je moet de inventiviteit van kinderen niet onderschatten”, aldus Nanninga. “Zelfs wetenschappers zijn erin getuind.”

mailIcon print |