Van onze parlementsredactie UTRECHT - Kandidaat-voorzitter van de PvdA Karin Adelmund meent dat zij in een dubbelfunctie van voorzitter en Tweede Kamerlid kan bijdragen aan de verkleining van de afstand tussen de partij en partijleider Kok.
Het is een van haar motieven om beide functies tot aan de Tweede-Kamerverkiezingen in 1998 te willen combineren. Dat zei Adelmund, de vice-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, gisteren in Utrecht in een discussie met de vijf andere kandidaatvoorzitters. Ze reageerde in dat debat ondermeer op de kritiek die in haar partij wordt geleverd op haar weigering voor een van de twee functies te kiezen.
Tot dusver voerde zij als argument aan dat zij het mandaat dat zij van de kiezers heeft gekregen niet tussentijds wil verbreken.
Zij voegde daar gisteren als ander motief de verkleining van de afstand tussen Kok en de partij aan toe. “Een van de grootste bedreigingen van de PvdA is dat steeds een afstand wordt gesuggereerd tussen Kok en de partij. De combinatie partijvoorzitter/Kamerlid is goed om de verlangde samenhang te vergroten”, zei zij.
Adelmund ging niet in op de vraag hoe zij zich, met twee petten op, zal opstellen als de partij en de Tweede-Kamerfractie met elkaar in conflict komen, bijvoorbeeld over het recente kabinetsvoorstel dat voor sommige werknemers betaling onder het minimumloon mogelijk maakt.
Zo'n strijdigheid van loyaliteiten als partijvoorzitter en Kamerlid is een van de belangrijkste argumenten van de tegenstanders van de dubbelfunctie.
Een van hun meest gehoorde woordvoerders, de Leidse politicoloog Ruud Koole, schrijft in het laatste nummer van Socialisme & Democratie dat Adelmund straks in de aanloop van de verkiezingen als partijvoorzitter zou moeten oordelen over haar eigen kandidaatstelling en die van haar collega-Kamerleden.
Dat legt beperkingen op aan de vrijheid van gedachtenwisseling in de fractie. Want hoe groot is die vrijheid wanneer een Kamerlid het geheel oneens is met collega-Kamerlid Adelmund wanneer hij voor zijn herverkiezing afhankelijk is van partijvoorzitter Adelmund? Daarnaast meent Koole dat het zeker voor een regeringspartij nodig is dat het gezicht van de partij niet uitsluitend wordt bepaald door bewindslieden en Tweede-Kamerfracties.
“De relatief zelfstandige positie van de partij-organisatie ten opzichte van de fractie en de bewindslieden is nodig om te voorkomen dat uitsluitend de Haagse 'kaasstolp' het beeld van een politieke partij bepaalt,” zegt Koole.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.