De ene groep vraagt om koosjer eten, de volgende wil een apart jongensterrein, terwijl de jongens en meisjes uit een derde land gezellig bij elkaar in een tent kruipen. In de Flevopolder bij Dronten staan vanaf 2 augustus tien dagen lang 25 000 scouts uit 150 landen bij elkaar op een gigantisch terrein voor de Wereldjamboree. Tussen al die jongens en meisjes bestaat één bindende factor: scouting.
“No one left aside, everyone a prize, together we'll create a paradise, the future starts today”, zingt hij in een liedje dat sterk geïnspireerd lijkt door de muziek uit de Disney-film 'The lion king'. Dat zal hij ook tijdens de openingsceremonie van de Wereldjamboree ten gehore brengen. Beetje Afrikaans, beetje reggae, beetje oubollig ook. Het geheel helpt in ieder geval niet om de vastgeroeste ideeën over de 'padvinderij' - zo heet scouting al sinds 1973 niet meer, maar in de volksmond zeurt de oude term door - te doorbreken.
De organisatie zag in Albert West vooral een “goede performer”, maar waarschijnlijk is hij ook het universele compromis voor de Wereldjamboree, die op 2 augustus op een gigantisch terrein bij Dronten in de Flevopolder begint. Daar komen 25 000 scouts uit 150 landen tien dagen lang bij elkaar. Met ieder een totaal verschillende culturele, sociale, politieke en religieuze achtergrond.
Meemaken 'Scouting' is de bindende factor tussen al die landen, maar vraag een scout wat scouting dan eigenlijk is en je krijgt het gevreesde antwoord: “Je kunt het niet uitleggen, je moet het meemaken.” Bovendien is de invulling van het scoutingspel zo divers als de landen die er aan deelnemen. Zelfs binnen Nederland zijn de verschillen tussen Appelscha en Twello wat betreft het 'Baden Powell-gehalte' van de scoutinggroepen huizenhoog. Bij de ene groep is roken en drinken toegestaan en zijn de uniforms de deur uit, bij de ander worden nog vlaggen gehesen en insignes op de bloeses genaaid. Wel ligt in Nederland de nadruk in eerste instantie op sport en spel: 'pionieren' (dingen maken van hout en touw), kamperen, meedoen aan 'hikes' (overlevingstochten).
Maar in Afrika fungeren scoutinggroepen vaak als kleine ontwikkelingshulporganisaties. “Of neem Polen”, zegt woordvoerder Martijn Lamme van Scouting Nederland. “Daar heeft de tijd sinds 1939 stilgestaan. Ze dragen hele oude uniformen en zijn nogal militaristisch ingesteld. In Nederland is de laatste decennia vreselijk veel veranderd. Terwijl mensen die er jaren geleden zelf bijzaten de neiging hebben te denken dat het nog steeds precies hetzelfde is als toen.”
'Militaristisch' is een term die nog steeds gauw opduikt als het gaat om scouting, en het beeld van de dikke hopman met de korte broek, de eeuwige platte knoop en de liedjes rond het kampvuur is ook nog steeds niet vervaagd. “En wie de dikke hopman zoekt zal hem zeker vinden”, beaamt Lamme. Maar de cijfers spreken het schimmige imago tegen: met 125 000 leden is scouting nog nooit zo groot geweest als nu: het is de grootste jeugdorganisatie in Nederland. En na de Jamboree hoopt Scouting Nederland te kunnen doorgroeien naar 140 000 leden. Wereldwijd doen 32 miljoen mensen aan scouting.
Eigenlijk is scouting volgens Martijn Lamme maar onder een paar algemene trefwoorden te vangen. “Scouting is leuk en leerzaam, veelzijdig en betrokken, en zeker met het oog op de Jamboree: grensoverschrijdend. Dat klinkt heel algemeen, maar iedereen kan op de Jamboree komen bekijken wat scouting is, want die is daar juist voor bedoeld. Het doel van de Jamboree was en is de jeugd uit de hele wereld samen te brengen. Door samen te kamperen, samen te eten en activiteiten te ondernemen ontstaat een basis voor een betere toekomst. De olympische gedachte, maar dan zonder competitie.”
Nederland staat bekend als een vrij en progressief land: die naam heeft het ook in internationale scoutingkringen. Maar op de Wereldjamboree is Nederland ook gastland van scouts uit streng islamitische landen als Iran en Algerije. Van Won-boeddhisten uit Korea. En van mormonen uit Amerika. “Juist vanwege het gastheerschap moesten alle medewerkers - 6 000 in totaal - een training volgen”, vertelt Martijn Lamme. “Hoe ga je met dat Hollandse vingertje om als je met al die verschillende culturen te maken krijgt? Wat doe je als een jongen en een meisje - of voor mijn part twee jongens of twee meisjes - staan te zoenen, terwijl je weet dat anderen daar aanstoot aan kunnen nemen? Grijp je in? Verbied je het, of probeer je uit te leggen dat dat maar beter niet kan? We hebben daar geen standaardprocedures voor opgesteld, want iedere situatie vraagt om een andere benadering. Over andere zaken kunnen we wel duidelijk zijn: het is een rookvrij evenement. Als je ziet dat iemand rookt, dan zeg je er iets van.”
De deelnemers en medewerkers aan de Wereldjamboree zijn inmiddels ook al aardig van hun taak als 'gastheer' doordrongen. Hester (17) uit Appelscha en Mike (20) uit Twello weten uit een 'briefing' dat ze rekening zullen moeten houden met hun gasten, dat niet iedereen dezelfde normen en waarden heeft. Dat vinden ze nu heel vanzelfsprekend, het is iets wat sowieso bij scouting hoort: respect voor de ander, verantwoordelijkheid, elkaar accepteren. “Hoewel”, zegt Hester. “Ik ben heel benieuwd hoe het is om bijvoorbeeld met een islamitische jongen te praten. Als die mij niet aan wil kijken of gewoon helemaal niet wil praten, denk ik niet dat ik dat zo leuk vind.”
Maar naast alle mooie interculturele gedachten is de jamboree voor velen bij uitstek een gelegenheid om 's avonds feestjes te bouwen en tot over je oren verliefd te worden. Dat merken ze nu al, voor de jamboree begonnen is. Hester en Mike werken mee met de decoratiegroep, die de decorstukken maakt voor het hele terrein. In de grote Akkerbouwhal op het jamboreeterrein zijn ze met een grote club druk aan het schilderen, timmeren, palmbomen en kerstmannen van papiermaché aan het maken. Er hangt een gezellige sfeer in de hal.
Hester is in d'r eentje uit Appelscha gekomen, dát is nou juist het leuke van scouting, vindt ze: “Je ontmoet meteen allerlei mensen uit andere delen van het land, en straks uit de rest van de wereld.” Op het liefdespad gaan, hoeft van haar niet zo, daar heeft ze zo haar eigen ideeën over. Maar voor Bert-Jan (17) kan de week al niet meer stuk. Voor de tweede keer kroop er 's nachts spontaan een meisje bij hem in de tent, heel knus.
Het lijkt geen overbodige luxe om op een terrein waar 25 000 jongeren tussen de veertien en de achttien kamperen te zorgen dat er ook makkelijk voorbehoedmiddelen te verkrijgen zijn op het terrein. “Maar we kunnen geen condooms in de supermarkt op het terrein te koop aanbieden. Dat zou voor anderen weer provocerend zijn”, zegt Martijn Lamme. “Ze zijn wel te krijgen bij de medische posten.” Hij is niet bang dat daarmee de drempel om ze te gebruiken erg hoog wordt. “De groepsleiders weten in ieder geval dat ze daar te krijgen zijn.”
Veel van de cultuurverschillen vinden hun oorsprong in de religieuze achtergrond van de deelnemers. De organisatie van de Wereldjamboree heeft gezorgd dat er voldoende gelegenheid is voor iedereen om zijn of haar religie te beleven. Daarvoor is een apart terrein ingericht. Henriette Kuipers, coördinator van de groep 'Religious Programs', legt uit dat gekozen is voor de vijf wereldgodsdiensten: christendom, jodendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme. “Als je nog eens met alle splintergroepen rekening moet houden, is het een onmogelijke opgave, want dat zijn er bijna evenveel als er landen zijn.”
Iedere godsdienst krijgt een eigen tent, met alles wat daarvoor aan attributen nodig is. De moslim-tent is naar het Oosten gericht en voorzien van een schoenenrek, voor de boeddhisten is een groot gouden Boeddhabeeld ingehuurd, de hindoes krijgen een wasplaats. Wie niet aan een bepaalde godsdienst gebonden is, maar toch behoefte heeft aan spiritualiteit kan terecht bij 'The other corner', met een 'stilteruimte' voor meditatie.
Maar het is vooral de bedoeling om de scouts met religies in contact te brengen waar ze niets van weten. En dus heeft iedere tent ook een kleine tentoonstelling, kun je bij de moslims leren kalligraferen, bij de hindoes mediteren en met de boeddhisten lotusbloemen vouwen. “Als ze maar niet gaan evangeliseren”, zegt Kuipers. “Dat mag niet. Het is geen feestje om mensen lid van je eigen club te maken.”
Hoogtepunt wordt de grote interreligieuze viering op zondag zes augustus, een gezamenlijke viering van de vijf wereldgodsdiensten, een evenement dat ook door de Wereldraad van kerken met belangstelling wordt gevolgd. “Het wordt meer een visueel spel”, aldus Kuipers. “Het moeilijke is namelijk dat je niet kunt bidden tot één god: hindoes hebben er oneindig veel, terwijl de boeddhisten geen god kennen. Omdat op 6 augustus ook de eerste atoombom op Hiroshima viel, hebben we dat als thema gekozen: hoe zoek je vanuit chaos en verwoesting naar openingen voor de toekomst.”
Kuipers is niet bang dat er wrijvingen zullen ontstaan tussen godsdiensten die traditiegetrouw niet zo erg vredelievend tegenover elkaar staan. “Vaak zitten de problemen bij volwassenen en niet bij de jeugd. Bovendien is iedereen vrij om mee te doen. Daarnaast is het ook niet onze intentie dat groepen moslims ineens vriendjes moeten worden met joden.”
Idylle Toch wordt de idylle van de tolerante jongerenwereld niet helemaal door de organisatie instandgehouden. Bij de indeling van de groepen op de twaalf subkampen op het terrein is wel degelijk rekening gehouden met landen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. “Scouting is in principe a-politiek”, zegt Herman Oomen, plaatsvervangend hoofd van het team 'Facilities jamboree headquarters'. “Daarom nodigen we zowel Macedonië als Griekenland uit. Iedereen is welkom. Maar je moet de conflicten ook niet opzoeken. Het is natuurlijk volstrekt ondenkbaar dat je Israël en Irak naast elkaar op een kamp zet. De vrede wordt hier misschien wel bevorderd, maar zeker niet gesloten. Daar is de Jamboree ook niet voor bedoeld. De bedoeling is vooral om scouts uit alle delen van de wereld hier een prachtige tijd te bezorgen.”
Bij de twaalf afzonderlijke subkampen van de jeugdige deelnemers is het eenvoudig om te zorgen dat bepaalde landen niet bij elkaar komen te staan. Bij de tenten van de (volwassen) contingentsleiders is dat wat lastiger: daar staan alle tenten bij elkaar op één terrein. Oomen laat op een plattegrond zien hoe de voorlopige indeling gemaakt is. Israël ingebouwd tussen Finland en de Verenigde Staten bijvoorbeeld. “We doen ons best maar hier zijn veel kruisingen mogelijk. Ze zullen elkaar zeker een keer tegenkomen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.