*

 
dossier

Archief

Kwaliteit vormgeving liep vorig jaar terug

CEES STRAUS − 05/02/96, 00:00

Nominaties Designprijs 1996 t/m 3 maart in de Kunsthal in Rotterdam.

Voorzien van een in reliëf aangebrachte tekst kunnen ze dienen als verpakking voor de cosmetica-industrie. Wie straks een flesje badcrème of -zout bij de drogist koopt, kan dat in een aan de boom gegroeide kalebas verpakt zien.

De kalebasverpakkingen zijn ontworpen door A. J. Velthuizen en R. S. Wall. Zij zagen hun ontwerp met een nominatie voor de Designprijs bekroond, een eerste stap op weg naar erkenning. Die zal er voor de twee vormgevers pas komen als zich een bedrijf aanmeldt dat hun ontwerp in produktie wil nemen. De nominatie-commissie - vijftien Nederlanders afkomstig uit de designwereld - vergat voor het gemak even dat de ontwerpen wèl in het afgelopen jaar in produktie moesten zijn genomen.

De geheel buitenlandse jury die tussen nu en 2 maart uiteindelijk het enige ontwerp de Designprijs moet toekennen, krijgt weinig keus. Slechts zeventien ontwerpen zijn dit keer genomineerd. Dat is een wel heel magere oogst vergeleken bij vorig jaren. Afgaande op dit kleine aantal kan dan ook gesteld worden dat het jaar 1995 voor wat betreft de vormgevingskunst teleurstellend is geweest.

Ook het aantal inzendingen - dit keer 294, terwijl er in de eerste jaren aantallen van ver over de 400 werden bereikt - moet er op duiden dat er niet veel is ontworpen. Of zou de Designprijs niet meer in trek zijn bij de vormgevers? De organisatie zelf doet daar het zwijgen over. Onder verwijzing naar het vermeende hoge kwaliteitsniveau van de genomineerde inzendingen vindt ze dat het allemaal wel mee valt.

Omdat niet-genomineerde ontwerpen niet worden geëxposeerd, is het moeilijk een indruk te krijgen van het gemiddelde peil van de ontwerpkunst in het afgelopen jaar. De nominatiecommissie heeft er wèl naar gestreefd om een aantal categorieën aandacht te geven, die er vroeger niet bij zaten. Zo is het verheugend dat er nu eindelijk eens aandacht aan de fiets-industrie wordt geschonken. Op dit gebied worden al vele jaren in Nederland innovatieve ontwerp- en produktietechnieken toegepast, die er toe leiden dat Nederlandse ontwerpers op dit gebied internationale erkenning hebben.

De keuze voor het prachtige fiets-ontwerp 'Expresso' dat Van der Veer-designers voor fabrikant Gazelle bedachten, geeft hopelijk een indicatie voor een ander nominatiebeleid in de toekomst. Na jaren van grote en kleine uitvindingen op fietsgebied (lichtgewicht materialen, verbeteringen aan banden, verlichting, remmen, versnelling) valt het op dat de commissie toch koos voor louter esthetische overwegingen die aan de nominatie van dit ontwerp ten grondslag liggen.

Diezelfde opvatting is terug te vinden in de kennelijke afkeer van industrieel design. De expositie laat op dat gebied weinig zien. De rotatiezeefdrukmachine van het ontwerpteam Moons en Van Hoof in opdracht van de firma Stork X-cel BV is het enige produkt op dit terrein.

Te weinig inzendingen zal de organisatie wellicht zeggen, maar dan kan onmiddellijk gesteld worden dat er op dit punt misschien meer actief geworven had kunnen worden. Wie wel eens op de technische vakbeurzen rondloopt, ziet heel wat interessants dat voor een nominatie in aanmerking komt.

Toch is de commissie niet helemaal wars van technische vindingen. Ze koos voor zulke innoverende zaken als een ANWB-praatpaal en een vouwcaravan. De praatpaal van Chrétien Maria Gerrits in opdracht van PTT Telecom, is een sterk verbeterde versie van de bestaande praatpaal die in de praktijk een groot aantal handicaps blijkt te hebben. Gerrits heeft echter behalve nieuwe technische toepassingen ook een aantrekkelijke vormgeving bedacht die het produkt beter zichtbaar maken en een grotere herkenning geven.

De vouwcaravan, ontworpen door Eduard Böthlingk, verkeert nog in de prilste fase van een industriële toepassing. Het gegeven van een vaste caravan met een vouwgedeelte dat bestaat uit twee elektrisch uitklapbare zijwanden lijkt op het eerste gezicht het 'beste van twee werelden' te verenigen. Toch dienen zich bij dit ontwerp een aantal praktische bezwaren aan, die in het nominatierapport niet worden aangestipt.

De nominatiecommissie heeft met deze expositie geen uitspraak willen doen over de kwaliteit van de Nederlandse vormgeving in haar geheel. Ze wijst er wel op dat het ontwerpen in sommige traditionele categorieën als meubilair en draag-accessoires (sieraden, hoeden, schoenen) in een impasse is geraakt. “Er is daar sprake van een zekere gekunsteldheid, van een gebrek aan verfrissende en gedurfde ideeën, die daarentegen bij de mode, de nieuwe media en ook de industriële vormgeving in ruime mate aanwezig lijken te zijn”, aldus Christine de Baan van de organiserende Rotterdamse Kunststichting.

Het zou aardig zijn als het publiek daar ook toe kan concluderen. Maar dat betekent wel dat de expositie een andere opzet moet krijgen. Pas dan kan er sprake zijn van een representatieve catalogus van het Nederlandse ontwerpen in het afgelopen jaar.

mailIcon print |