Van onze redactie economie ZOETERMEER - Het geld stroomt binnen in het werkgelegenheidsfonds voor de metaalindustrie. Er zit al 40 miljoen gulden in, meldden de Industriebond FNV en de werkgeversorganisatie FME-CWM gisteren opgewekt op een persbijeenkomst. Binnenkort wordt dat 52 miljoen gulden en uiteindelijk moet er 110 miljoen in de pot zitten.
Werkgeversvoorzitter Van den Akker en industriebond-bestuurder Hagen zitten gebroederlijk in het Zoetermeerse hoofdkantoor van FME-CWM. “De strubbelingen zijn allemaal weg”, zegt Hagen kordaat. Het onderwerp werkgelegenheid was afgelopen jaar nog aanleiding tot verbale vechtpartijen tussen bonden en metaalwerkgevers. De 36-urige werkweek, die de bonden bij de CAO-onderhandelingen wilden afspreken, stuitte op een onwrikbaar 'nee' van Van den Akker.
Uiteindelijk vonden de partijen elkaar in een werkgelegenheidsfonds. De 1300 bedrijven in de grootmetaal storten dit jaar 0,6 en volgend jaar 0,5 procent van de loonsom in het fonds. “Ik kan mijn enthousiasme moeilijk onderdrukken”, zegt Hagen. “Iedereen kijkt of dit een succes wordt.” Een trendbreuk noemt hij het plan, waarbij bedrijven individueel met de bonden over werkgelegenheid onderhandelen.
De gesprekken kunnen gaan over arbeidstijdverkorting, het beperken van uitzendkrachten of bedrijfstijdverlenging. Maar ook over scholing of kinderopvang. Bedrijven dienen samen met plaatselijke bondsbestuurders projecten in. Die worden vervolgens beoordeeld door een stichting waarin de vakbonden en FME-CWM zitten. Eén aanvraag is inmiddels goedgekeurd. Zestig bedrijven zijn in overleg met districtsbestuurders, meldt Hagen, “maar daar kan ik verder nog niks over zeggen”.
Heeft u wel enig idee hoeveel werkgelegenheid het fonds oplevert?
Hagen: “Nee, geen idee. Als ik een getal noem, word ik daar later weer op afgerekend.”
Wat gebeurt er als een aanzienlijk deel van de bedrijven geen projecten indient?
Van den Akker: “Bedrijven hoeven niet mee te doen. Als ze geen afspraken willen maken, krijgen ze hun geld niet terug. Het geld dat overblijft, gaat naar bedrijfstakprojecten, zoals de omscholing van langdurig werklozen tot lasser.”
Hoe groot is de kans dat die mensen aan werk komen?
Van den Akker: “Dat weet je niet. Zo kun je in ieder geval de inzetbaarheid verhogen. Zodat ze meer kans hebben op de arbeidsmarkt.”
Bestaat dan niet het gevaar dat het werkgelegenheidsfonds ontaardt in een verkapt scholingsfonds?
Van den Akker: “Dat zou kunnen. Maar de behoefte aan vaklieden is groot.”
Hagen: “Het probleem van werklozen is vaak dat ze geen opleiding hebben of de verkeerde. En we proberen ze ook te bemiddelen.”
Stel dat alle bedrijven hun geld terugkrijgen, komen dan de bedrijfstakprojecten voor langdurig werklozen in gevaar?
Hagen: “Dat zou een luxeprobleem zijn. Het fonds zal niet meteen een geweldig succes zijn. We zijn nog maar net gestart.”
Gaat FME-CWM er zelf aan trekken bedrijven te bewegen mee te doen?
Van den Akker: “Als het gemakkelijk is wel, maar als het een hopeloze zaak is niet. We zullen ze erop wijzen dat ze geld laten zitten als ze niet mee doen.”
De afgevuurde vragen hebben de opgewekte stemming niet kunnen bederven, toch blijkt de eensgezindheid niet volledig.
Hoe zit het met de 36-urige werkweek?
Hagen: “Ik sluit niet uit dat die er alsnog komt.”
Van den Akker: “Nee, die komt er zeker niet.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.