*

 
dossier

Archief

Distributieland

MAURITS VAN WITSEN − 27/08/98, 00:00

Podium brengt deze zomer het feuilleton van de Nederlandse identiteit. Vandaag: vervoerspecialist Maurits van Witsen.

Wie de kaart van Nederland bestudeert, zal Holland in de deltavormige uitmonding van de grote rivieren Rijn, Maas en Schelde als het meest karakteristiek bestempelen. Toch vormen de huidige twaalf provinciën samen het lage land aan zee: Nederland, waterland.

Van de vier vervoerswegen lucht, water, landweg en spoorweg was het water direct bruikbaar voor reizen en transport. Holland (de randstad) lag hiervoor uiteraard het gunstigst. Ook het aangrenzende Zeeland, Noord-Brabant en Gelderland profiteerden van hun achterlandpositie. Het noorden moest vechten om te mogen meedoen.

Wat heeft ons dit alles gebracht? Toch wel zoveel kenmerkends dat het ons onderscheidt van de rest van de wereld: een kosmopolitische instelling, beheersing van vreemde talen, een sterke handelsgeest (het lijkt wel een advertentie), waarmee wij ons brood verdienen. Dat is ook nodig, want onze grond biedt onvoldoende voedsel en mineralen.

Ons 'neutrale' gedrag bracht ons veel vrienden. De verschrikkelijke Tweede Wereldoorlog leidde bij uitzondering tot een golf van emigratie naar Canada en Australië. Wegens ons sikkeneurig klimaat vertrekken alleen renteniers en bejaarden naar Spanje, maar door armoede of overbevolking emigreren wij niet. De immigratie was veel belangrijker, want Nederland stond altijd open voor vluchtelingen, zoals voor Hugenoten, Vlamingen, Joden en Chinezen. Ook voor arbeid, waarvoor wij ons te goed achtten, kwamen immigranten, zoals Polen voor de mijnen, Duitse meisjes voor het huishouden, Italianen voor schoorstenen en schepijs, Noord-Afrikanen en Turken voor de schoonmaak.

Zijn wij ondanks deze heterogene immigratie toch een karakteristiek volk gebleven? Ja, juist omdat Nederland door zijn tolerante instelling het anderen heeft vergemakkelijkt, om zich hieraan te conformeren, vaak met behoud van eigen godsdienst en gebruiken.

Ook veroorzaakte onze ligging kenmerkende ontwikkelingen, zoals onze veroveringen op het water: 'luctor et emergo'. Aan zee bouwden we 's werelds grootste haven. Als eersten bereisden we niet alleen de wereld per zeeschip, maar maakten we er ons beroep van om te transporteren over weg en binnenwateren.

Ook in de lucht met onze KLM en ons Schiphol zijn wij waarachtige hoogvliegers. Alleen de spoorweg kwam hier met het tempo van de trekschuit; daarin waren de Engelsen en Belgen ons ver vooruit. Wellicht werkte ons vrijbuitersgevoel hier tegen, waarin een strak georganiseerd over sporen geleid treinsysteem minder past.

Helaas is er aanleiding tot twijfel aan de toekomst. De zucht naar steeds meer (hoewel véél juist niet lekker smaakt), de frequente uittochten naar verre oorden, het hoge tempo van volksverhuizingen, de Europese eenwording met dezelfde Blokkers en C & A's in iedere stad, het eenvormige massale tv-, video- en Internet-amusement geven voedsel aan de angst dat de beelden in de futuristische film 'Play Time' van Jacques Tati bewaarheid worden: Overal dezelfde toeristen naar steden met dezelfde hoge gebouwen, met als enig onderscheid anders gekleurde bussen en andersgevormde lantaarnpalen. Tussen die eindeloze steden rest nog wat open land (het 'Groene Hart'), volgebouwd met lelijke loodsen ten behoeve van ons oude ideaal: 'Nederland distributieland'.

Een somber toekomstbeeld? Nog is Nederland een karakteristiek land en kan de Nederlander een voorbeeld voor anderen zijn. Zullen wij in staat blijken om deze identiteit bewust te koesteren en te behouden?

Oud-hoogleraar Vervoerkunde TU Delft

mailIcon print |