Rondom Nieuw-Dordrecht In Drenthe lopen een stuk of zestig Knapzakroutes, één- of meerdaagse wandelingen langs kleine dorpen. Bij Nieuw-Dordrecht, in het zuidoosten van de provincie, is een route uitgezet van plm. 13 km die voert door het laatste restje hoogveen. Het gidsje met de kaart en de beschrijving van de knapzakroute is verkrijgbaar voor ¿5,95 bij de VVV Emmen, tel. 05910-13000. Begin- en eindpunt van de tocht is de bushalte bij café Roelofs aan de Vastenow, bereikbaar vanaf busstation Emmen met lijn 26 en 45. Informatie over het openbaar vervoer: tel. 06-9292.
Het 'bruine goud' noemden ze de turf in die tijd wel - de compagnieën en de kapitaalverschaffers tenminste. De geldbeleggers die rijk werden in het veen, zoals de Groninger fabrikant W.A. Scholten. Deze Godfather in het veen, grondlegger van de aardappelmeelindustrie, leeft nu nog voort in het Scholtenskanaal, zijn vrouw Klaziena werd de naamgeefster van een van de nederzettingen en zijn kleinkinderen zoals Cato en Willem Albert van een stel zijkanalen.
De arbeiders die de brandstof moesten steken, associeerden hun bestaan vàst niet met de goldrush in Californië. Weliswaar trokken ze met duizenden het veen in, maar in plaats van een leven in goud werd het er een in armoede. Een blubberzooi was het, een modderpoel, ontberingen, pionieren, stakingen, ziekten - één grote ellende. De arbeiders leefden in hutjes, vaak met het hele gezin. En iedereen moest de handen uit de mouwen steken.
De enige afleiding in dit tranendal vormde het geloof òf de jenerverfles - en vaak gingen die twee hand in hand. Met de paplepel namen ze beide tot zich, de drank en de religie. Waar sommigen menen dat er slechts één weg leidt naar de hemel (de smalle), lopen er in het Drentse veen kennelijk vele. Het barst er nog steeds van de kerkjes en geloven, van afgescheiden groepjes en sektariërs, van apostolischen en nieuw-apostolischen, jehova's en baptisten, pinksterachtigen en andere wederdopers.
Lopen door het veen van Zuidoost-Drenthe is dansen op een verende bodem van geloof en bijgeloof. Want van dat laatste konden ze ook wat: zelfs in de jaren dertig werd in de krant nog melding gemaakt van 'behekste kinderen' in de veenkoloniën. Ook al waarschuwden dominees en pastoors tegen toverij ('Wie aan heksen spoken gelooft, is van zijn verstand beroofd'), toch had de duivel hier een behoorlijke klandizie.Door de turfstekerij is het Drentse veengebied onderworpen aan de dictatuur van de liniaal. Alles is recht - de vaarten en wegen en de kavels en koloniën vormen een soort Mondriaan-landschap. Op plaatsen waar het patroon van rechte lijnen even haperde, is aardig te wandelen. Bij Nieuw-Dordrecht bijvoorbeeld, een buitendorp van Emmen. Het werd in het midden van de vorige eeuw aangelegd door de Drentsche Veen- en Midden Kanaal Maatschappij op een uitloper van de Hondsrug. De naam dankt het dorp aan het feit dat Dordrecht de hoofdzetel van de maatschappij was. 'Herendord', zoals Nieuw-Dordrecht ook wel genoemd werd (de arme grond richting Klazienaveen werd aangeduid als Boerendord of Vastenow), ligt er nog even slaperig bij als vroeger. Met een kerk, een café en een muziektent (cadeau bij het eeuwfeest van de gemeente Dordrecht). Het recreatieparkje waar de route doorloopt, is gefinancierd door de NAM - als compensatie voor de gaszuiveringsinstallatie die met een huizenhoge toren en een reusachtige gasvlam de horizon domineert. De brede groenstrook, beter bekend als 'De Leegte', herinnert aan het plan om hier het Oranjekanaal door te trekken. Vanwege het grote verval is dit idee nooit uitgevoerd. Oostelijk van Nieuw-Dordrecht ligt een van de weinige 'levende' overblijfselen uit het veentijdperk, sinds een paar decennia met bos beplant. De route naar dit Oosterbos volgt de Veldweg, die tot in de jaren dertig nog geflankeerd werd door plaggenhutten en nu door een sportterrein waar blijkens een bordje bij de kassa 'dames' en 'heren' ieder een eigen toegangskaart hebben. Het Oosterbos is bezit van Staatsbosbeheer en dat is een curieus gegeven. Waar nog geen eeuw geleden mensen in mistroostigheid en armoede leefden, worden hun kleinkinderen nu vanwege de natuurwaarde door bordjes 'Verboden Toegang' geweerd. De tegenstelling is al even schril als in het Aards Paradijs, het voormalige nationale veenmuseum in Barger-Compascuum. In dat pretpark vergaapt de toerist zich nu aan het barre bestaan in de veenkolonies. Begin deze eeuw werd in het veen ten oosten van Nieuw-Dordrecht een houten weg uit de jonge steentijd gevonden, ontelbare boomstammen lagen er netjes naast elkaar. Waar deze weg naar toe voerde, blijft een mysterie. Niet naar het Aards Paradijs in elk geval, al ligt het pretpark op een paar kilometer wel in de richting.
De veenweg liep evenmin naar de markante Veenkerk van Klazienaveen-Noord, waar we op onze route ook langs komen. Dit gebouw werd pas in 1922 gesticht, op de plek van het houten kerkje dat de Scholten-dynastie voor hun arbeiders had laten neerzetten. De evangelist Willem de Wereld mocht er de eerste steen van leggen, zo staat op de buitenkant. Zijn leven lang was hij voorganger in het veen, hij schreef zijn belevenissen op in 'De Domeneer van Turfland' en financierde met de verkoop van dat boek (en weer met steun van de Scholtens) de nieuwe kerk. Misschien is dat prehistorische pad door het veen dan toch die ene weg naar de hemel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.