*

 
dossier

Archief

Het CDA heeft gelijk: kinderzorg hoort thuis

MARCEL TEN HOOVEN − 25/01/97, 00:00

Vorige week publiceerde het Wetenschappelijk Instituut van het CDA een opzienbarend rapport De verzwegen keuze van Nederland. Daarin wordt een nieuw gezins- en familiebeleid geschetst. De auteurs doen een baanbrekende keuze, door het traditionele christen-democratische gezinsideaal van de mannelijke kostwinner en zorgende vrouw los te laten. De vooraanstaande feministe Dorien Pessers prijst deze 'progressieve en radicale keuze' van de christen-democraten. Zij zijn de eersten die de consequenties van de herwaardering voor de zorg ten volle overzien. Een vraaggesprek.

Dan twijfelzuchtig: “Ik zeg dit wel onder het voorbehoud dat ze zich aan hun woord houden. Dat moet ik nog zien. Ik kan me niet voorstellen dat het zo mooi afloopt, zolang ook types als De Hoop Scheffer in het CDA tot een hoge positie kunnen reiken.”

Dorien Pessers, docente vrouwenstudies aan de Universiteit van Amsterdam, spreekt over het rapport De verzwegen keuze van Nederland waarin het Wetenschappelijk Instituut van het CDA een christen-democratisch gezins- en familiebeleid schetst. De auteurs doen een baanbrekende keuze, door het traditionele christen-democratische gezinsideaal van de mannelijke kostwinner en zorgende vrouw los te laten. Ze ruilen het in voor een visie op het gezin die recht doet aan de maatschappelijke ontwikkeling. Ze spreken met waardering over de veelvormigheid van de gezinnnen, de wens van vrouwen om betaalde arbeid te verrichten, de veranderde rol-en taakverdeling tussen partners en hun streven werk en zorg te delen, de bewuste keuze die het krijgen van kinderen tegenwoordig inhoudt.

Niettemin wordt in het CDA-rapport stelling genomen tegen de tendens om de zorg van kinderen aan anderen uit te besteden. De principiële keuze houdt in dat de ouders zoveel mogelijk zelf hun kinderen opvoeden. De logische consequentie is dat de auteurs afwijzend staan tegenover een gezin waarin beide partners een volledige baan hebben. De sleutel van het beoogde gezinsbeleid bestaat uit een maatschappelijke herverdeling van tijd en geld, ten gunste van ouders. Zij worden op deze wijze aangemoedigd te volstaan met een deeltijdbaan.

Pessers zegt dat zij veel opvattingen uit recente feministische studies in het CDA-rapport terugvindt. “Soms lijkt het zelfs letterlijk overgeschreven.” Ze citeert met instemming: “De vergrote arbeidsparticipatie van vrouwen heeft tot nu toe geleid tot een sterke gerichtheid op uitbesteding van zorg in plaats van herverdeling. Er wordt gekozen voor een vergaande aanpassing van vrouwen aan de mannenwereld waarin alleen betaald werk telt. Van mannen wordt helemaal geen aanpassing verwacht.”

“Zo staat het letterlijk in het CDA-rapport. De recente feministische literatuur bevat dezelfde kritiek op uitbesteding van zorg en aanpassing van vrouwen aan de mannenwereld. Onder vrouwen zie je een herwaardering van hun traditionele rol in de zorg voor kinderen en familieleden. De emancipatie is lange tijd eenzijdig gericht geweest op economische zelfstandigheid van vrouwen, ten koste van die traditionele vrouwenarbeid.”

“Misschien moest het ook wel zo gaan dat de vrouwenbeweging eerst streed voor gelijkberechtiging van mannen en vrouwen. Elke emancipatiebeweging begint met een streven om te veroveren wat de machthebbers hebben, om binnen te dringen in de dominante orde. Maar eenmaal binnen ontdekken ze dat een werkelijk gelijke behandeling hun pas gegeven is als ze zich volledig assimileren. Bij de vrouwen hield het assimilatie aan de economische wereld van de mannen in.”

“Die aanpassing is een prijs die velen te hoog is. Dat zag je bij de emancipatiebeweging van de zwarten, van de joden, van de vrouwen. De reactie op die teleurstellende ervaring is dat mensen òf het moede hoofd in de schoot leggen òf zich opnieuw oriënteren op hun oorspronkelijke cultuur. Dat uit zich in de vrouwenbeweging in een herwaardering van de onbetaalde zorgarbeid. Zonder angst teruggejaagd te worden naar het aanrecht, onderkennen vrouwen dat zorg van heel hoge waarde is. Het kwam niet door hun zorgfunctie zelf dat vrouwen vroeger als inferieure burgers werden beschouwd. Dat kwam door de miskenning van de hoge waarde van zorg.”

Het is volgens Pessers de verdienste van de christen-democraten dat zij als eerste politieke beweging de consequenties van de herwaardering van zorg en ouderschap ten volle onderkennen. De auteurs van het CDA-rapport funderen hun gezinsvisie op de waarneming dat het kenmerkende waardensysteem van een gezin haaks staat op de ethiek in de publieke sfeer. Het leven in de publieke sfeer wordt gekenmerkt door het streven naar vrijheid, het gezinsleven door de vrijwillige en bewuste aanvaarding van van onvrijheid.

Pessers: “In de publieke sfeer wil iemand gelijk behandeld worden. Die gelijke behandeling wordt gewaarborgd in welomschreven rechten en plichten die contractueel vastliggen. Vrijheid, autonomie en economische zelfstandigheid zijn de beginselen van het publieke leven. De praktijk van het gezin daarentegen wordt gestempeld door onvrijheid, afhankelijkheid, moreel plichtsbesef jegens anderen. Je kunt nooit zo maar je huis uitlopen en je kinderen achterlaten.”

“Je kinderen zullen later goed voor jou zorgen als jij nu goed voor hen zorgt. Dat is de ethiek van wederkerigheid. Die ethiek is op haar beurt ook voor de publieke sfeer van groot belang. Het gezinsleven ontwikkelt het besef van wederzijdse plichten en dat stelt iemand in de publieke sfeer tot sociale solidariteit in staat. Dankzij het gezin wordt hij een moreel handelend individu.”

Pessers, sympathisante van de PvdA, stelt vast dat het CDA zich van de morele implicaties van deze gescheiden leefwerelden bewust is. De PvdA is daarentegen volgens haar in het denken nog niet zo ver gevorderd.

“De makke van de PvdA is dat zij beginselen uit de publieke sfeer zoals het streven naar vrijheid, autonomie en economische zelfstandigheid wil opleggen aan het gezin. Het gevolg is dat de gezinsleden tegenover elkaar komen te staan. Hun belangen zijn niet meer gemeenschappelijk maar tegenstrijdig. De vader en moeder onderhandelen aan tafel, de kinderen vechten om aandacht van hun ouders, de pedagogische belangen van de kinderen worden afgewogen tegen de carrière-belangen van de ouders.”

“Het beleid van de PvdA draagt bij aan de dolgedraaide wereld waarin mannen en vrouwen rennen en vliegen. Ze zien elkaar of de kinderen zelden nog aan tafel. Het belang van de kinderen komt daarbij in het gedrang. Zij worden in hetzelfde leefpatroon als hun ouders gedrongen. Om acht uur de deur uit, naar school, vervolgens naar de stallingsplaats in de crèche of de buitenschoolse opvang, om zes uur pas weer thuis.”

Met andere woorden, het streven naar individuele vrijheid in het gezin werkt in de hand dat ouders de zorg voor hun kinderen in toenemende mate aan anderen uitbesteden. Het CDA wil die trend keren, tot genoegen van Pessers. Zij heeft zich geërgerd aan een uitspraak van minister Melkert (PvdA), volgens wie de ouderlijke wens om de kinderen na school op te vangen 'getuigt van conservatisme dat de progressieve eisen van de volgende eeuw in de weg staat'. Pessers: “Een heel merkwaardig gebruik van de woorden progressief en conservatief. Alleen economische vooruitgang duidt volgens deze minister op progressiviteit. De bescherming van een waardig menselijk bestaan vindt hij conservatief. Hier heeft de economische fixatie van de PvdA ongelooflijke vormen aangenomen.”

Pessers heeft de afgelopen jaren gefulmineerd tegen de vijfdaagse opvang van kinderen buitenshuis, in crèches en particuliere kinderdagverblijven. Zij vraagt zich af waar de uitbesteding van de traditionele vrouwelijke zorgarbeid haar grens vindt. “Deze arbeid blijkt niet te zijn herverdeeld tussen mannen en vrouwen, overeenkomstig feministische wensen, maar tussen rijke vrouwen en minder welgestelde kinderverzorgsters”, schreef zij.

Met de Franse filosoof en econoom André Gorz stelde zij vast dat in dit proces ook de aard van de zorgarbeid verandert. “Zorgarbeid is hoogstpersoonlijke, autonome arbeid. Het is arbeid zonder economische ruilwaarde, niet gericht op verkrijging van inkomen, maar op zichzelf, op de eigen directe omgeving en de directe naasten. In de zorgarbeid zit een element van affectieve wederkerigheid. Zorgarbeid is in dat opzicht uitgesproken menselijke arbeid en ontleent aan dat affectieve karakter haar waarde.”

Zorg voor kinderen is daarom in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de ouders, licht Pessers toe. “Vader en moeder zijn niet zo maar in te ruilen tegen de economische figuur van de dienstverlener. De volledige uitbesteding van zorg doet afbreuk aan de opbouw van de affectieve relatie tussen ouders en kind. Je kind wassen is meer dan wassen. Je bouwt wederzijdse affectie op.”

“Dat is één bezwaar. Een tweede is dat het niet goed is kinderen vanaf hun jongste jaar in een collectiviteit onder te brengen. De private sfeer is van onschatbaar belang voor de ontwikkeling van de autonome persoonlijkheid van een kind. Een kind moet leren af en toe alleen te zijn en daarvoor moet-ie zich veilig voelen, met de vertrouwde geluiden van papa of mama op de achtergrond. In de buitenschoolse opvang of de crèche is hij nooit alleen, noch hoort-ie de geluiden van zijn vader of moeder.”

“In zijn eerste levensjaren moeten ouders aan hun kind tonen dat hij een doel in zichzelf is. Wij zijn er voor jou, jij bent uniek, jouw persoonlijkheid wordt hier, thuis, in een relatie met ons gevormd. In de crèche moet een kind zich meteen verhouden met zoveel andere kinderen, ieder met zijn eigen geschiedenis, dat hij geen kans krijgt een verhouding tot zichzelf te ontwikkelen. Bovendien zit een kind in zijn eerste levensjaren op zijn almachtige troontje. Alles is van hem. Moet-ie nu werkelijk meteen van dat troontje afkomen? Laat hem nu de eerste drie jaar van zijn leven genieten van die positie. Later krijgt-ie nog genoeg met slavernij te maken.”

Pessers heeft een aantal mogelijke verklaringen voor het fenomeen dat het CDA vatbaar is voor dit soort inzichten. “Het christendom roept bij mij twee beelden op. Het eerste beeld is dat van benauwenis, benepenheid en bekrompenheid. Ik denk aan katholieke mannen die de Madonna aanbidden en hoeren bezoeken. Zij hebben een dubbel vrouwbeeld. Ze vereren en ze vernederen haar.”

“Het andere beeld heeft diepere wortels en is terug te voeren tot het christelijk geloof zelf. Het kan zijn dat de relatief gunstige positie van vrouwen in de westerse wereld te maken heeft met het christendom. Er bestaat geen ander geloof waarin een vrouw net als God wordt aanbeden. De figuur van de vereerde moeder Maria kennen we alleen in het chistendom. Ik ben geen theoloog, dus pin me hier niet op vast, maar ik kan me voorstellen dat dit fenomeen een relatie heeft met de beschermde positie van de vrouw in het christendom. Die invloedrijke positie van Maria is een geniale vorm van een symbolische herverdeling van macht, het kenmerk van alle mythes en legendes.”

“Het christendom heeft bovendien altijd bekommernis getoond om personen in miserabilis, de weduwen en de wezen. Het christendom heeft dankzij de Bergrede een traditie van naastenliefde en barmhartigheid met zieken, zwakken en ouderen opgebouwd. De zwakken van nu zijn de kinderen. Ook de sociaal-democratie kent zo'n traditie van bekommernis, maar helaas, de PvdA geeft er met het streven naar materiële lotsverbetering altijd een puur economische betekenis aan. Daar hebben de kinderen niet zoveel aan.”

“Tot slot moeten we de invloed van het CDA-Vrouwenberaad niet onderschatten. Het Vrouwenberaad heeft altijd bestaan uit vrouwen die enorm zijn geïnvolveerd in het maatschappelijk leven. Ik spreek geregeld voor de CDA-vrouwen en ik ben altijd weer onder de indruk van hun autonome oordeel en maatschappelijke kennis. Ze zijn zeer kritisch en staan midden in de wereld. De CDA-vrouwen hebben met dit rapport een belangrijke slag gehaald, hoewel ik onder de auteurs weinig namen uit hun kring tegenkom.”

Dat neemt niet weg dat Pessers nog moet zien of het CDA de voorstellen van zijn Wetenschappelijk Instituut voor een christen-democratisch gezinsbeleid op moderne leest overneemt. Zij stelt vast dat zo'n keuze op een aantal beleidsterreinen een ommekeer van de CDA-fractie impliceert. “Zij zijn toch mede-verantwoordelijk voor de afbouw van de verzorgingsstaat, de afschaffing van de algemene weduwen- en wezenwet, de nieuwe bijstand en andere maatregelen die de positie van vrouwen en gezinnen ondermijnen en vrouwen de arbeidsmarkt opjagen. Het is toch volkomen onbegrijpelijk dat het CDA zich ondanks zijn pleidooi om werk en zorg over man en vrouw te verdelen, heeft gekeerd tegen de wettelijke mogelijkheid voor werknemers een deeltijdbaan af te dwingen. Nu dreigt het ook in de Eerste Kamer tegen die wet-Rosenmöller te stemmen. Onbegrijpelijk! Ik moet nog zien of het goed afloopt.”

Pessers vertelt dat veel vrouwen die carrière hebben gemaakt haar schrijven over het gemis in hun leven. “Zoveel vrouwen schrijven me dat ze, achteraf gezien, te laat tijd hebben vrijgemaakt om hun zieke ouders, kind of hun man met kanker te verzorgen. Dat bedrukt ze. Ze hebben het gevoel dat ze hun morele verplichting niet zijn nagekomen. Dat wordt als veel erger ervaren dan tegenslag in de loopbaan, die mislukte poging om het een of andere bedrijf naar de parallelmarkt te brengen of zo.”

mailIcon print |