AMSTERDAM - Van de ene op de andere dag merken dat je pensioen duizenden guldens lager is vanwege een claim van je ex-echtgenote en bovendien geen mogelijkheid hebben je daartegen te verweren.
Dat is de afgelopen maanden enkele tienduizenden mannen overkomen. Hun gewezen echtgenotes hebben met succes een beroep gedaan op de Wet verevening pensioenrechten, die hen recht geeft op een deel van het pensioen van hun ex-man. Inmiddels is een stroom bezwaarschriften op gang gekomen in de richting van de pensioenfondsen. Die kunnen op dit moment weinig anders doen dan daarvan kennis nemen. “De wet zit helemaal dichtgetimmerd en biedt ons geen ontsnappingsmogelijkheid. Wij moeten de wet uitvoeren; bezwaren worden ongegrond verklaard”, schetst woordvoerder M. Vleugels van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) de situatie.
Verschillende belangenorganisaties eisen nu dat de Wet verevening pensioenrechten wordt veranderd.
De omstreden wet, in mei van dit jaar in werking getreden, biedt gescheiden vrouwen de mogelijkheid om een deel van het pensioen van hun vroegere echtgenoot op te eisen. De achterliggende gedachte is dat veel vrouwen vanwege de zorg voor huishouden en kinderen geen kans hebben gehad om zelf een pensioen op te bouwen. Het is, zo oordeelde een meerderheid van de Tweede Kamer, niet meer dan billijk deze vrouwen enige financiële compensatie te bieden voor hun opofferingen. Er gelden wel beperkingen. De scheiding moet vóór 1981 zijn uitgesproken, het huwelijk moet achttien jaar geduurd hebben en er moet - tot groot ongenoegen van kinderloze gescheiden vrouwen - minstens één minderjarig kind zijn opgevoed.
Bovendien mag er bij de boedelscheiding geen sprake zijn geweest van 'overbedeling'. Als de man destijds een pensioenvoorziening (bijvoorbeeld lijfrente) voor zijn ex-vrouw heeft getroffen, kan zij geen aanspraak meer maken op een deel van het pensioen van de man.
Al in een vroeg stadium hebben de toenmalige staatssecretaris Kosto van justitie, pensioendeskundigen en belangenorganisaties ervoor gewaarschuwd dat de wet onrechtvaardig zou uitvallen voor de naar schatting 30 000 mannen die een claim van hun ex-vrouwen kunnen verwachten. Hun vrees blijkt nu uit te komen. Gescheiden mannen worden gekort op hun pensioenuitkering, terwijl ze vaak jarenlang alimentatie hebben betaald en hun ex-vrouw het geld helemaal niet nodig heeft om behoorlijk te kunnen leven.
Vervolg Pagina 7
'M'n ex-vrouw heeft er mooi kleedgeld aan: daar komt het wel op neer'
VERVOLG VAN PAGINA 1
Neem het geval van meneer L. Hij is eind jaren zeventig gescheiden, heeft zeven jaar alimentatie en de studiekosten van twee kinderen volledig betaald, weet dat zijn ex-vrouw nu “bepaald niet in behoeftige omstandigheden” verkeert, maar krijgt wel een korting van zevenduizend gulden per jaar voor zijn kiezen.
Zijn ex-vrouw was er zeer snel bij om een beroep te doen op artikel 12 van de vereveningswet. Cynisch: “Ze heeft er geen gras over laten groeien. M'n ex-vrouw heeft er een mooi kleedgeld aan, daar zal het wel op neerkomen. Voor mij is het gevolg dat ik straks voor de kinderen uit mijn tweede huwelijk een studielening zal moeten afsluiten. Ik dacht het financieel allemaal passend te hebben, maar ik heb er niet op gerekend na zoveel jaren nog met zoiets geconfronteerd te worden.”
Kritiek
Dat is ook de kritiek van de Stichting Organisatie Gescheiden Mensen (SOGM) op de vereveningswet: mannen worden financieel gestraft voor een 'nalatigheid' die dat in werkelijkheid niet is. “Vóór 1981 rekening houden met een wet die dertien jaar later wordt aangenomen, dat kan alleen een helderziende”, schampert SOGM-secretaris mevrouw A. Weber. Bovendien was het destijds ook onmogelijk om pensioenrechten te delen; die waren nog persoonsgebonden. Het is in Webers ogen dan ook juridisch aanvechtbaar dat de wet terugwerkende kracht heeft.
Sterker nog geldt dat voor het goeddeels ontbreken van een beroepsmogelijkheid. Alleen mannen die zwart-op-wit kunnen aantonen dat zij ten tijde van de scheiding een oudedagsvoorziening voor hun ex-vrouw hebben getroffen, kunnen in beroep gaan tegen de korting op hun pensioenuitkering. Dat zullen er in heel Nederland maar een paar zijn; het merendeel kan zich niet tegen de korting verweren. Weber: “Aanvulling van de wet met een beroepsmogelijkheid, dat is voor ons wel een eerste vereiste. Burgers moeten zich toch kunnen verweren tegen een eenzijdig opgelegde beslissing.”
Ex-man
Het omstreden artikel 12 stelt uitsluitend de positie van de eerste vrouw veilig. Zij kan, ongeacht haar huidige financiële toestand, een deel van het pensioen van haar ex-man claimen. Zo kan het gebeuren dat een man die drie keer is getrouwd en gescheiden, vanwege de claim van de eerste vrouw de alimentatie van nummer twee en drie niet meer kan betalen. Minstens zo opmerkelijk is het geval van de man die in 1946, bijna vijftig jaar geleden, van zijn vrouw scheidde en nu van haar een claim heeft gekregen. ABP-woordvoerder Vleugels: “Dat kun je met recht een schrijnend geval noemen; zo zal de vereveningswet niet bedoeld zijn. Die man kénde zijn ex-vrouw niet eens meer.”
Voorlopig zit er voor het ABP en de andere pensioenfondsen niets anders op dan de impopulaire kortingen te blijven toepassen. “Een ex-vrouw die aan de voorwaarden voldoet, hoeft alleen maar een formulier op te sturen. Dan is er voor het pensioenfonds en de vroegere echtgenoot geen ontkomen meer aan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.