*

 
dossier

Archief

Oud-voorzitter VVD verdiende eerherstel na slechte behandeling

MARLEEN BARTH − 09/11/96, 00:00

DEN HAAG - Twee vrienden dongen naar het commissariaat van de koningin in Gelderland. De een, Ed Nijpels, genoot de voorkeur van een meerderheid van provinciale staten. Maar de top van de VVD had toen eigenlijk al besloten dat het de ander worden zou. En dus is Jan Kamminga gisteren door het kabinet benoemd, tot opvolger van D66'er Jan Terlouw.

Het is een rommelige procedure, waarmee de oud-VVD-voorzitter en voormalig voorzitter van MKB-Nederland zijn nieuwe baan krijgt. Zo was de Gelderse vertrouwenscommissie verdeeld, een feit dat snel uitlekte.

Nijpels werd pas gevraagd te solliciteren, nadat de provinciale VVD-fractie met positief resultaat bij de andere partijen had afgetast hoe zijn kandidatuur vallen zou. Toch bracht dezelfde VVD in het uiteindelijke advies een stem op Kamminga uit. Om later toch weer voor Nijpels te kiezen.

VVD-leider Bolkestein en zijn partijgenoot, minister Dijkstal van binnenlandse zaken, hebben vorige week nog even overwogen om het been aan een derde hond te gunnen: burgemeester Haaksman van Delfzijl. Zijn naam stond tweede op het lijstje van de Gelderse vertrouwenscommissie.

Privé-leven

Dat had overigens vooral te maken met zijn onberispelijke burgerlijke staat. Fracties als de SGP hadden moeite met het privé-leven van zowel Nijpels (gescheiden) als Kamminga (trouwt binnenkort voor de derde keer).

Weinig Binnenhofbewoners zullen de verleiding kunnen weerstaan, om het buiten de boot vallen van Nijpels toe te schrijven aan een oude vete tussen Bolkestein en Nijpels. Hij werd na de voor de VVD rampzalige verkiezingen van 1986 - 9 zetels verlies - afgezet als partijleider. Bolkestein opende die aanval in de net-verkozen fractie.

Liberale Kamerleden klaagden toen al maanden over het wispelturige gedrag van hun fractievoorzitter, de kliekvorming, de vele openlijke ruzies. Dat de VVD doorlopend in de coalitie èn in de verkiezingsuitslag diep door het stof moest voor het CDA, zette veel kwaad bloed. De partij leed aan 'karakterachterstand', verwoordde Bolkestein. De afloop is bekend: Nijpels werd minister van Vrom en later burgemeester van Breda. Met Bolkestein kwam het nooit meer helemaal goed.

Maar ingewijden bezweren dat oud zeer geen rol van betekenis meer speelt. “Frits heeft een olifantengeheugen. Maar zo haatdragend is hij niet”, zegt een VVD-Kamerlid. “Als je tegen Bolkestein over die tijd begint, maakt hij een wegwerpgebaar: dat is voorbij”, vertelt een collega.

Nijpels gewaarschuwd

Bolkestein zelf verklaarde vorige week voor de VARA-radio dat hij Nijpels gewaarschuwd heeft voor een gooi naar Gelderland: “Hij heeft me gevraagd hoe zijn kansen lagen. Ik heb hem daar eerlijk op geantwoord; niet iedereen is even enthousiast. Hij moest op eigen risico solliciteren”.

Zijn fractiegenoten zijn er van overtuigd dat de keus er vooral een voor Kamminga was, en niet zo zeer tegen Nijpels. De VVD heeft haar zaakjes op orde - ze kent rust, zit in de regering en heeft een comfortabele voorsprong in de kiezersgunst. Dat biedt ruimte voor verzoening.

Kamminga past in een rijtje mensen dat slecht door de VVD is behandeld, en eerherstel verdiende. Mensen als Gijs van Aardenne, eens aangeschoten wild door de RSV-affaire, maar in 1994 terug als informateur van een paarse coalitie. En Bolkesteins voorganger Joris Voorhoeve; in '89 weggewerkt na de val van Lubbers II, nu minister van defensie.

Kamminga's aftreden als partijvoorzitter in 1986 was een direct gevolg van de val van Nijpels. De twee, jong, modern en ambitieus, stonden voor dezelfde lijn van de VVD, die door de Bolkesteins en Korthals Altessen failliet werd verklaard.

“Er was een schreeuw om rust in de tent, om weer normaal die oude, eerlijke en duidelijke VVD te worden. Dat was zeer verdrietig. Want ik kon er niet echt wat aan doen”, zei Kamminga toen tegen Vrij Nederland.

Tien jaar later krijgt hij gelijk. “Hij moest weg, terwijl hem weinig te verwijten viel. Hij verdient het dat de partij nu wat voor hem doet”, zegt een VVD-Kamerlid. Daar komt nog bij dat Kamminga, na zijn aftreden deze zomer als voorzitter van MKB-Nederland, weinig anders meer dan zijn makelaarskantoor om handen had.

Heeft Nijpels dan alleen simpel aan het kortste eind getrokken? Dat ook weer niet. De ingewijden zijn het wel eens dat genoegdoening bij hem minder nodig is dan bij Kamminga. Nijpels, vinden zij, heeft weinig te klagen over de carrière die hem na zijn vertrek als fractieleider ten deel is gevallen.

Het burgemeesterschap van Breda heeft hij bovendien niet tot ieders tevredenheid bekleed. Het gemeentebestuur kwam in grote problemen door de met 44 miljoen uit de klauwen gelopen kosten van het vorig jaar opgeleverde Chassé-theater. Nijpels bestuurde de stad zelfs een tijdje alleen, omdat alle wethouders over de kwestie naar huis werden gestuurd.

Nog voor de koningin uiteindelijk het lint bij de peperdure schouwburg kwam doorknippen, gaf Nijpels de brui aan het burgemeesterschap en vertrok naar Arbo-dienst De Zeven Provinciën. Hij maakte zijn eerste termijn van zes jaar niet vol. Nog geen anderhalf jaar later solliciteerde hij naar Gelderland.

Springerig

“Dat is toch weer dat springerige”, oordeelt een Kamerlid. Nijpels verklaarde bij zijn afscheid uit Breda dat hij een tocht terug naar de landelijke politiek niet uitsluit: “Over vijf jaar ben ik nog steeds jonger dan onze partijleider nu is”. Het is niet ondenkbaar dat hij minstens zo lang zal moeten wachten.

mailIcon print |