PERTH - Gegokt, en veel maar niet alles verloren. Misschien wel voor het eerst in zijn zwemleven was Pieter van den Hoogenband werkelijk overtuigd van zijn uitzonderlijke kwaliteiten. Maar waar het lichaam de geest in het verleden soms verbaasde met onvermoede prestaties, daar liep in Perth gisteren de bovenkamer iets verder vooruit in ontwikkeling dan het lange lijf.
Hoe verrast was de PSV'er 's morgens in de series van de 200 meter vrije slag niet geweest door het gemak waarmee hij zich voor de eindstrijd had geplaatst. Er waren geen sterretjes voor zijn ogen verschenen en als in de avonduren onvolkomenheden bij start en keerpunten konden worden weggewerkt, lag het bassin open voor een vorstelijk Nederlands record. Het stoute plan was geboren om favoriet Michael Klim te trotseren. Nimmer zwom Van den Hoogenband zo'n moedige race, nooit ook ging de Nederlander in de slotfase zo dood. Maar de wereldtitel ging naar de Australiër die is voorbestemd dé man van de WK te worden. En op de laatste baan ging ook de berekenend zwemmende Italiaan Massimiliano Rosolino nog over hem heen.
Juist die koele calculator wilde het negentienjarige talent niet zijn. Of zoals hij letterlijk verklaarde: “Klim ging als een gek weg. Dan kan ik niet als een laffe hond achteraan gaan bengelen.” De vorm was er én de wetenschap dat het gisteren vermoedelijk de laatste gelegenheid was om een wereldtitel te grijpen. Of, en het is niet uitgesloten, hij moet morgen opzien baren door op het koningsnummer de onaantastbare Alexander Popov van zijn troon te stoten. Voor de inwoner van Geldrop is vrijwel zeker Sydney 2000 het eindstation van zijn sportloopbaan, een WK staat tot die tijd niet op de kalender.
Met brons behoefde Van den Hoogenband zich zeker niet te schamen. De moed die hij toonde bracht hem niet bij het échte doel maar dwong wel bewondering af. Bovendien werd hij met de bronzen onderscheiding Nederlands eerste zwemmende man met een mondiale medaille op de lange baan. Het tweestrijdige gevoel dat het resultaat bracht, werd misschien wel het best verwoord door zijn trainer Jacco Verhaeren, die pas na lang aarzelen toegaf niet geheel tevreden te zijn. Vooral omdat de streeftijd onder de 1.48 minuten niet op het bord was gekomen. Maar ook: “Gelukkig wordt hij derde, hij weet waar hij naast pakt. Dat is goed voor hem.”
In het verleden is gebleken hoe moeilijk het voor de Nederlander is om met volle toewijding met zwemmen bezig te zijn. Na de twee even verdienstelijke als ondankbare vierde plaatsen op de Spelen, was hij aan een zeer lange periode van afleiding toe. Daar begon hij feestvierend ter plekke mee, waar bijvoorbeeld Klim in Atlanta bleef volharden in zijn tweedagelijkse trainingsregime. Verbeten als de geboren Pool was om revanche te nemen voor het feit dat hij als favoriet de olympische finale van de 200 vrij niet had gehaald.
Tegenpool
Van den Hoogenband is zijn tegenpool, iemand die in zijn hart meer een levensgenieter is dan iemand die vele offers wil brengen. Zelfs tijdens de EK in Sevilla van afgelopen zomer was hij nog niet bij de les. Verhaeren: “Als hij zijn concentratie niet heeft, lijkt het nergens op.” Toch openbaart zich bij de zwemmer steeds die drang de mogelijkheden van zijn talent verder te verkennen. Hij kan weliswaar soms jaloers naar voetballers en tennissers kijken, maar weet dat hij veroordeeld is tot zijn sportieve biotoop, het water.
“Wat hier gebeurde kun je verwachten als je onder het wereldrecord vertrekt”, aldus Van den Hoogenband. “Ik ging voor de titel en daarvoor moest ik met Klim mee. Zestig meter voor het einde was het over en uit. Ik was total loss, ik zag het wit van mijn ogen. Toen realiseerde ik me dat ik niet nogmaals vierde mocht worden. Deze medaille ruikt goed, daar wil ik meer van hebben. Ik ben nu nog gemotiveerder om harder en beter te trainen.”
Nooit zwom de VWO-student op de 200 meter zo'n snelle eerste helft, hetgeen vertrouwen geeft voor de halve afstand die morgen op het programma staat. En waarop de 1.90 meter lange zwemmer niet alleen de Rus Popov maar wederom Klim als concurrent ontmoet. De import-Australiër zwemt in zeven dagen evenzoveel onderdelen en heeft de afgelopen maanden een enorme publicitaire druk op de schouders gelegd gekregen. Hij droeg die gisteren zonder moeite, ook al werd van hem bijna geëist dat hij de gouden snaar zou raken waarop de rest van het Australisch team kan invallen. Daarom was het sneu voor hem dat het publiek het toernooi links liet liggen, waar vooraf vijftienduizend toeschouwers per dag waren aangekondigd.
Tijdens de WK van '91 was het Challenger Stadium 's avonds regelmatig gevuld, gisteren bleef ondanks de ideale weersomstandigheden veel meer dan de helft van de zetels onbezet. Mogelijk heeft het te maken met de wijze waarop de Australische media al maanden uitentreuren berichten over de wijze waarop met Chinese prestaties kunstmatig zouden worden gemanipuleerd. Laat die rotsport maar voor wat ze is, lijkt de reactie van het grote publiek te zijn. Want naast het wantrouwen jegens China, is er ook argwaan over de zuiverheid van de sport in eigen land.
Klim zei na zijn triomf, geen moment druk te hebben gevoeld. “Integendeel, ik heb juist genoten van het moment dat ik de arena binnenkwam.” De roep om verbetering van het oudste wereldrecord bij de mannen (van de Italiaan Lamberti uit '89) legde hij naast zich neer. “Je zwemt nooit voor een wereldrecord, dat komt er op een dag gewoon uit. Tijden zijn niet belangrijk, ik wilde mezelf slechts testen voor de rest van de week. Ik heb me over niemand zorgen gemaakt, ook niet toen Pieter na 100 meter nog naast me lag. Het doel was die jongens met een hoog tempo kapot te zwemmen. Dat is me prima gelukt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.