*

 
dossier

Archief

'Suriname' voor rechter om zijn duistere cellen

BART KAMPHUIS − 10/02/98, 00:00

PARAMARIBO - De Surinaamse mensenrechtenorganisatie Moiwana-86 gaat de Surinaamse staat voor de rechter dagen vanwege de slechte omstandigheden in politiecellen.

De politie zit met de situatie in haar maag. Woordvoerder R. Gajadhar zegt dat de politieleiding de omstandigheden in de cellenhuizen als 'een heel groot probleem' aanmerkt, en stelt zelf voor om te gaan kijken in het cellenhuis van politiepost Rijsdijk, dat Moiwana als voorbeeld noemt. Op de politiepost blijkt niets te worden verbloemd. Alleen arrestant J. Brown, verdacht van deelname aan de omstreden poging tot staatsgreep van 25 oktober vorig jaar, is er vandaag niet. Hij wordt verhoord door de rechter-commissaris, zo wordt medegedeeld. De andere arrestanten kunnen vrijuit praten.

In vijf duistere cellen van het cellenhuis, van elk nog geen tien vierkante meter, wonen 43 arrestanten. Ze slapen op de stenen vloer, op scheepsbedden zonder matras, of in de groezelige hangmatten die vlak bij elkaar aan het plafond zijn gebonden. Er hangt een muffe lucht.

“Om in te pissen”, schreeuwt een van de gevangenen. Hij wijst naar de plastic frisdrankflesjes, die bevestigd zijn aan het hekwerk dat de mannen van de smalle gang scheidt. “Als je 's nachts naar de wc moet, kun je nog zo hard op de deur slaan, maar de agenten reageren gewoon niet. Of je krijgt een pak slaag.” In de cel ernaast wijzen mannen op hun littekens. “Fjofjo, luizen, ze gaan onder je huid zitten. Kijk hem daar. Hij kan niet eens staan!” In een hoek ligt, door de duisternis nauwelijks te zien, een man ineengedoken. “Z'n hele rug zit eronder!”

Buikpijn Ook over het eten is niemand te spreken. Een van de gevangenen laat een droog wit puntbroodje zien, met als beleg welgeteld tien miezerige doperwtjes. De mannen klagen over buikpijn en diarree als gevolg van het onhygiënische voedsel.

Het bezoek van buiten is aanleiding voor de gevangenen om luidruchtig te klagen. In veel gevallen gaat het om overplaatsing. Ongeveer een derde deel van de gevangenen is al lang veroordeeld, en zou dus in een gewone gevangenis moeten zitten. Een gespierde Creoolse man, die niet zo goed uit zijn woorden kan komen, wijst naar zijn hoofd en stamelt “niet goed, niet goed”. Hij blijkt al een jaar in het cellenhuis te verblijven, wachtend op een plaats in de open strafinrichting Santa Boma. “Zoals wij hier moeten leven”, valt een andere gevangene hem bij, “daar wordt je gek van. Soms zo gek, dat we elkaar in de haren vliegen.”

“Ik kom niet zo vaak in het cellenhuis”, zegt de commandant van de politiepost, inspecteur L. de Graven, een beetje bedremmeld. “Ik ging er vanuit dat ze kunnen slapen en eten. Voor de rest nam ik er afstand van, want ik moet werken in de omstandigheden die ik heb. Maar ik ben echt een voorstander van mensenrechten hoor. Wat ik nu heb gezien; ik ga er echt wat aan doen.”

De belofte van de inspecteur wordt met luid gejuich ontvangen. Buiten het cellenhuis voegt De Graven direct de daad bij het woord. “Vanaf nu moeten de gevangenen iedere dag twee keer een half uur worden gelucht”, beveelt hij zijn mannen.

Directeur Stanley Rensch van de mensenrechtenorganisatie Moiwana-86 is verheugd over de openheid van de politie. “Dat is in ieder geval een beetje vooruitgang.” De situatie op de politiepost Rijsdijk noemt Rensch een gemiddelde voor de politiecellenhuizen in Paramaribo. “Er zijn betere, maar ook slechtere”, verzucht hij. In een brief aan de minister van Justitie en Politie, de Procureur-Generaal en de Korpschef van de politie stelt Rensch dat Moiwana al twee jaar de mensonterende situatie in cellenhuizen aan de kaak stelt, zonder resultaat. “Daarom gaan we nu aan de rechter vragen een oordeel te vellen. Als hij beslist dat dit beneden de maat is, kan iedereen afdwingen dat de staat maatregelen neemt.” Moiwana zal de juridische strijd in eerste instantie op landelijk niveau aanbinden. Zonodig wordt ze op het internationale vlak voortgezet, want Suriname heeft zich door conventies verplicht gevangenen menswaardig te behandelen.

In haar brief aan de autoriteiten vraagt Moiwana bijzondere aandacht voor de arrestant J. Brown. (van de couppoging). Brown heeft last van felle migraineaanvallen, die alleen bestreden kunnen worden als hij in een vroeg stadium medicijnen inneemt. Rensch: “Hij had echt ondraaglijke pijnen, zijn gezicht raakte opgezwollen. Hij smeekte om een dokter en medicijnen, maar werd pas na acht dagen behandeld.”

Inspecteur De Graven, van de politiepost Rijsdijk waar Brown is opgesloten: “We hebben Brown niets geweigerd. Eerst kregen we verkeerde medicijnen, en verder lag het probleem bij het vervoer. Als wij een auto tot onze beschikking hebben, kan de dokter niet, en als de dokter wel kan, hebben wij geen auto. We kunnen er niets aan doen.”

Minister Van Mierlo van buitenlandse zaken schreef onlangs nog aan de Tweede Kamer dat de verdachten van de couppoging naar omstandigheden goed worden behandeld. Hij baseerde zich daarbij op informatie van de Nederlandse ambassade in Paramaribo. President Wijdenbosch beloofde na de poging tot staatsgreep vorig jaar dat de verdachten een goede behandeling zouden krijgen, nadat twee van hen hulp hadden gezocht bij de ambassades van Nederland en de Verenigde Staten.

De Surinamewoordvoerder van de VVD in de Tweede Kamer, Weisglas, zei zaterdag in het Radio 1 Journaal dat hij de minister zal vragen of de door Moiwana verstrekte informatie over Brown correct is. “Als het verhaal van Rensch klopt, hebben we een probleem”, aldus Weisglas.

mailIcon print |