*

 
dossier

Archief

Aziatische griep treft vooral grondstoffenleveranciers

Door: redactie − 23/01/98, 00:00

AMSTERDAM - Nauwelijks meedoen aan de wereldhandel heeft als cynisch voordeel dat Afrika bezuiden de Sahara relatief weinig zal merken van de Aziatische crisis. Toch zal een aantal Afrikaanse landen gevolgen ondervinden. Niet direct nu, maar in de loop van dit jaar zeker wel.

De vertraging van de economische groei in Oost- en Zuidoost-Azië treft vooral grondstoffenleveranciers. Alle analisten voorspellen voor koper en lood een aanzienlijk lagere prijs door de vraaguitval in Azië. En dat terwijl vrijwel overal ter wereld de mijnbouwconcerns hun activiteiten hebben uitgebreid op basis van zeer optimistische groeicijfers in Azië. De kans dat de prijzen voor koper en tin dit jaar niet op het niveau van vorig jaar zullen zijn, is dan ook levensgroot. De Aziatische crisis, de regio is de grootste afnemer van koper, komt voor met name Zaïre en Zambia op een wel zeer ongelukkig moment. In beide landen wordt getracht de koperwinning na jaren van lage productiviteit weer op een aanvaardbaar peil te brengen. Beide landen steunen voor een niet onbelangrijk deel voor wat hun buitenlandse deviezen betreft op de inkomsten uit de ertswinning.

In het slechtste scenario, geen enkele economische groei in Azië, zou het overschot aan koper op de wereldmarkt wel eens kunnen oplopen van 348 000 ton naar ruim 600 000 ton. Dat overschot leidt tot een sterk dalende koperprijs, tenzij de landen overgaan tot productiebeperking. Maar volgens de analisten voor de grondstoffenmarkt is er op dit moment geen enkel signaal dat landen hun investeringen in de koperwinning uitstellen. Zo heeft Chili niet de exportvolumes voor koper bijgesteld, maar op basis van een lagere prijs alleen de begroting. Het Zuid-Amerikaanse land waarvan de economie op volle toeren draait en de export voor 40 procent uit koper bestaat, raamt het verlies aan inkomsten op 1,2 miljard gulden. Dat bedrag is gelijk aan de terugval in de Nederlandse export naar Azië door de crisis, zoals onlangs door de Nederlandse Credietverzekering Maatschappij is geraamd.

Veel analisten vergelijken de situatie op de grondstoffenmarkt met de heftige marktverstoring in het begin van 1990. Toen gooide de voormalige Sovjet-Unie de grenzen open en werd de markt overspoeld met bijvoorbeeld aluminium. Gek genoeg zijn de voorspellingen voor dit laatste metaal het minst somber. Zelfs bij het uitblijven van enige groei in Azië wordt een bescheiden overschot van dit metaal verwacht van 70 000 ton. Dat is redelijk goed nieuws voor bijvoorbeeld de bauxietwinning in Brazilië. Dat land gold voor het uitbreken van de crisis in Zuidoost-Azië als de meest waarschijnlijke plek waar een nieuwe valutacrisis kon uitbreken. De grote Amerikaanse economische instituten wezen daarvoor de overwaardering van de Braziliaanse real ten opzichte van de dollar als reden aan. De real is weliswaar eind vorig jaar door de valutaspeculanten, net als de munten in Azië aan de tand gevoeld, maar de real is niet bezweken. Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay vormen samen het handelsblok Mercosur. De economische groei van die landen is voor een zeer belangrijk deel afhankelijk van de onderlinge handel. De geringe relatie met Azië maakt het handelsblok dan ook minder kwestbaar voor de crisis in het Verre Oosten. Het meest directe gevolg is dat de Aziatische auto-industrie investeringen in nieuwe productievestigingen heeft opgeschort. De groep van vier is voor de handel buiten de regio vooral aangewezen op Noord-Amerika en Europa.

Enige ervaring met een valutacrisis hebben de vier van Mercosur wel. Toen in 1994 de pesocrisis in Mexico uitbrak door een plotselinge kapitaalvlucht uit dat land, hielden Brazilië, Uruguay en Paraguay door een strak monetair beleid hun economieën overeind. Datzelfde geldt, maar dan in mindere mate ook voor Argentinië. Dat land voelde nog het meest van de pesocrisis, de beurskoersen klapten toen 30 procent in en er kwam een kapitaalvlucht op gang van 3 miljard dollar. Eind oktober reageerden de beurzen in Latijns-Amerika met een min of meer vergelijkbare koersval, maar sindsdien zijn de aandelenmarkten in de regio tot rust gekomen.

Harde cijfers over de effecten op de economische groei van Latijns-Amerika en Afrika ontbreken. Volgens het IMF zal de crisis Europa minder hard raken dan de Verenigde Staten. Maar zelfs daar is het effect maar zeer beperkt. De groei in de VS zal 0,2 tot 0,3 drie punten lager uitvallen dan voor dit jaar was geraamd. Volgens IMF-topman Michel Camdessus is de “economische positie van de VS voldoende sterk om die tegenvaller te absorberen”.

Waar in de VS veel bedrijven die hun producten moeten afzetten in het Verre Oosten hun winstverwachtingen naar beneden hebben bijgesteld, rekent de detailhandel op een goed jaar. Het vertrouwen van de consument wordt hoog ingeschat ondanks het zware weer uit het oosten. De Nationale federatie van detailhandelaren verwacht dat de consument 4,7 procent meer zal besteden dan vorig jaar. En dat is maar een fractie minder dan vorig jaar. Vooral goederen uit Azië, die door de waardeval van de munten daar goedkoper zijn geworden, zullen in trek zijn. Dat zijn kleding, huishoudelijke apparaten en consumtenelektronica.

De Azië-griep zal de wereldhandel zeker treffen, daarover zijn alle financiële experts het eens. Op de vraag hoe zwaar, kan nog nauwelijks een antwoord worden gegeven. ABN Amro Hoare Govett voorspelt dat de wereldhandel in '98 niet met 8, maar met 6 procent zal groeien.

mailIcon print |