HOEVEN - Een van hen is nu nog ambtenaar van de burgerlijke stand, een ander vrijwilliger bij een archeologisch museum. De jongste van de groep is 27 jaar, de oudste 48. Maar alle zes willen ze priester worden. Ze zijn net aan de opleiding daarvoor begonnen. Waarom kiest iemand momenteel nog voor dit ambt? “Ik wil juist een spiegel voor de samenleving zijn, dat het normaal is priester te willen worden.”
Er hangen nog wat flarden mist boven de binnenplaats als de mis uitgaat. De kapel van Bovendonk, een vormingscentrum in het Westbrabantse Hoeven èn de plaats van de gelijknamige deeltijd priester-opleiding voor 'late roepingen', stroomt langzaam leeg. De mannen vormen kleine groepen, slaan elkaar joviaal op de schouder en maken een praatje. Enkele lachen klinken hoog op tegen de muren van de neogotische gebouwen rond het plein.
Vergeelde foto's
Het is zaterdagmorgen, kwart voor negen. De lessen gaan beginnen.
In een gang hangen deels vergeelde foto's. Van het bezoek dat een kardinaal uit Rome aan het begin van deze eeuw aan Bovendonk bracht. Hij schrijdt over het plein onder een draagbare baldakijn, de priesterstudenten knielen vol eerbied neer. En groepsportretten van weer een volle lichting nieuwe studenten. Maar die tijd is voorbij: dit jaar telt Bovendonk slechts zes eerstejaars. In totaal zitten er 44 studenten op de opleiding.
De schijnbare teloorgang van het r.-k. leven in Nederland lijkt Igno (48), Peter (35), Remco (32), Tony (29), Anton (38) en Stephan (27) niet van de wijs te brengen. De vraag of ze hun krachten niet geven aan een instituut dat zijn beste tijd al lang gehad heeft, levert een felle reactie op. Igno: “De traditie is juist springlevend. Kijk naar wat nu in Afrika gebeurt. De kerk is een enthousiaste groep die al 2000 jaar bestaat.”
Die ochtend discussiëren ze voor het vak 'Inleiding op de Bijbel' over de vraag 'waarom lees je hem?'. De sfeer is open, gemoedelijk. “Geen vrome praatjes”, waarschuwt de docent. Een van hen bekent dat hij de bijbel eigenlijk te weinig leest, en vooral om de mooie verhalen. “Dan kun je ook Mulisch lezen”, merkt de docent op. De student trekt een vies gezicht. “Nee, die niet.” De docent: “Oké, Shakespeare dan?” “Die lees ik ook te weinig.” Na de middag staat ecclesiologie, de leer over de kerk, op het programma.
Zes roepingen, het lijkt een magere oogst, maar toch stelt de onlangs benoemde rector Mathieu Ham dat zijn opleiding voor late roepingen, die in 1983 van start ging, er 'redelijk goed' voor staat. Overigens heeft hij het liever niet over 'late roepingen', maar over 'mannen met late antwoorden'. “Die roeping was er altijd al, deze mensen hebben er alleen vrij laat gehoor aan gegeven.” Enige lijn in die late antwoorden heeft hij nog niet kunnen ontdekken. “Ze komen uit dorpen en steden, grote en kleine gezinnen en uit het hele land.”
En dat zes inderdaad nog zo gek niet is, blijkt wanneer je kijkt naar andere priesteropleidingen in Nederland. Voor de voltijdsopleiding van het bisdom Breda - Bovendonk valt ook onder dat bisdom - waarbij de studenten in Tilburg studeren en in een convict in Breda wonen, meldde zich voor dit jaar niemand aan. In Rotterdam waren het er maar twee. De twee, traditionelere groot-seminaries, waarbij de studenten in eigen huis wonen en studeren, doen het redelijk. Rolduc bij Kerkrade telt vier nieuwelingen, het St. Janscentrum in Den Bosch spant de kroon met acht.
Dit weekend is pas de derde bijeenkomst van het studiejaar. Eens in de twee weken komen ze bijeen van vrijdagavond tot zondagnamiddag. Toch blijkt uit de vrolijke gesprekken bij de koffie en 's middags tijdens het eten dat de studenten elkaar al langer kennen. En dat blijkt te kloppen. Aan het jaar gingen acht introductie-weekenden vooraf. Drie mannen die zich ook hadden ingeschreven, haakten daarbij af. Eén koos voor Rolduc. De andere twee durfden de stap blijkbaar (nog) niet aan.
Bij de overgebleven zes is de beslissing priester te worden het gevolg van een lang proces. Ze waren altijd al bezig met godsdienst en spiritualiteit. Igno, nu nog ambtenaar, 'rolde erin' door het vrijwilligerswerk dat hij deed binnen zijn eigen parochie in Amsterdam. Bij Peter leefde ooit het idee bij een orde in te treden, maar hij zag er toch vanaf.
Zo niet Tony en Anton. Zij kozen enige tijd terug voor een leven als norbertijn. Vanuit hun kloostergemeenschap willen zij priester worden. Voor Remco was de weg erheen nog wel het opmerkelijkst. Hij is van gereformeerde huize, kwam na enkele jaren van zoeken via vrienden uit bij de r.-k. kerk. Enkele jaren terug ging hij over tot deze kerk, waarna hij steeds meer naar het ambt trok.
Intensief met mensen en het goddelijke bezig zijn, noemt de groep als motivatie. Maar waarom dan priester? Je kunt om die reden toch ook pastoraal werker worden? Voor Igno telt vooral dat een priester de sacramenten kan toedienen: “En daarmee geef je echt de liefde van God door.” Remco: “In mijn dagelijks werk als verpleegkundige voel ik me gebonden door een beroepscode. Ik wil mensen nabij zijn die erg ziek zijn of zelfs sterven en echt de tijd voor ze nemen. Maar als verpleger ligt er snel een grens, waar je je niet meer met die mensen mag bezighouden. Ik denk dat ik me als priester wel bezig kan houden met wat mensen doormaken.”
De reacties uit de naaste omgeving liepen uiteen van 'leuk' tot 'ze moesten het thuis wel even verwerken, maar zijn nu trots' tot 'wat heb je toch bij dat ouderwetse instituut te zoeken?'. Dat laatste kwam van Remco's broer, die niets van het priesterschap moet hebben. “Hij kan zich er alleen een paar van die cliché-beelden bij voor de geest halen, zoals de kruinschering en mannen die zielloos gehoorzaam zijn aan de hiërarchie.” Nee, wereldvreemd zijn ze absoluut niet, zo stelt Tony. “Ik vind dat we best opstandig mogen zijn en een weerwoord mogen vormen, dat je niet met de stroom mee hoeft te gaan, maar dat het priesterschap een normale keuze is.”
Door voor Bovendonk te kiezen, denkt Stephan dat hij “nog lang zijn oude leven kan blijven leiden”. Hij werkt nu in een museum en wil dat graag blijven doen. “Ik denk dat dat erg belangrijk is om jezelf te kunnen zijn.” Hij voelde er weinig voor de opleiding vanuit een convict of in een groot-seminarie te doen. “Voor mij staat een priester met beide benen in de wereld, dus waarom er uitgaan?”
Maar daar zijn de beide kloosterlingen het beslist niet mee eens. Anton: “Ik vind dat ik sinds ik in het klooster zit, juist meer in de wereld sta dan ooit tevoren. Ook de mensen buiten de kloostermuren zitten vast in een bepaald milieu. Ik koos voor Bovendonk omdat de opleiding niet in de eerste plaats wetenschappelijk is, maar gericht op de praktijk van het pastoraat.”
Toch lag de keuze voor Bovendonk voor geen van allen meteen voor de hand, want allemaal komen ze van buiten het bisdom. Sommigen keken dan ook eerst bij de opleiding in het eigen diocees. Maar dat beviel niet. Nu studeren drie van hen wel 'voor Breda', omdat hun eigen bisschop (Ter Schure van Den Bosch) de studie niet wil betalen. “Ik heb tenslotte mijn eigen opleiding”, is zijn argument. Breda neemt hen over, maar wel op de conditie dat ze na afloop van hun studie in dat bisdom aan de slag gaan.
Vier jaar lang zullen de zes elke twee weken een weekeinde naar Hoeven komen. Ze zeggen nu nog niet te kunnen overzien of en hoe de studie hun doordeweekse werk zal beïnvloeden. Maar grote veranderingen verwachten ze niet. “Ik voelde me al christen”, zegt Stephan, “Dat bepaalt toch al de wijze waarop je nu in je werk staat.”
Celibaat
Maar na die vier jaar zullen ze hun baan moeten opzeggen, omdat dan de twee laatste jaar met stages en extra lessen beginnen. Zal ze dat moeite kosten? Vast en zeker, klinkt het alom. “Maar het moet ook pijn doen”, meent Anton. “Als dat niet zo is, dan kan het priesterschap een vlucht zijn. Maar je moet het ambt niet kiezen uit onvrede met je oude leven. Je moet eerst een blij, gelukkig mens zijn voor je priester wordt.”
En hoe zit het met het celibaat? Hoe kijken ze daar tegen aan? Een moment valt het stil in het groepje. Daar is dan de vraag, die ze altijd en overal moeten horen. “En altijd draait het dan om seksualiteit”, zegt Tony zuchtend. Voor Igno is het totaal geen moeilijk punt. Er blijft ruimte genoeg over voor vriendschappen. Ook Anton vindt dat het celibaat positief moet worden gezien. “Een relatie kan zo intensief zijn dat je niet langer volledig beschikbaar bent voor anderen. En dat is de essentie van het celibaat, het draait niet om seksualiteit, maar om het afzien van een unieke relatie.”
Alleen Remco geeft aan over dat punt getwijfeld te hebben. Hij had in het verleden een vriendin en vraagt zich “of ik wel een leven zonder vrouw aankan. Ik ben er nog niet voor honderd procent uit, maar wel voor 95 procent.” Zoals hij als enige meer twijfels uit over Bovendonk. “Ik weet nog niet of ik het wel volhoud. Het legt beslag op alle vrije tijd die ik heb. Ook ben ik er nog niet helemaal uit of het wel echt is wat ik zoek. Of ik wel in het plaatje pas. Of ik echt zo dienstbaar kan zijn.”
Maar als rector Ham geloofd kan worden, is de kans dat hij of een van de anderen de opleiding niet afmaakt erg klein. “Van elke zes haalt gemiddeld zo'n 5,8 de eindstreep. Het gaat hier toch om een keuze die op latere leeftijd gemaakt wordt. Die maken studenten zo weloverwogen dat ze er haast nooit meer op terug komen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.