Van onze buitenlandredactie DEN BOSCH - In het noorden van Sierra Leone zijn zeven buitenlanders ontvoerd: twee medewerkers van Artsen zonder Grenzen en vijf van de katholieke kerk. Ze zijn sinds zaterdag spoorloos. “Misschien willen de rebellen hen gebruiken als menselijk schild, of als troefkaart in onderhandelingen”, zegt Ibrahim Sessay, directeur van Caritas in de noordelijke stad Makeni.
De afgelopen jaren hebben rebellen van het Revolutionair Verenigd Front wel vaker buitenlanders ontvoerd. Tussen oktober 1994 en januari 1995 kidnapten ze er negentien, overwegend geestelijken, die na een wekenlange tocht door de jungle werden afgeleverd bij het Rode Kruis in naburig Guinee. Ditmaal gaat het om een Fransman en een Canadees van Artsen zonder Grenzen en om een Italiaan, een Oostenrijker en drie Spanjaarden van de katholieke missie. Uit het missiehospitaal zijn ook nog twee Sierra-Leoonse medewerkers ontvoerd.
Via gebrekkige communicatielijnen met Sierra Leone hoorde Sessay gisterochtend dat er momenteel zwaar wordt gevochten rond Makeni, 140 kilometer ten noord-oosten van de hoofdstad Freetown. “Het is er een chaos. Er worden huizen in brand gestoken, mensen gedood, mensen ontvoerd.” De directeur van de katholieke hulporganisatie zou eigenlijk samen met bisschop Biguzzi van Makeni in Nederland zijn, maar die is maandag snel teruggegaan naar Sierra Leone om te trachten te bemiddelen met de ontvoerders.
“Naar ik heb begrepen zijn de rebellen en de militaire junta onderling slaags geraakt”, zegt Sessay. De junta en de rebellen van het Revolutionair Verenigd Front werden afgelopen weekeinde verdreven uit de hoofdstad Freetown, waar ze in mei vorig jaar samen de macht grepen. “Binnen de junta zijn er nu leden die hun wapens willen inleveren. Ze hebben genoeg van het vechten en willen vrede. Maar het RUF ziet dat als verraad.”
Volgens Sissay hadden beide groepen vanaf het begin een ander doel. De militairen namen de wapens op uit onvrede met president Ahmed Tejan Kabbah, die volgens hen milities van de traditionele jagers Kamajor bevoordeelde. Maar het RUF vecht al zeven jaar om het beheer over diamantmijnen en uit pure destructie. Hun politieke doel was altijd vaag.
“Sierra Leone zou het Botswana van West-Afrika kunnen zijn”, zegt de Britse ontwikkelingsadviseur Dan Bishop, die samen met Sissay in Den Bosch de hulporganisatie Mensen in Nood bezoekt. “Het land heeft diamanten en geen overbevolking. Bovendien zijn de mensen heel harmonieus en niet vechtlustig. Dat Sierra Leone sinds 1991 een afschuwelijke burgeroorlog kent waarbij talloze mensen zijn omgekomen, komt vooral door krachten van buitenaf die op de diamanten uit zijn. De Liberiaanse leider Charles Taylor steunt de rebellen, er zijn Zuid-Afrikaanse huurlingen, er zijn wapens uit Oekraïne.”
Bishop probeert met Sissay in Europa geld te werven voor hulp aan de bevolking. Volgens hulporganisaties hebben momenteel 500 000 mensen wanhopig voedsel nodig in Sierra Leone, dat na de staatsgreep een economisch embargo kreeg opgelegd. Hoewel het door de oorlog en tegenwerking van buurlanden moeilijk is om hulp te bieden, is het volgens Bishop en Sissay van groot belang dat de mensen zaden en werktuigen krijgen om eigen voedsel te verbouwen, zodat ze niet bij elk gevecht op de vlucht slaat. Sinds het begin van de oorlog zijn twee miljoen Sierra-Leoners ontheemd geraakt, bijna de helft van de bevolking.
Maar de hulpverleners erkennen dat hulp zonder vrede uiteindelijk weinig zin heeft. “Er moet hele goede internationale bemiddeling komen”, zegt Sissay, en dan bedoelt hij niet de Nigerianen, die namens de West-Afrikaanse vredesmacht Ecomog de militaire junta hebben verdreven. “De Nigeriaanse soldaten zijn niet neutraal, die kunnen niet nog heel lang blijven.”
“Het probleem is dat de situatie ongelooflijk complex is. Het land is een soort fijnmazig net, waar verschillende groepen het voor het zeggen hebben. Om de paar kilometer heb je wegversperringen, dan weer van Ecomog, dan weer van rebellen, dan weer van Kamajor. Vooral in het oosten, waar veel diamantmijnen zijn, is sprake van complete anarchie. De ene dag hebben de RUF-rebellen een bepaalde mijn in handen, de volgende dag Executives Outcome (Zuid-Afrikaanse huurlingen, red). En een paar kilometer verderop hebben weer de Kamajor het voor het zeggen.”
De hoop is voorzichtig gevestigd op president Ahmed Tejan Kabbah, die binnenkort naar zijn land zal terugkeren. Maar Sissay is er niet van overtuigd dat de president het lange tijd zal volhouden. Kabbah is immers niet onomstreden, mede doordat hij er na zijn verkiezing twee jaar geleden maar telkens niet in slaagde om een vredesakkoord met de RUF-rebellen te implementeren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.