Minister van justitie Sorgdrager (D66) heeft de overgrote meerderheid van de Tweede Kamer ervan weten te overtuigen dat zij het parlement in het Van Randwijck-debat in oktober geen relevante informatie heeft onthouden. Het had vollediger gekund, vonden ook de coalitiepartijen PvdA en VVD, maar doorslaggevend voor hen was dat de Kamer met de gegevens die alsnog bekend zijn geworden drie maanden geleden niet tot een ander oordeel zou zijn gekomen.
Alleen het CDA hield staande dat de minister de Kamer destijds onvolledig en onjuist heeft geïnformeerd. Het Kamerlid Van der Heijden baseerde dat oordeel op zelfvergaarde informatie, die hij niet openbaar wenste te maken. Dat was zwak. De meeste andere fracties laakten het CDA terecht voor deze wijze van opereren. Informatie op basis waarvan een ernstige beschuldiging aan de minister wordt geuit, behoort voor iedereen controleerbaar te zijn. Daar kwam nog bij dat het CDA-Kamerlid zijn beschuldiging niet kon of wilde bewijzen. Als gevolg daarvan zit nu het CDA zelf met een geloofwaardigheidsprobleem.
Of de minister na het debat van gisteren haar positie heeft versterkt, zoals D66-Kamerleden na afloop vaststelden, is nu niet zo relevant. Daar staat tegenover dat bij de andere coalitiepartijen, ondanks het vertrouwen dat ze nog steeds in haar stellen, van een zekere aarzeling sprake is. Waar het op aankomt is dat Sorgdrager haar gezag en bestuurskracht zal moeten tonen in de zware operaties die haar de komende tijd te wachten staan - de afwikkeling van de parlementaire enquête naar de IRT-affaire en de reorganisatie van het openbaar ministerie.
In het algemeen geldt dat zij het aangetaste vertrouwen in de rechtshandhaving moet herstellen. Dat is forse opgave. Daarom kan zij erop rekenen dat het parlement haar de komende tijd met argusogen zal blijven volgen. Ze moet gewoon alsnog bewijzen dat zij de juiste vrouw op de juiste plaats is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.