*

 
dossier

Archief

'Tosca' van Vlaamse Opera een beeldscherpe ervaring

FRANZ STRAATMAN − 30/01/96, 00:00

Herhalingen in Antwerpen vanavond, 1,3,6,9,11 febr.; in Gent: 18,20,22,25,28 febr. en 2 mrt.

In 'Bohème' neemt Rodolfo het ijskoude handje van Mimi in de zijne, in 'Tosca' omvat Cavaradossi liefdevol de welgevormde handen van Tosca die kort tevoren de brute politiechef Scarpia hebben vermoord. In beide opera's was en is het de Italiaanse tenor Fabio Armiliato die met vlammende intensiteit over die handen zingt bij de Vlaamse Opera.

Het schijnt een wondertje dat het de Vlaamse Opera gelukte om Armiliato weer te contracteren voor de zondag hernomen 'Tosca' uit 1991. Sinds Armiliato in 1993 zijn debuut maakte aan de Metropolitan Opera in New York, is zijn marktwaarde in dollars dusdanig gestegen, dat het voor kleinere huizen een hele hijs wordt om zo'n knaap te strikken.

In Antwerpen bouwde hij sinds zijn overrompelend debuut (1989) als titelheld in Verdi's 'Don Carlo' een fraaie produktielijst op in de Puccini-cyclus onder leiding van dirigent Silvio Varviso en regisseur Robert Carsen. Zeker in de 'Tosca' is hij zeer op zijn plaats als een jong ogende schilder Cavaradossi, een echte latin lover die geheel opgaat in de charmes van de opera-diva Floria Tosca.

Armiliato moet een ideale figuur zijn voor regisseur Carsen, want hij acteert zo soepel en zo modern, wat uitstekend past bij de visie van Carsen. Die schuift met zijn aanpak alle clichés van bordkartonnen kerk- en gevangenisdecors en bijpassende theatergebaren volledig terzijde. Carsen interpreteerde het werk als een opera over opera. Het tweede bedrijf geeft hem daartoe de gouden wissel in handen, want Floria Tosca treedt er - buiten beeld achter de scène - in op als een bejubeld zangeres. Een divina, een goddelijke, afgekort een diva, is zij.

Even terecht stelt Carsen de Romeinse kerk waarin het eerste bedrijf zich afspeelt voor als een theatrale plaats met immense zuilen en doeken. Carsen projecteert alle eer die daar aan de Madonna wordt gebracht, op Tosca, la divina zoals Cavaradossi ook zingt. Het leverde een overdonderend slotbeeld op.

Het derde bedrijf, waarin Cavaradossi wordt terechtgesteld, speelde zich af op het lege toneel van een theater. Het zal immers een schijnexecutie zijn met losse flodders, zo heeft Tosca bij Scarpia bedongen, en zij adviseert haar geliefde om neer te vallen zoals zij dat in het theater ook zo levensecht doet. Maar het is ècht: dood!

Ik sluit mij volledig aan bij de lovende woorden die Peter van der Lint wijdde aan de originele première, zo beeldscherp weet Carsen deze sleets geworden opera te presenteren. Een beetje wringt de omzetting van kerk naar theater wel in het eerste bedrijf, maar de hobbel wordt grandioos gladgestreken met het 'Te Deum' als een echte concertuitvoering.

Niet Karen Huffstodt uit de eerste serie, maar Soja Smoljaninova zong en speelde een fenomenale Tosca. Zij droeg een zekere koelte mee en oogde iets ouder dan Armiliato. Every inch een diva die mannen om haar vingers windt. Maar deze operazangeres houdt ook zielsveel van haar aanbidder, wat zij bewijst door in het hol van de leeuw, Scarpia, tot het uiterste te gaan. Ook in stem bracht Smoljaninova die expressie op.

In deze scène strafte Carsen alle clichés af: Tosca stapte echt uit haar ravissante avondjurk, ging in een verleidelijke pose liggen op het aan stukken gereten schilderij van een Madonna (waarop Cavaradossi haar vereeuwigde) en wachtte met een briefopener de geil toesluipende Scarpia af. Een intelligent uitgespeelde rol van Knut Skram. Het was weer dirigent Varviso die met het magnifiek spelende operaorkest Puccini's dramatiek deed gloeien en zinderen. Varviso is verliefd op Puccini en hij laat het publiek in die liefde delen.

mailIcon print |