“De autorijder die op één punt van de weg is gericht, rijdt zeker tegen een boom.” Het is Anton Dreesmanns visie op Vendex. Hij vormde een verzameling warenhuizen om tot een internationaal conglomeraat van uiteenlopende bedrijven. De huidige directie wil van de Vendex-paraplu af, zo werd deze week bekend. Vendex wordt gesplitst in een winkelpoot en een dienstentak. Een breuk met het verleden van Anton Dreesmann. En tegelijk een herstel van het nog verdere verleden: de winkels moeten zich nu weer geheel zelf bedruipen.
Op de knecht na is de filosofie van Anton en Willem die van de schoenmaker en de leest. Handel is hun beroep, en niets anders. Dat gaat hun direct al goed af. Na de opening in 1887 van hun eerste gezamenlijke zaak in de Weesperstraat in Amsterdam, zijn er vóór de eeuwwisseling al vestigingen van Vroom en Dreesmann in Den Haag, Rotterdam en Nijmegen. Begin jaren twintig zitten ze in heel Nederland.
Naast de knecht, die intussen de bestelauto mag berijden, zijn de lunchrooms, behangerij en stoffeerderij lange tijd de enige 'branchevreemde' activiteiten voor Vroom en Dreesmann. Weliswaar geen handel, maar als het Anton en Willem van pas komt, zijn ze wel bereid de leest even opzij te schuiven. De behangerij en de stoffeerderij zijn er voor de producten uit de eigen winkels. Het oplappen van doorgelegen matrassen blijkt een lucratieve schnabbel. “Wij halen ze 's morgens, u krijgt ze tegen den avond weer terug”, luidt de garantie. De Haagse vestiging kent een tijdje een eigen lingerie-atelier, omdat andere ateliers niet goed genoeg zijn, volgens het warenhuis. Het atelier verdwijnt zodra de inkopers de juiste corsetten weer buitenshuis kunnen krijgen.
Tot begin jaren zeventig houdt Vroom en Dreesmann zich aan het credo van de grondleggers Anton en Willem. Detailhandel is nog steeds vrijwel de enige bezigheid van het familiebedrijf. Wel op grote schaal inmiddels. In 1973 zijn er 58 V en D's, 10 Vendets (kleinere warenhuizen) en 4 Supervendets. De omzet is 1,65 miljard gulden. Naast de warenhuizen heeft Vroom en Dreesmann meerderheidsbelangen in onder meer Wapenmagazijn De Jager, de Verenigde Kledingmagazijnen en vanaf 1973 in de kledingwinkel Kreymborg. In 1973 zet Vroom en Dreesmann een belangrijke stap om verder te groeien. Tot dan toe is het bedrijf niet veel meer dan een verzameling losse winkels, met daarboven een coöperatieve handelsvereniging. Die, inmiddels onhandige organisatie wordt omgevormd tot één naamloze vennootschap.
Gangmaker achter die omvorming is Anton Dreesmann, de kleinzoon van de oude Anton die in 1887 de eerste winkel begon. Anton junior wordt de eerste directievoorzitter van de nieuwe NV. Al bij de publicatie van zijn eerste jaarcijfers laat de dan 50-jarige Anton blijken de leest van zijn grootvader in het familiemuseum op te bergen. Anton junior lonkt naar de diensten, zij het aanvankelijk voorzichtig. “Vroom en Dreesmann heeft voor de naaste toekomst vele plannen, die erop gericht zijn zoveel mogelijk diensten geschikt voor de winkel te maken”, zegt de topman bij de persconferentie over de jaarcijfers van 1973. De plannen blijven nog dicht bij de traditionele detailhandelsinslag. Het gaat om Menuet, een keten voor kant-en-klaar maaltijden, Veranda-tuincentra, autoreparatiebedrijven, doe-het-zelf-winkels en Vendomus woninginrichters.
Daar blijft het niet bij. Anton legt een ongekende dadendrang aan de dag en verwerft meerderheidsbelangen in alles wat los en vast zit. Aanvankelijk in andere warenhuizen en winkels over de hele wereld. Later koopt hij ook echte dienstverleners op. Die groeien harder, redeneert Dreesmann. Als de detailhandel kwakkelt, kunnen de dienstverlenende bedrijven dat opvangen. Zo haalt V en D in 1980 de Vedior Groep binnen, een verzameling uitzendbureaus. In datzelfde jaar krijgt Dreesmann de volledige controle over het schoonmaakbedrijf Cemsto.
Hoed
Bij de escapades in het buitenland zit de naam Vroom en Dreesmann in de weg. Het moet korter, krachtiger en internationaler. Vendex International gaat het conern in 1982 heten. De naam Vendex is in 1934 op een hotelkamer in Londen bedacht. Vroom en Dreesmann stunt in dat jaar met een goedkope vilten hoed, de Webflex van de Engelse firma Web and Baker. De duurdere warenhuizen komen in opstand. Zo'n sjieke hoed tegen zo'n lage prijs in zo'n warenhuis: dat geeft geen pas. Vroom en Dreesmann wordt voor het blok gezet: geen Webflex meer bij V en D, of Web and Baker leveren niet meer aan de duurdere modehuizen. Twee Haagse inkopers gaan naar Londen en stellen voor de hoed een andere naam te geven: de Vendex. Daar gaan de Engelsen mee akkoord.
Met Vendex zet Anton de expansie voort. Dienstverlening is de toekomst. “Het concern zit bepaald niet stil wat de internationale uitbreiding van zijn detailhandelsbelangen betreft. Doch de groei van activiteiten op het terrein van de dienstverlening heeft zo mogelijk nog meer aandacht”, meldt het jaarverslag in 1986.
Over zijn jacht op dienstverleners zegt Dreesmann in datzelfde jaar tegenover een weekblad: “De retailing heeft haar grootste bloei gehad. Wat ik deed, was even op een bankje langs de weg gaan zitten. Hé, verrek, wat is dát daar? Ik zag achter de wankele autobaan waarop wij reden, een vallei, met dorpjes en nog veel meer. Ik ben gaan wandelen. Ik ontstak lichten, sloeg nieuwe wegen in, verzon dingen. En dat is me tot nu toe best aardig afgegaan.”
De laatste uitspraak van Anton - door zijn eigen zus van grootheidswaanzin beticht - behoeft enige nuancering. De winkels lijden tijdens zijn wandelingen door de valleien. In de jaren tachtig lopen de verliezen van de warenhuizen op, terwijl ze in de jaren zeventig nog goed presteren.
Maar niet alleen daar zijn problemen. Het hele concern zit in 1988 in grote moeilijkheden. Rond dat jaar is het conglomeraat met een omzet van 18 miljard gulden op zijn grootst, net als de hoeveelheid toeters en bellen. Postorderbedrijven, financiële diensten, bungalowparken, koeriersdiensten, computerbedrijven: alles is te vinden onder de paraplu Vendex. Niet alle investeringen zijn echter succesvol. Braziliaanse supermarkten, doe-het-zelf-zaken in de VS, de postorderactiviteiten en Staal Bankiers leveren grote verliezen op. Alleen door de verkoop van een groot belang in de Amerikaanse warenhuisketen Dillard's lijdt Vendex als concern geen verlies.
Dreesmann is intussen met zijn beoogde opvolger Arie van der Zwan in een King Lear-drama verwikkeld. Beiden vertrekken en in 1990 begint de nieuwe topman Hessels met de grote schoonmaak van Vendex. Hij breekt met het Dreesmann-adagio 'hoe groter, hoe beter', ontdoet het concern van de overbodige ballast en saneert de warenhuizen. Wat overblijft is een sterkere dienstenpoot met vooral uitzendbureaus en schoonmaakbedrijven, en een langzaam herstellende detailhandelstak. De omzet valt terug naar 10 miljard gulden. De langverwachte beursgang volgt in 1995.
Eens
Anders dan Dreesmann vindt Hessels het nu niet langer nodig dat de dienstverleners de winkels steunen. Uitzendbureaus en schoonmaakbedrijven kunnen in een aparte tak harder groeien en de detailhandel kan weer op eigen benen staan. Dat in dienstverlening de toekomst zit, zijn Hessels en Dreesmann wel volledig met elkaar eens. In 1986 zei Anton het al: “Na de jaren 90 zullen op het vlak van de dienstverlening de echte groeigebieden komen.” Hessels tien jaar later: “Dat is het gebied waar we de grote acquisities plegen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.