AMSTERDAM - Dolgraag zou hij zijn beide handen met spiritus overgieten en aansteken. Maar dan wel onder de voorwaarde, dat zíjn methode om brandwonden te behandelen vergeleken wordt met die van de reguliere brandwonden-deskundigen. “En liefst onder toezicht van zoveel mogelijk camera's en erkende wetenschappers. Pas dan kan ik aantonen, dat mijn Boegem-balsem werkt; koelen met water is ècht slecht.”
Voor brandwonden-specialisten is hij de kwakzalver en fundamentalist, maar voor een groeiend aantal burgers is hij een soort reddende engel bij brand-ongelukken. Sinds 1992 is Kees Boegem met zijn balsem, een doodeenvoudig smeersel dat niet als geneesmiddel geregistreerd staat en door geen arts als brandzalf wordt erkend, op de markt. Slimme publiciteit en doorzettingsvermogen bezorgden hem inmiddels zoveel succes, dat zelfs het internationaal vermaarde brandwondencentrum in Beverwijk niet meer om hem heen kan.
Zo haalde de moeder van Mirthe Bosman (bijna 2), die als gevolg van een ongeluk met een pannetje heet water ernstig was verbrand, haar dochtertje onlangs uit het brandwondencentrum naar huis. Vervolgens vroeg zij Boegem de kleine Mirthe te behandelen. “In Beverwijk wilden zij haar op maandagochtend opereren en de huid transplanteren. Het hele weekend heb ik gedubd, op het allerlaatst heb ik de operatie geannuleerd. Iedereen voorspelde dat ik spijt zou krijgen; integendeel.”
Volgens Tineke Bosman geneest Mirthe “wonderbaarlijk”. Waar de tweedegraads-verwondingen op Mirthes armpje in het ziekenhuis deels tot derdegraads-verwondingen waren uitgegroeid, ziet alles er nu 'rustig' uit. “Het was wel heel intensief om die verbanden om de paar uur te verschonen, maar het was ook heel mooi om zoiets zelf met je kind te kunnen doen. Mirthe had ook geen pijnstillers meer nodig.”
Een tweede voorbeeld is de 4-jarige Baafje, die met toestemming van de chirurg R. Kreis van het Beverwijkse brandwondencentrum door Boegem in Beverwijk werd behandeld. Baafje, wiens kleren door een waxinelichtje in vlam waren gezet, waardoor hij tweede- en derdegraads brandwonden had opgelopen, lag eerst in het brandwondencentrum van het Rotterdamse Zuiderziekenhuis.
Historisch moment
Ook Baafjes ouders verzochten de artsen hun kind met de balsem te behandelen. Nee, zeiden ze in Rotterdam, waarna Boegem dokter Kreis benaderde, die tot zijn eigen verbazing 'ja' zei. “Baafje werd toen overgebracht naar Beverwijk, waar we officieel op papier hadden gezet, dat de ouders en Kreis toestemming gaven dat ik daar zou behandelen. Voor mij was dit een historisch moment.”
Maar het historische moment duurde niet langer dan drie dagen. Gedurende die dagen reed Boegem drie keer per dag van Hilversum naar Beverwijk om de verbanden te verwisselen en de zalf te verversen. “Ongelooflijk vond ik dat, jarenlang ben ik verketterd, en dan sta ik daar ineens met mijn potjes in Beverwijk.”
“Ongelooflijk”, vond ook directeur J. Kiemel van het Rode Kruisziekenhuis, waar het Beverwijkse brandwondencentrum onderdeel van is. “Zodra ik hoorde dat er met dit niet-geregistreerde middel binnen mijn muren werd gewerkt, heb ik het onmiddellijk laten stoppen. In Nederland mag je een patiënt geen reguliere behandeling onthouden. Ik heb meteen de inspectie in kennis gesteld en de heer Boegem bevolen te vertrekken.”
In de ogen van Kiemel handelde chirurg Kreis 'naiëf' door Boegem, die geen arts is, toe te laten. “Ik denk dat Kreis wilde voorkomen, dat het kindje naar huis gehaald zou worden. Op deze manier kon hij het kind in ieder geval onder bereik van de reguliere geneeskunde houden.”
Het allerbelangrijkste twistpunt tussen Boegem en de drie brandwondencentra - Beverwijk, Groningen en Rotterdam - begint al met het gebruiken van de zalf. In de ogen van Boegem zou zijn zalf namelijk de gebruikelijke eerste hulp bij brandwonden - koelen, koelen en nog eens koelen - moeten vervangen. Boegem, die natuurlijke geneeswijzen propageert, gaat ervan uit dat koelen de zweetkliertjes doet sluiten, waardoor de warmte niet afgevoerd kan worden. “Bovendien trekken de bloedvaten door koud water samen, waardoor de warmte ook door de bloedsomloop niet weg kan. Mijn balsem houdt de doorbloeding juist in stand. Ook is de zalf in het AMC getest en dermatologisch en allergologisch veilig bevonden.”
Voor de brandwondenspecialisten daarentegen is zijn zalfje niet anders dan elk willekeurig huis-tuin-en-keuken-smeerseltje. “Alleen al doordat zulk soort potjes vaak veel te lang bij de mensen thuis in de kast staan, is het gevaar op bacteriële infecties groot”, zegt brandwondenspecialist G. Beerthuizen uit Groningen. “Bij lichte brandwonden helpen uiteindelijk alle smeerseltjes, de natuur gaat heus zijn gang wel.”
Ook Kiemel omschrijft de zalf als “vaseline met wat sesamolie” en wijst erop, dat Boegem op last van de inspectie het woord brandzalf uit de bijsluiter heeft moeten halen. “Ja, nu heet het massage-zalf”, erkent Boegem, “maar omdat veel mensen de werking al kenden, gebruiken ze het uit zichzelf ook bij brandwonden.”
Pure winst
Nog liever zou hij zien dat niemand meer naar de kraan loopt bij een brand-ongeval, al noemt hij het “pure winst”, dat de Nederlandse brandwondencentra inmiddels lauw en geen koud water meer adviseren. “In de afgelopen jaren hebben zij hun beleid geleidelijk gewijzigd. Naar mijn mening zouden ze dat van de daken moeten schreeuwen, er is toch geen Nederlander die weet dat de koude kraan inmiddels 'uit' is? Ook de meeste ziekenhuizen en huisartsen roemen nog onverkort de koude kraan.”
Inderdaad geven de drie woordvoerders uit Beverwijk, Rotterdam en Groningen desgevraagd toe dat hun officiële eerste hulp-advies, conform nationale en internationale richtlijnen, veranderd is. “Het koel-advies werd altijd vereenzelvigd met koud water, dat is nu niet meer zo. Lauw, stromend water is het beste”, zegt ook H. van Nassau van de Nederlandse Brandwondenstichting (NBS).
Ook Van Nassau kan amper meer om Boegem heen, zeker nu deze enige maanden geleden een concurrerende stichting - de Boegem Brandwondenstichting - heeft opgericht. Tot ergernis van de NBS en de brandwondencentra rukt Boegem steeds verder op. “Helaas”, zegt Beerthuizen uit Groningen, “want hij heeft nog niks wetenschappelijk bewezen.”
Boegem zelf schermt steeds met een TNO-onderzoek dat zijn gelijk al in 1992 aangetoond zou hebben. Met toestemming van de ethische commissie van TNO werden de vingers van acht manlijke vrijwilligers drie seconden in water van 60 graden gehouden. Vervolgens werd een vinger met koud water en de andere met de Boegem balsem behandeld. Diverse metertjes registreerden de effecten.
De conclusie luidde dat de balsem niet alleen het uittreden van warmte - toegenomen geleiding van hitte - bevordert, maar ook dat de plaatselijke doorbloeding van de huid beter intact blijft dan bij koud-water-behandeling. Uit de brandwondenwereld kreeg dit onderzoek echter direct veel kritiek, onder andere, omdat het water van slechts 60 graden betrof en de brandwonden niet diep zaten.
“Natuurlijk zijn wij tot aanvullend onderzoek bereid, maar dan eerst op proefdieren, bij brandwonden zijn dat altijd varkens”, aldus Van Nassau. Naar zijn zeggen is het Brandwonden- researchinstituut, dat het onderzoek moet uitvoeren, al met Boegem in gesprek over de voorwaarden voor dit onderzoek. “Zo'n onderzoek moet binnen een half jaar gerealiseerd kunnen zijn. Maar dan zal Boegem wel de samenstelling van zijn produkt bekend moeten maken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.