AMSTERDAM - Niet alleen voor Bill Clinton is het de laatste keer als hij vanmiddag op het bordes van het Capitool in Washington staat om te worden beëdigd voor een nieuwe termijn als president. Ook de Bill die hem de eed afneemt, voorzitter William Rehnquist van het hooggerechtshof, treedt voor het laatst aan voor die plechtigheid.
Al voor de jongste presidentsverkiezingen, in november van het vorig jaar, heeft de nu 72-jarige Rehnquist te kennen gegeven dat hij vrij snel zijn functie wil opgeven, omdat zijn gezondheid de laatste jaren te wensen overlaat. En dat zal Clinton de gelegenheid geven twee belangrijke beslissingen te nemen: de benoeming van weer een nieuwe rechter in het negenkoppige college en de benoeming van een nieuwe voorzitter.
Geruime tijd wordt er al gegist wie de president voor die laatste functie op het oog heeft. De opmerkelijkste suggestie is lange tijd geweest dat hij zijn keus laat vallen op Mario Cuomo, de in 1994 verslagen gouverneur van de staat New York. Maar de laatste maanden duikt telkens weer de naam op van Ruth Bader Ginsberg, die in de zomer van 1993 door Clinton naar het hooggerechtshof werd gehaald. Niet alleen past de gematigd progressieve, pragmatische Ginsberg uitstekend bij de van de president, hij zou met haar benoeming een dubbele primeur maken: de eerste vrouwelijke voorzitter en de eerste joodse.
Met het vertrek van Rehnquist gaat een van de belangrijkste doelstellingen van president Ronald Reagan definitief de mist in: een hooggerechtshof vormen dat in meerderheid behoorlijk conservatief is en dat conservatisme met zijn stellingname tot ver in de 21ste eeuw als stempel op de Amerikaanse samenleving drukken. Het 'Rehnquist Court', dat sinds 1986 opereert, is weliswaar conservatiever dan de daaraan voorafgaande colleges van Earl Warren en Warren Burger, maar op geen enkel terrein is de klok de afgelopen tien jaar radicaal teruggedraaid.
Geïsoleerd
Rehnquist vormt met de rechters Antonin Scalia en Clarence Thomas, de enige zwarte in het gezelschap, het oerconservatieve kamp, maar het drietal is de laatste paar jaar steeds geïsoleerder komen te staan in ideologisch getinte kwesties. Twee door Reagan benoemde leden van het hooggerechtshof, Sandra Day O'Connor - de eerste vrouwelijke opperrechter uit de geschiedenis van de VS - en Anthony Kennedy, hebben zich in het centrum gepositioneerd.
Dat frustreert met name de tegenstanders van Roe versus Wade, het historische besluit van het hooggerechtshof uit januari 1973 om vrouwen het grondwettelijk recht toe te kennen op abortus. (Een besluit, dat met 7 tegen 2 stemmen werd genomen; Rehnquist was een van de tegenstemmers.) Reagan ging in 1980 de verkiezingscampagne in met de belofte dat hij rechters in het Supreme Court zou benoemen die er aan zouden meewerken om Roe v. Wade weer terug te draaien. O'Connor en Kennedy hebben weliswaar ingestemd met sommige inperkende maatregelen, maar een nieuw verbod van abortus gaat hen veel te ver.
Rehnquist is naast voorzitter ook de nestor van het rechtscollege, al moet hij in leeftijd zijn meerdere in rechter John Paul Stevens erkennen. Het was president Richard Nixon die Rehnquist in 1972 tot opperrechter benoemde. Hij had geen enkele ervaring als zittende magistraat. Bij Nixons aantreden als president had Rehnquist een hoge ambtelijke functie gekregen op het ministerie van justitie en de zestien jaar daarvoor had hij de leiding gehad over een advocatenkantoor in Phoenix, in het ver van Washington verwijderde Arizona.
De nieuweling was meteen ook de conservatiefste van het negental. In de veertien jaar dat hij een van de gewone rechters was, viel hij bij uitspraken vijftig maal in zijn eentje buiten de boot, een record in de geschiedenis van het hof. Maar halverwege de jaren tachtig was hij inmiddels de invloedrijkste binnen het college geworden, zodat zijn benoeming tot voorzitter geen verrassing was.
Earl Warren, van wie Dwight Eisenhower ooit heeft gezegd dat zijn aanstelling als voorzitter van het hooggerechtshof in 1953 de grootste blunder is geweest uit zijn achtjarige presidentschap, was met zijn mede-rechters de man van de juridische onderbouwing van de maatschappelijke vernieuwing. Toen Rehnquist in 1972 rechter werd was zijn eerste doel het ongedaan maken van dit juridische activisme. Het hooggerechtshof is er om de grondwet naar de letter uit te voeren en niet er een eigen invulling aan te geven, was en is nog steeds zijn opvatting. Juridische terughoudendheid (judicial restraint) heet dat in het jargon.
Tussenbalans
Afgelopen zomer, toen Rehnquist tien jaar voorzitter was van het hooggerechtshof, maakten kenners van verschillende pluimage een tussenbalans op van de resultaten. Het oordeel liep nogal uiteen. Bernard Schwartz, hoogleraar aan de universiteit van Tulsa (Oklahoma) en schrijver van onder meer A history of the Supreme Court stelt dat mijlpalen als het recht op abortus en het recht om als verdachte te zwijgen en om een advocaat te kunnen raadplegen, overeind zijn gebleven. Maar op tal van terreinen is het Rehnquist Court naar zijn mening wel degelijk een eind naar rechts opgeschoven.
Door zijn zeer gemengde samenstelling met zijn rechtervleugel, het centrum en het gematigd progressieve blok komt het negental van Rehnquist zo nu en dan tot verrassende stellingnames. Dat bleek vorig jaar weer toen het de staat Colorado verbood om discrimerende maatregelen te treffen tegen homoseksuelen. En voor Rehnquist opstapt zal het hof zijn oordeel moeten geven over nog enkele vraagstukken die tot scherpe verschillen in de Amerikaanse samenleving leiden, zoals de vraag of het artsen toegestaan is aan euthanasie mee te werken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.