Echt koud is het niet op het zuidelijke havenhoofd van IJmuiden, een graad of acht. Maar af en toe zwiept een regenbuitje over het beton, wat het niet echt aangenaam maakt. Op de hoekige steenblokken, die tegen de buitenzijde van de pier zijn gestort om de aanvallen van de zee te breken, zoeken spreeuwgrote vogels tussen het groene darmwier naar slakjes en wormpjes. Donkergrijs met een paarsige zweem zijn ze en ze hebben opvallend oranjegele poten en snavels. Ze communiceren met zachte pieperende geluidjes.
Mijn gedachten gaan terug naar IJsland, afgelopen zomer. Het was net zulk weer als nu in IJmuiden: acht graden en vochtig. Op het eilandje Vikur, dicht bij de poolcirkel, liepen zes paarse strandlopers op de grote rotsblokken, die verspreid boven het keienstrand uitstaken. Ze maakten dezelfde geluidjes, toen ze wegvlogen naar een ander stuk strand. Ze zagen er wel anders uit dan hier in IJmuiden, want eind augustus zijn paarse strandlopers nog in zomerkleed, met wit en oranjebruin gerande veren op rug en schouders. Het broedseizoen was afgelopen en dan verlaten ze de met korstmossen en grijsgroene bladmossen begroeide lavavlakten. De meeste blijven ook in de winter op de IJslandse kusten, maar een paar honderd overwinteren elk jaar op Nederlandse pieren en strekdammen, die een eind in zee steken.
KEGELVULKAAN
Vogels zien geen verschil tussen door mensen gemaakte betonblokken en de natuurlijke steenbrokken in het vulkanische IJslandse landschap. Van het strand bij de aanlegsteiger uitkijkend over het Isafjardardjup treft het oog een kegelvulkaan avant la lettre, een naar boven taps toelopende berg met plotseling afgeplatte top, zwart en dreigend. Niks uitgedoofd, alleen maar rustend en niemand weet voor hoe lang. IJsland is een land van ijs en vuur. Aan de andere kant van de fjord zie je nog net de sneeuw- en ijsvlakten van de gletsjer Drangajökull, op die dag onder zware grijze regenwolken.
De overtocht van Isafjördur naar het eiland was onstuimig. Een stevige wind uit het noordwesten zweepte de golven in de fjord hoog op. De 'Halldor Sigurdsson' was een walvisjager. Het harpoenkanon zat geheel intact nog op de voorplecht, goed ingepakt in een waterdichte canvas hoes. Maar Konrád en zijn twee zonen verdienden meer aan walvissafari's en tochtjes naar Vikur dan aan het vangen van Noordse vinvissen, voordat dat verboden werd.
KINDERLIEDJES
Het was niet gemakkelijk in de kleine boot op de been te blijven. En staan moesten we wel, want alle bankjes onder het klapperende en lekkende zeildoeken afdak, waarmee een provisorische salon was gecreëerd, waren bezet. Een heel bejaardenhuis was op rondreis en de oudjes zongen uit volle borst IJslandse kinderliedjes. Ze zagen er opmerkelijk fit uit, een levende illustratie van wat onze gids Dora eerder had verteld: dankzij het ontbreken van vervuiling en door de hoge visconsumptie is de levensverwachting van de IJslanders de hoogste van heel Europa. Dat ontlokte een van ons de opmerking: “Deze zijn nog maar op de helft van hun levensverwachting.”
Bij het eilandje kwamen we in rustiger vaarwater. Niemand was zeeziek, tot mijn verbazing. Een eindje van de steiger groepten lage houten huizen bijeen. Terzijde stond op een lage heuvel een houten windmolen, waarmee ooit graan gemalen werd. Er wonen maar tien mensen en een hond op Vikur.
HAREN LEVENSBOMEN
In het grootste huis van de nederzetting dronken we koffie en aten we koek en oliebolletjes. Van de wand keken strenge voorouders in strakke houten lijsten op ons neer. Twee levensbomen met foto's van echtparen uit de vorige eeuw behoorden ook tot de antiquiteiten. Een dame in ons gezelschap ontdekte dat de levensbomen gevlochten waren van zwarte en grijze haren. Heel knap, hoor, met bloemen en al. Haar commentaar: “Ik vind het gewoon luguber. Het heeft te maken met de dood.”
Na wat vleiends geschreven te hebben in het gastenboek (gestebok) - dat is overal gebruikelijk in IJsland! - wandelden we het eiland rond. Geen bijzondere prestatie, want Vikur is maar een paar kilometer lang en vierhonderd meter breed.
De rolkeien op het strand zijn uitermate glibberig en moeilijk te belopen door aangespoelde wieren, die er liggen te vergaan. In het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan groeien vooral reusachtige bruinwieren met een centimeters dikke steel en een breed, vaak gevingerd thallus van soms wel een paar meter lengte.
Vier steenlopers scharrelden rond tussen de wieren bij een paar enorme, met gele en grijze korstmossen gevlekte rotsblokken. In winterkleed lijken steenlopers op spreeuwgrote scholeksters, maar in augustus zijn ze nog in het bonte zomerkleed: zwart en wit op kop en borst, zwart en roodbruin op rug en schouders. Dat zomerkleed krijgen we in Nederland alleen te zien van de eerste in augustus passerende Scandinavische trekkers naar West-Afrika. De vier op Vikur waren wellicht helemaal geen IJslandse broedvogels, maar trekkers uit Noord-Groenland en Noordoost-Canada.
GATENKAAS
Vier zwarte stipjes voor de kust bleken papegaaiduikers. Eentje had nog een rij visjes in de bek, dus die moest nog een jong hebben in een van de holen, waarmee de bodem boven het strand doorzeefd was. Volgens de eilander die ons begeleidde, waren de honderdduizenden papegaaiduikers, die jaarlijks op Vikur broeden, een week voor ons bezoek massaal vertrokken.
Het was een vreemde ervaring in de souvenirwinkels in Reykjavik opgezette papegaaiduikers te koop te zien aangeboden. Op IJsland worden papegaaiduikers bij duizenden gevangen en gegeten. “Als we er niets aan deden, zou dit hele eiland één grote gatenkaas zijn”, zei de eilander.
EIDERDONS
Een makke eidereend liep ons voor de voeten. Zo'n veertig eiders dobberden in de luwte voor de kust. Eiderdons is een belangrijke bron van inkomsten voor Vikur. Een kilo schoon dons brengt 1100 dollar op. Het is licht en warm en een van de beste warmte-isolators die in de natuur te vinden zijn.
Terug bij de huizen zagen we op de stenige grond herderstasje, vogelmuur en varkensgras, die bij ons in de straat groeien. Vogelmuur is hier wat forser dan bij ons en toch dezelfde soort. Niet zeldzaam op de Nederlandse kwelders is de zeeweegbree, die tussen het gras op Vikur massaal bloeit met door de meeldraden geel getinte aartjes. Op allerlei plaatsen bloeide schapezuring met vrijwel cirkelronde, vlezige bladeren en tussen de rolkeien op het strand stond het vol lepelblad, een in het noorden algemene, wit bloeiend kruisbloemige, die door zijn hoge gehalte aan vitamine C menige zeevaarder van de dood door scheurbuik heeft gered.
Natuur deze week
Niet alleen paarse strandlopers zijn te zien op de IJmuidense Zuidpier. In deze tijd van het jaar ontbreken de oeverpiepers, de steenlopers en scholeksters nooit op de grote blokken aan de buitenkant van het havenhoofd. Op zee zijn nu zwarte zee-eenden, eidereenden, toppereenden en zeekoeten te zien. ù De houtduiven eten gretig de oranje appeltjes van de meelbes in het plantsoen. ù Overwinterende ransuilen vormen troepen tot wel twintig vogels, die de dag vaak doorbrengen in coniferen op landgoederen en in stadsparken. Als het donker wordt, gaan ze elk voor zich op jacht. ù Oesterzwammen vind je pas als het koud wordt. Deze karakteristieke winterpaddestoelen, die op dode stobben groeien, zijn gemakkelijk te herkennen: de zijdelings uit het hout komende, kortgesteelde hoeden hebben een beige of blauwgrijze opperhuid en grove witte plaatjes. Vooral jong geplukt behoren ze tot de lekkerste paddestoelen. ù De 26 pagina's tellende zadenlijst van het natuur- en milieucentrum De Hoornbloem in Hoorn is net uit. In die lijst staan 200 soorten wilde planten uit Noordwest-Europa, waaronder in ons land zeldzame soorten die gemakkelijk in de tuin te kweken zijn, zoals wolfskers, stinkend nieskruid en ruige anjer. De lijst vermeldt van elke soort de bloeitijd, de hoogte en de gunstigste standplaats. Op de verpakking van de zaden is vermeld hoe deze behandeld moeten worden. Er zijn ook zadenmengsels te koop voor een bonte berm, een geurende tuin, een vlindertuin en een vogeltuin en van eenjarige planten. Pakjes van een soort kosten f1,50, van mengsels meestal f4,-. De opbrengst komt ten goede aan de vereniging voor veldbiologie KNNV. Voor deze zadenlijst moet men f 3,- overschrijven op giro 3692553 van De Hoornbloem in Zwaag met vermelding 'Zadenlijst '98'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.