Van onze redactie economie AMSTERDAM - Schepen, vrachtwagens en vliegtuigen: het zijn tot de verbeelding sprekende produkten van de Nederlandse industrie. Steeds als zo'n bedrijfstak in gevaar is en de overheid moet bijspringen lopen de emoties hoog op.
Veel meer dan de chemie of de staalindustrie appelleert de fabricage van glimmend materieel aan een gevoel van nationale trots. Zo'n klein landje laat toch maar even een Fokker-100 om de aardbol vliegen, denkt de vliegreiziger onwillekeurig. De scheepsbouw refereert aan de lange Nederlandse zeevaarthistorie.
Hollands vlag, je bent mijn glorie Hollands vlag, je bent mijn lust Ik roep van louter vreugd victorie Als ik jou zie aan vreemde kust
Dat lied klonk nog niet zo lang geleden uit de kelen van lagere-schoolkinderen.
Het drama met RSV, begin jaren tachtig, heeft diepe wonden geslagen. Jarenlang pompte de overheid grote bedragen in de het concern, maar het mocht niet baten. RSV ging ter ziele en werd onderwerp van een parlementaire enquête. Natuurlijk was het verlies aan werkgelegenheid schokkend, - 4 000 banen - maar ook was de teleurstelling over de teloorgang van de Nederlandse scheepsbouw groot.
Begin jaren zeventig was al gebleken dat ook de produktie van treinen de Nederlanders niet onberoerd liet. Aan vervoermiddelen wordt alhier kennelijk bijzondere waarde gehecht. Het bedrijf Rolma, een dochter van Stork, kon het niet meer bolwerken en verdween. Daarmee raakte Nederland zijn enige wagonbouwer kwijt. 'Nederland zou toch een eigen treinindustrie moeten hebben', klonk het. Soortgelijke geluiden klonken twee jaar geleden over Daf. Een Nederlandse vrachtwagenfabriek, het zou toch mooi zijn als die kon blijven bestaan. Uiteindelijk kon Daf in afgeslankte vorm verder. Wel moest de helft van de 5 000 werknemers de deur uit.
Ook de overheid lijkt niet gespeend van sentimenten als steun aan deze industrieĆ«n aan de orde is. Houdt de overheid makers van vrachtwagens of vliegtuigen langer de hand boven het hoofd dan economisch gerechtvaardigd is? “Sentimenten spelen zeker mee”, antwoordt H. van Dijk, hoogleraar geschiedenis van de industriĆ«le samenleving aan de Erasmus Universiteit. “Maar vergeet niet dat de lobby van zo'n industrie doorgaans goed in elkaar zit. Daar komt bij dat het bij Fokker om hoogwaardige technologie gaat.”
Van Dijk denkt dat de overheid voor een bedrijfstak als de chemie lang niet zoveel moeite zou doen. “De chemie is verdeeld over meerdere bedrijven, er is veel meer internationale vervlechting. De publieke opinie over de chemie is ook heel anders. Daar vind je geen plaatjesboeken met de Uiver.” De biotechnologie-industrie, een hoogwaardig technologische tak die steeds belangrijker wordt, is ook geen kandidaat om de trots der natie uit te dragen, vermoedt Van Dijk. Die sector heeft te lijden van de kritische houding van consumenten tegenover 'gemanipuleerde' tomaten die desondanks nergens naar zouden smaken. Ook de vorm van de produkten speelt de chemie en de biotechnologie parten. Ex-minister Andriessen sprak van de 'doink-industrie': als je het produkt laat vallen en het zegt 'doink', dan spreekt het aan.
De textielindustrie is min of meer geruisloos uit Nederland verdwenen, constateert Van Dijk, en ook de sluiting van de mijnen ging de overheid minder aan het hart dan de problemen die Fokker nu heeft. “In de mijnen ging het om vies en zwaar werk, daar wilde de overheid vanaf.” Bovendien was er vervangende werkgelegenheid: bij DSM dat zich in Zuid-Limburg vestigde.
Van Dijk plaatst Fokker in het rijtje bedrijven waarvan overheden tot voor kort vonden dat ze die moesten hebben. “Het was vanzelfsprekend om een eigen vliegtuigindustrie te hebben, een eigen luchtvaartbedrijf en een eigen PTT. De bouw van vliegtuigen, waar altijd geld bij moest, is steeds duurder geworden. Een klein land kan zich dat niet meer veroorloven. Maar ook de PTT is geen nationaal bedrijf meer. De overheid trekt zich terug. Dat is de tendens.” Heeft een land behoefte aan een aansprekende industrie, aan glimmend materieel van eigen bodem? Van Dijk: “Dat is betrekkelijk. Nederland moet het meer hebben van de dienstverlening en de doorvoer van produkten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.