*

 
dossier

Archief

'Politiek moet leren luisteren naar scholen'

MARLEEN BARTH − 23/05/95, 00:00

DEN HAAG - Kort geleden werd ze aangesproken door een directeur van een basisschool. Hij vertelde dat zijn onderwijzeressen niet meer voor groep 7 en 8 durven te staan, omdat die kinderen zo agressief en bedreigend zijn. Intussen moest Johanneke Liemburg, PvdA-Kamerlid, vragen opstellen over de wet die meer vrouwen in de schoolleiding moet brengen. “Dan denk je wel even: 'waar ben ik in vredesnaam mee bezig?”'

Ruim een jaar zit Johanneke Liemburg nu in de Tweede Kamer en ze weet het zeker: de kloof tussen het Binnenhof en de rest van Nederland bestaat. Ook in het onderwijs, waarvoor ze fractiewoordvoerder is, gaapt er een enorme afstand tussen de ervaringen van leraren en de plannen van de politiek.

Neem nu de autonomie van scholen. In de onderwijspolitiek is iedereen het eens dat het, na jarenlange klaagzangen van de scholen, afgelopen moet zijn met de stapels voorschriften uit Zoetermeer. Dus krijgen de scholen zeggenschap over hun geld en hun personeelsbeleid. Een eind aan de klachten heeft het niet gemaakt.

“Het overgrote deel van de scholen zit niet op die zelfstandigheid te wachten”, geeft Liemburg toe. “Maar daar moet de politiek zich niet door laten leiden. Het principe is juist; we hebben de tijd gehad dat alles vanuit Zoetermeer geregeld werd. Dat past niet meer in deze samenleving.”

Ze zwijgt even. De volgende 'maar' hangt al in de lucht. “De scholen zullen die omslag moeten maken. Maar de politiek moet niet net doen alsof dat allemaal vanzelf gaat, omdat het in een wet staat. Wil die reusachtige verandering slagen, dan moeten wij hier er voor zorgen dat de voorwaarden daarvoor optimaal zijn. En dat is volgens mij nu niet zo.”

Al was het maar omdat de scholen zeggenschap krijgen over armoede. Het onderwijs zit sinds jaar en dag krap, maar geld er bij is vooralsnog een utopie. De paarse coalitie vindt het al heel wat dat ze niet op basis- en voortgezet onderwijs bezuinigt. Liemburg gaat dat eigenlijk niet ver genoeg: “Onderwijs is voor de toekomst van ons land en de economie belangrijker dan de Betuwelijn of de uitbreiding van Schiphol, maar de miljardeninvesteringen gaan naar de infrastructuur. Terwijl als je als rijk scholen zelfstandig wilt maken, financiële armslag bieden toch het minste is.”

Bovendien, vertelt Liemburg, hebben scholen helemaal niet in de gaten dat paars niet bezuinigt op basis- en voortgezet onderwijs. Er zijn tal van ingrijpende veranderingen gaande: fusies, samenwerking met het speciaal onderwijs, vernieuwing van de bovenbouw in het voortgezet onderwijs. Al die veranderingen ervaart het onderwijs als bezuinigingen.

Daarom moet de politiek maar eens wat beter luisteren naar de schreeuw om rust uit het onderwijs, vindt het Kamerlid. “Rustig zal het op scholen nooit zijn, want de samenleving is niet rustig. Scholen merken dat het eerst en het hevigst. Kinderen brengen hun problemen allemaal mee de klas in: mishandeling, ondervoeding, gebrek aan aandacht.”

Het zou geen gekke zaak zijn als het ministerie met die wetenschap in het achterhoofd eens een tijd lang niets deed, vindt Liemburg. “De ene na de andere maatregel buitelt over elkaar heen. Ook ik heb als Kamerlid het gevoel dat ik bijna geen tijd overhoudt voor reflectie.”

Ze haalt nog een keer het wetsvoorstel aan waarmee haar partijgenote, staatssecretaris Netelenbos van onderwijs, meer vrouwen in de schoolleiding wil krijgen. Scholen moeten eens in de twee jaar gaan opschrijven wat ze daar aan denken te doen. Maar de bewindsvrouw had net een maand eerder aangekondigd dat scholen minder beleidsplannen hoeven te gaan maken, omdat menig directeur gek wordt van de schoolwerkplannen, actieplannen en verslagen die hij moet schrijven.

Liemburg: “Zo haalt de overheid met de ene hand weg en brengt met de andere hand weer terug. Hoe belangrijk ik meer vrouwelijke schoolleiders ook vind, zó moet je het niet regelen.”

Scholen hebben ook tijd en ruimte nodig om te groeien naar zelfstandigheid omdat het huidige lerarencorps er in het geheel niet voor opgeleid is. “Als je als directeur ondernemend van aard bent en je kunt goed leidinggeven, dan ben je natuurlijk wel gelukkig met meer vrijheid. Maar dat geldt voor veel directeuren niet. Daar moeten wij rekening mee houden. De scholen zitten in een overgangsfase tot de volgende generatie leraren binnenkomt, die er wel voor is opgeleid.”

Het brengt Liemburg op een andere zorg: dat de ruimte die de overheid aan de scholen geeft, onmiddellijk zal worden dichtgemetseld door vakbonden en schoolbesturen. Met als gevolg dat de individuele school weinig van grotere zelfstandigheid merkt. Vorig jaar al wilde Liemburg daar iets tegen doen; ze haalde er de woede van de onderwijsvakbonden mee op haar hals.

Ze diende toen een - door de Kamer aangenomen - amendement in, waardoor op alle scholen de vaste ontslaglijsten vervielen. Die zijn vaak opgesteld volgens het omstreden last in, first out-principe, waardoor er volgens de Kamer veel te weinig jonge mensen in het onderwijs aan de bak komen. Als de scholen zelf personeelsbeleid gaan voeren, moeten zij mensen kunnen ontslaan omdat ze hun werk niet goed doen en niet louter op het aantal dienstjaren, vond de Kamer.

Dat dichtregelen door onderwijsorganisaties is volgens Liemburg 'een lastig probleem'. Het zal voor de overheid moeilijk zijn om er iets tegen te doen, als ze net heeft besloten zich terug te trekken.

Het PvdA-Kamerlid zou in elk geval graag zien dat de onderwijs-CAO net zo tot stand zou komen als in het bedrijfsleven. Wat haar betreft gaan kabinet en parlement samen vaststellen hoeveel geld er in een jaar te verdelen valt en onder welke voorwaarden. Per onderwijssector kunnen bonden en besturen uitmaken wat er vervolgens gebeurt.

Ook uitkeringen bij ziekte en werkloosheid in het onderwijs wil Liemburg aanpassen aan de marktsector met invoering van WW en WAO. Een reden voor vasthouden aan het wachtgeld ziet ze niet meer. En dan is het onderwijs meteen verlost van het vervangingsfonds (voor vervanging bij ziekte) en het participatiefonds (voor de wachtgelden). Zij leggen scholen met veel zieken of wachtgelders hoge boetes op.

Liemburg wordt fel: “De overheid schuift zo een probleem dat ze zelf niet heeft kunnen oplossen op het dak van de scholen. Wat krijg je? Scholen vervangen hun zieken niet meer en sturen leerlingen de straat op. Mensen zullen steeds vaker met tijdelijke contracten of via uitzendbureau's voor de klas staan, omdat scholen zo min mogelijk vaste krachten in dienst nemen.”

En het Kamerlid kan zulke scholen niet eens echt ongelijk geven. Ze kent verhalen, zoals onlangs in Trouw, van scholen die anderhalf tot twee ton boete moeten betalen omdat hun leraren kanker kregen, of een hersenbloeding. “Het is niet ondenkbaar dat er hierdoor in de toekomst scholen failliet gaan. Ik vraag me af of dat wel eens is doordacht toen al die plannen gemaakt werden. Het heeft rechtstreekse gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs en daar is de politiek verantwoordelijk voor.”

Niet alleen Kamerleden, ook de bewindslieden van onderwijs moeten goed luisteren naar wat de scholen te melden hebben, vindt Liemburg. “Netelenbos is altijd erg enthousiast en betrokken. Maar ze moet oppassen dat ze daarmee niet te ver doorhaalt. Ze zegt ietsje te gemakkelijk tegen scholen: 'doe maar goed je best, dan kom je er wel'. Het beleid is niet alleen maar positief. Voorlopig zit er nog te weinig in die grotere zelfstandigheid voor de scholen om het als iets prettigs te ervaren.”

mailIcon print |