Het plan van minister Brinkhorst om de mestuitstoot van de Nederlandse veehouderij nog voor het jaar 2003 drastisch terug te brengen, kost naar verwachting 6000 boeren de kop. De milieubeweging juicht om de 'daadkracht' van de minister, Kamerleden delen in de euforie of houden zich stil en de boerenorganisaties laten een machteloos protest horen. Maar de 30-jarige Erik Ordelman, varkenshouder in het Gelderse Neede, wil graag boer blijven.
Zoals vele jonge boeren in de streek runt Ordelman het bedrijf in een maatschap met zijn vader. ,,Vroeger hadden we nog melkkoeien. In 1980 besloten we alleen met de varkenshouderij door te gaan'', vertelt Ordelman. Hij zat toen zelf nog op de lagere school, maar toen hij een jaar of achttien, negentien was en studeerde aan de Hogere agrarische school (Has) in Deventer, wist hij het zeker: Hij wilde in het bedrijf van zijn vader stappen. Inmiddels werkt hij al negen jaar op het bedrijf.
De meeste boerderijen op de zandgronden van Gelderland en Overijssel worden nog gerund door telgen uit dezelfde families als generaties geleden. De 'noaberplicht' - de vanouds sociale afspraak tussen boeren om elkaar te helpen in tijden van nood of drukte - bestaat niet meer, maar boeren vinden elkaar wel op een andere manier, bijvoorbeeld via het Nederlands agrarisch jongerenkontakt (NAJK) waarvan Ordelman een van de landelijke bestuursleden is. Geen boer kan het zich nog permitteren om niet verder dan het eigen erf te kijken, maar dankzij de gedeelde bedrijfsvoering met zijn ouders kan Ordelman er regelmatig tussenuit om zich te mengen in de discussie op het hoogste niveau.
En daar heeft de boerenachterban ernstig behoefte aan, zo blijkt, want de plannen van minister Brinkhorst van landbouw voor de sanering van de veehouderij zijn bij velen ingeslagen als een bom. ,,We zijn verschrikkelijk kwaad'', zegt Ordelman. ,,Niet om het feit dat de totale veestapel kleiner moet of omdat we het niet eens zijn met de milieudoelstellingen. Maar wel omdat we nu met een maatregel worden geconfronteerd die totaal geen rekening houdt met de resultaten die we tot nu toe hebben bereikt. En dat terwijl we juist zo mooi op weg waren.'' Ordelman legt een pak papier op tafel. Het is de mineralenboekhouding, genaamd Minas, die elke varkens-, rundvee- en pluimveehouder verplicht bijhoudt. ,,Het is misschien nog geen volmaakt systeem, maar het werkt prima'', zegt Ordelman. ,,Ik kan hiermee precies bijhouden wat er aan fosfaat en stikstof op het bedrijf komt en wat er weer uitgaat.''
Voor zijn bedrijf met 350 fokzeugen is de Minas-boekhouding relatief simpel. Fosfaat, bijvoorbeeld, komt alleen op het bedrijf via veevoeder. De leverancier stuurt regelmatig een opgave van de hoeveelheid geleverd voer en het gehalte fosfaat dat daarin zit. Ordelman doet op zijn beurt zorgvuldig aangifte van wat er aan mest weer van zijn bedrijf komt. Van elke vracht moet hij een monster naar het laboratorium sturen om de hoeveelheid fosfaat en stikstof te laten bepalen.
De cijfers van de aan- en afvoer van mineralen leveren samen een balans op die nauwkeurig laat zien hoeveel fosfaat en stikstof de boer 'over' heeft. Daarvoor hanteert de overheid zogenoemde 'verliesnormen'. Per hectare grond mag een boer veertig kilogram fosfaat en 175 kilogram stikstof verliezen en deze normen worden jaarlijks aangescherpt tot het einddoel is bereikt. De boer die deze normen overschrijdt, riskeert een boete. Ordelman heeft het in het afgelopen jaar netjes gedaan, leren de cijfers. ,,In feite heb ik fosfaat onttrokken aan het bedrijf.''
Ordelman, en met hem het NAJK, realiseert zich echter dat het systeem Minas niet voldoende is om het mestoverschot te beteugelen. ,,Daarom zien we best wat in de nu ook door de minister voorgestelde afzetcontracten die elke boer met afnemers moet sluiten om van zijn mest af te komen. Maar dan moet wel de hele landbouw zich betrokken voelen. Een benadering van de veehouderij per sector, zoals LTO Nederland dat doet, is te beperkt en veel te ingewikkeld. Als akkerbouwers weten aan wat voor bemesting ze behoefte hebben, kunnen de veehouders 'mest op maat' leveren. Sommige akkerbouwers zullen de mest zo droog mogelijk willen, en misschien hebben de tuinders in de substraatteelt meer behoefte aan de dunne fractie van mest. Dat kun je allemaal onderzoeken.''
Een andere idee dat leeft onder de boeren is het stimuleren van de afzet van mest buiten de landbouw, bijvoorbeeld door het als brandstof te gebruiken in elektriciteitscentrales. Maar, zo geeft Ordelman toe, ook de totale hoeveelheid geproduceerde meststoffen moet minder. ,,Wij geloven dat het fosfaatgehalte in varkensmest tot maar liefst 45 procent kan krimpen door aanpassing van het veevoer en door nauwkeuriger te voeren. Mijn Minas-aangifte bewijst dat dat kan, want ik heb een krimp bereikt van 43 procent. Verder kan de overheid bedrijven laten inkrimpen door productierechten op dieren op te kopen of door een deel van de rechten af te romen die vrijkomen als boeren hun bedrijf beëindigen. En mocht dit allemaal niet genoeg zijn, dan kun je de boeren nog altijd verplichten hun mest zelf af te zetten.''
Het laatste voorstel is in lijn met het plan van Brinkhorst om boeren tot zogenoemde mestafzetcontracten te verplichten. In principe bestaan er al systemen waarin boeren de afzet van overtollige mest zelf regelen, zo bewijzen onder anderen de veehouders in de streek van Ordelman. ,,We hebben een intermediair - een coöperatief systeem - opgezet dat zich verplicht om duizend kubieke meter mest per jaar van mijn bedrijf af te nemen als dat nodig is'',, zegt Ordelman. ,,Daarvoor betaal ik een soort verzekeringspremie van een rijksdaalder per kuub. De coöperatie vervoert de mest af vervolgens naar de verwerkers en akkerbouwbedrijf waar ze een directe relatie mee heeft. Dit systeem bestaat al zeven jaar, en wordt steeds omvangrijker, maar het kabinet kent daar geen waarde aan toe.''
Op eigen erf heeft Ordelman ook maatregelen genomen om zo verantwoord mogelijk met de mest om te gaan. ,,We hebben hier een silo waarin we de mest een aantal maanden laten bezinken. In het voorjaar kunnen de afnemers van buiten het bedrijf de vaste mest onderuit de put trekken. Zo voorkom je overbodig gesleep met water. De dunne mest rijden we zelf uit.'' Op termijn zal ook Ordelman op zoek moeten naar afnemers om een afzetcontract mee af te sluiten, maar hij ziet nog wel problemen. ,,Stel je voor dat onze put vol zit in het voorjaar, maar dat het te nat is om mest uit te rijden. Dan moet je er wel verzekerd van zijn dat de partner de mest toch afneemt.''
Net als vele andere boeren voelt Ordelman zich aan zijn lot overgelaten door Brinkhorst. ,,Hij zegt van de ene op de andere dag: 'red je er maar mee', terwijl hij als geen ander weet dat het aanbod van mest groter is dan de vraag.'' Nog niet zo lang geleden stak Ordelman 100 000 gulden in de opkoop van varkensproductierechten van andere boeren. Dit om het effect van de eerste generieke korting - de sanering die volgde uit de door boeren gehekelde Varkenswet van Van Aartsen - teniet te doen. ,,Dat mag binnen het gebied waar je werkzaam bent. Maar nu hoorde ik Brinkhorst onlangs in de Tweede kamer zeggen dat hij mijn rechten terug wil kopen''. Hij lacht. ,,Ik ben benieuwd wat hij daarvoor biedt. Ik neem aan dat hij alles betaalt.''
Daarmee schetst Ordelman de kern van de uitdaging waarvoor Brinkhorst staat. Varkensrechten zijn in economische zin 'lucht', maar voor de ondernemers vertegenwoordigen ze wel degelijk waarde. Het wordt dus de kunst om de overgang van het oude naar het nieuwe systeem goed te laten verlopen. Dat betekent in de ogen van de boeren een schadeloosstelling voor het in rechten geïnvesteerde vermogen en een redelijke basis om door te gaan.
Volgens Ordelman zijn het niet zozeer de kleine boeren die het onderspit dreigen te delven, maar vooral de jonge boeren. ,,Onder kleine boeren is er een harde kern die heel taai is, onder meer omdat dit vaak gemengde bedrijven zijn. Maar jonge boeren kampen vaak met een enorme financieringslast, omdat ze het bedrijf net van hun ouders hebben gekocht.'' Ordelman put een beetje moed uit wat hij opvangt als bestuurslid van het NAJK. ,,We blijven in gesprek met Kamerleden, de milieubeweging en alle andere partijen. Voorlopig geen actie of dreigementen, maar argumenten. Ik geloof nog steeds dat het daarmee moet lukken.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.