*

 
dossier

Archief

HUISJE

GONNY TEN HAAFT − 16/04/94, 00:00

Dokter Groeneveld (46) heeft al 20 jaar een praktijk aan huis in Wilnis, met ongeveer 1600 ziekenfonds en 1200 particuliere patienten.

“Ik heb een huis aangeboden gekregen dokter ... ... Maar het lijkt me niks”.

Ze trekt een zuur gezicht, en legt uit waarom het huisje haar niet aanstaat. Een “achteraf” buurtje, een slechte staat van onderhoud, en niet eens zo goedkoop. Gisteravond besprak ze het ook nog met haar lotgenoten uit de groep van de anonieme alcoholisten, met wiens hulp ze juist zo goed van de drank is afgekomen. “Daar zeiden ze het ook nog dokter: als je ergens gaat wonen waarvan je al weet dat je je ongelukkig gaat voelen', staat de fles weer dichtbij.”

“Maar we hebben niet zoveel keus Magda. Je bent nu niet in de positie om eisen te gaan stellen”, protesteert de dokter, die zelf al het nodige heeft gedaan om zijn patiente versneld aan een nieuwe woning te helpen. “Doe het anders tijdelijk. Stop er gewoon niet teveel geld in, dan ben je tenminste dat oude huis uit, en zorgen we daarna weer voor een snelle doorstroming.”

Dit antwoord had Magda duidelijk niet verwacht. Hadden ze niet gister bij de AA ook nog gezegd dat je heus niet verplicht bent de eerste aanbieding te nemen? Is het niet zo dat je pas bij de derde keer al of niet definitief moet happen?

“Maar kijk uit dat je al die mensen die nu zo hun best voor je doen, niet gaat irriteren joh. Ik zou het maar doen”, dringt Groeneveld aan. Hij ziet de tranen opkomen, en gooit het gauw over een andere boeg. “Probeer nou in fases te denken. Het is juist zo'n prestatie dat het je al tot zover gelukt is. We zijn nu in de fase van de wederopbouw, en moeten nog effe doorbijten.”

Magda lijkt nog lang niet overtuigd, maar zit met een tweede, bijna nog nijpender probleem. Van de week had ze weer haar vroegere minnaar aan de deur, met wie ze eigenlijk het liefste definitief wil kappen. Hartstikke dronken was ie, en omdat ze dat gelukkig ruim op tijd besefte, hield ze dit keer mooi de deur dicht. Waarop hij begon te vloeken, tieren, schelden en dreigen, zodat ze zelfs de politie had gebeld.

“Je strategie van de zachte hand werkt dus niet Magda, die man is verkeerd voor je. Je kan maar beter helemaal geen contact meer onderhouden. Eigenlijk is het net als bij de alcohol; een beetje alcohol kan niet.”

Magda knikt. Tot die conclusie was ze zelf ook al gekomen, zegt ze, maar vindt het toch fijn dat de dokter haar bevestigt. Mag ze dan ook haar derde probleem nog even voorleggen?

“Dat gaat om deze brief van de advocaat dokter. Ik snap daar maar weinig van, en hoop dat jij even zou kunnen kijken. Ik ben zo bang dat ik iets verkeerds doe namelijk ... .'.

Ze rommelt in haar tas, totdat ze zich realiseert dat ze het betreffende schrijven thuis heeft laten liggen. Later op de dag levert ze het af. Aan het eind van de middag belt de dokter naar de advocaat, die er zelf niet blijkt te zijn, maar wiens secretaresse hem verzekert dat mevrouw A. de brief met een gerust hart kan ondertekenen. “Ik snapte zelf ook niet wat er stond, dus heb namens haar maar even gebeld voor wat uitleg”, zegt de dokter.

Waarop hij Magda belt voor deze uitslag, en tegelijkertijd hoort dat ze besloten heeft het huisje, overeenkomstig zijn advies, toch maar te accepteren.

Uit privacy-overwegingen zijn de namen gefingeerd.

mailIcon print |